Al jaren beweren de opeenvolgende Waalse minister-presidenten dat Wallonië aan een economische inhaalbeweging ten opzichte van Vlaanderen bezig is. En dat Wallonië qua welvaart stilaan aansluiting vindt bij het Europese gemiddelde. Niets is minder waar, zo leert onderzoek van de Universiteit Luik. In verschillende Waalse provincies is het inkomen per inwoner zelfs verder aan het dalen ten opzichte van het Europese gemiddelde.

Minister-president Paul Magnette (PS) herhaalt het in het Waalse parlement tot vervelens toe: economisch gezien staat Wallonië op hetzelfde niveau als het Belgische en Europese gemiddelde. Onderzoek van econoom Bernard Jurion (Universiteit Luik) toont een ander beeld. Jurion moest niet ver zoeken. Hij haalde nieuwe cijfers bij het Europees statistisch bureau Eurostat en bij de Waalse statistische dienst IWEPS. Volgens de Luikse econoom is er geen sprake van een Waalse inhaalbeweging. De Waalse groei lag vorig jaar met 1 procent van het bbp lager dan het Belgische (1,5 procent) en het Europese gemiddelde (1,5 procent). Dit jaar zal het niet anders zijn: 1,4 procent voor Wallonië tegenover 1,5 procent voor België en 1,9 procent in de eurozone.

Maar het is vooral het inkomen per inwoner dat Jurion zorgen baart. Hij maakte een provinciale opsplitsing. Momenteel bedraagt het beschikbaar inkomen van een inwoner van de provincie Henegouwen 76 procent van het Europese gemiddelde. Tien jaar geleden was dat nog 81 procent. Hier doet zich een relatieve verarming voor. Ook andere Waalse provincies bevinden zich nog altijd onder het Europese gemiddelde. 87 procent voor Luik, 76 procent voor het agrarische Luxemburg en 83 procent voor Namen. Enkel Waals-Brabant heeft een inkomen per kop dat hoger ligt dan het Europese gemiddelde: 30 procent hoger om precies te zijn.

Waals-Brabant profiteert volgens Jurion van de economische aantrekkingspool die Brussel is. Ook zijn veel welvarende Brusselaars verhuisd naar Waals-Brabant. Jurion maakte ook een vergelijking met de Vlaamse provincies. En daar ligt het inkomen overal boven het EU-gemiddelde, Limburg uitgezonderd, dat er met 98 procent net onder ligt. Het inkomen per inwoner bedraagt in de provincie Antwerpen 38 procent meer dan het EU-gemiddelde. Maar vooral: de cijfers zijn de voorbije tien jaar amper gewijzigd. Terwijl de Waalse provincies lagere welvaartscijfers voorleggen dan tien jaar geleden.

Andere reden tot bezorgdheid: regio’s in Oost-Europa waarmee Wallonië lange tijd vergeleken werd, doen het nu een stuk beter. De regio Bratislava in Slovakije heeft een inkomen per kop dat ondertussen 86 procent boven het EU-gemiddelde ligt. De regio rond Boekarest in Roemenië had tien jaar geleden een inkomen dat 64 procent van het EU-gemiddelde bedroeg. Dat is nu gestegen tot boven het gemiddelde. Die Oost-Europese regio’s hebben natuurlijk veel geld gekregen uit de Europese structuurfondsen, maar dat kan evengoed gezegd worden van Henegouwen.

Wallonië blijft economisch op de sukkel, ondanks de miljardentransfers uit Vlaanderen. De precaire Waalse situatie zou de Waalse regering er dus toe moeten aanzetten een ander beleid te voeren: minder fiscale druk, een hervorming van de arbeidsmarkt (de zesde staatshervorming maakt een specifiek regionaal beleid gemakkelijker), een vriendelijker ondernemingsklimaat… Maar dat gebeurt niet.

Magnette brengt een ‘alles gaat goed’-verhaal. Hij gebruikt daarbij soms zeer vreemde redeneringen. Zo beweert hij dat er transfers van… Wallonië naar Vlaanderen gaan. 5 miljard euro om precies te zijn. Waar zouden die vandaan komen? Vlamingen maken meer gebruik van brugpensioen en tijdskrediet dan de Walen. En de Walen kopen Vlaamse producten. Dan vloeit er dus Waals geld naar Vlaanderen. Daarom bepleit Magnette een Waals economisch patriottisme. De Walen zouden meer eigen producten moeten consumeren. De Waalse privébestedingen gaan volgens Magnette maar voor 60 procent naar Waalse producten. In Vlaanderen is de verhouding 68 procent. De Waalse minister-president roept dan ook op om “Waals te consumeren”. Alsof dat de oplossing is voor de economische problemen in Charleroi, Bergen of Luik.

Angélique Vanderstraeten