Vlaamse Beweging blijft nodig

Ik leerde het OVV kennen toen ik student was in de eerste helft van de jaren tachtig. Ik was toen actief in het KVHV-Leuven. Het is interessant om de periode van toen te vergelijken met die van vandaag. In de jaren tachtig waren de Vlaams-nationale partijen relatief klein. Het Vlaams-nationalisme was in de Kamer nog niet half zo sterk als vandaag. Het was de niet-partijpolitieke beweging die toen groeide en bloeide. De IJzerbedevaarten mobiliseerden nog tienduizenden flaminganten en er waren geregeld grote nationale betogingen.

Vandaag lijkt dit verenigingsleven verschraald. Er wordt amper nog betoogd en de IJzerbedevaarten kenden een zielige afgang. Het zwaartepunt lijkt verschoven van de beweging naar de partij. Die is vandaag almachtig. Of zoals Eric Defoort het in 2014 formuleerde: “Je zou kunnen zeggen dat de Vlaamse beweging haar tijd heeft gehad, hoewel het correcter is om te zeggen dat de Vlaamse beweging vandaag gewoon in het parlement zit.”

Dat klinkt allemaal evident. Maar mocht een student met deze analyse afkomen, dan zou ik toch zeggen: “Wees eens een beetje kritisch!” Want inderdaad, bij nader inzien is die zwart-wittegenstelling tussen de jaren tachtig en vandaag te simplistisch. We moeten ons hoeden voor een te geïdealiseerde voorstelling van de beweging toen. Ook in de jaren tachtig en zelfs de jaren zeventig trokken Vlaamsgezinde betogingen niet de grote massa. Wel kreeg alles wat de beweging toen ondernam een enorme weerklank in de geschreven pers. Je zou kunnen zeggen dat de beweging toen boven haar stand leefde: ze kreeg in de kranten meer aandacht dan wat ze maatschappelijk betekende. Vandaag is precies het tegenovergestelde het geval: de beweging leeft onder haar stand. Kijk naar het Zangfeest: begin de jaren tachtig nog goed voor een grote kop op de voorpagina en een hele pagina in De Standaard, vandaag zo goed als doodgezwegen.

Klassieke media zijn monopolie kwijt

In de jaren tachtig zou dat gebrek aan aandacht voor de beweging een ramp geweest zijn. Als je niet aan bod kwam in de krant, dan bestond je gewoonweg niet. Vandaag maakt dat niet zoveel uit. De klassieke media zijn hun informatiemonopolie kwijt. Er wordt nu op een veel dynamischere manier aan Vlaamsgezinde opinievorming gedaan via de sociale media. De Vlaamse beweging beschikt over informatiekanalen waar wij in de jaren tachtig enkel maar van konden dromen. Toen verscheen er af en toe eens een Vlaamsgezind opiniestuk in de krant. Vandaag kan ik, zelfs als beroepsflamingant, nauwelijks nog de vele Vlaamsgezinde opiniestukken bijhouden.

Zeker, een aantal vroegere sterkhouders van de beweging speelt nu amper nog een rol. Maar er zijn nieuwe actoren in de plaats gekomen. Denk aan doorbraak.be: een echt succesverhaal. Denk aan het Vlaams en Neutraal Ziekenfonds: in de jaren tachtig een marginale speler, vandaag een van de steunpilaren van de beweging, niet enkel omwille van de financiële steun, maar ook en vooral omwille van de inhoudelijke expertise inzake de sociale zekerheid en de transfers. En kijk ook naar de VVB: in de jaren tachtig een zieltogende vereniging die op ons geen enkele aantrekkingskracht had, vandaag bruisend en dynamisch als nooit tevoren.

Maar het klopt dan toch dat de partij vandaag belangrijker is dan de beweging? Dat zou inderdaad zo moeten zijn. Een kwart van alle Kamerleden is Vlaams-nationalist. Een mens zou dan denken dat er vandaag in het parlement over niets anders dan de communautaire tegenstellingen wordt gesproken. Helaas blijkt dat in de praktijk nogal tegen te vallen. In de eerste vier maanden van dit jaar hebben alle N-VA mandatarissen 207 mondelinge vragen gesteld, waarvan slechts 17 (dit is 8,2%) communautair getint. De kostprijs van de monarchie, de uitvoering van de zesde staatshervorming, de toepassing van de taalwetgeving: het blijkt de N-VA-Kamerleden nog slechts matig te interesseren. Ter vergelijking: de drie Vlaams Belang-Kamerleden stelden in dezelfde periode 24 mondelinge vragen, waarvan 6 (25%) uitgesproken communautair. Maar eigenlijk is het enkel Barbara Pas die relatief veel communautaire vragen stelt. De twee andere Vlaams Belang-parlementsleden hebben duidelijk ook andere besognes.

Al bij al stelt die Vlaamse beweging in het parlement dus niet zoveel voor. Wat een verschil met de jaren tachtig, toen de Volksunie-parlementsleden voortdurend communautaire keet schopten in het parlement. Dat is natuurlijk het gevolg van de communautaire omerta bij de N-VA enerzijds, en de marginaliteit van het Vlaams Belang anderzijds. Als dan ook nog eens de niet-partijpolitieke beweging in coma zou gaan, als wij er de brui aan zouden geven, dan blijft er haast niets meer over van de Vlaamse beweging.

Politiek is onbetrouwbaar

Zo een vaart zal het allicht niet lopen. Maar de beweging laat zich toch maar beter niet te veel in slaap wiegen door het argument dat de Vlaams-nationale parlementsleden haar rol overnemen. Het is gevaarlijk om te veel staat te maken op politieke partijen. Politieke partijen zijn eigenlijk niet helemaal te vertrouwen. Hun doen en laten wordt vooral bepaald door een electorale marktlogica. Kijk naar het Vlaams Belang vandaag: veel anti-islamretoriek, veel minder communautaire retoriek. Dat is de logica van de electorale markt. En daar is overigens niets mis mee. Dit is geen verwijt aan de partijen. Dat is nu eenmaal de aard van het beestje: zij moeten stemmen halen. Zij zijn beursgenoteerd op de electorale markt, wij niet. Maar doordat die markt steeds volatieler wordt zijn ook de partijen meer dan ooit wisselvallig en onvoorspelbaar.

We moeten ons daarvan bewust zijn als beweging. We moeten daar enige afstand van houden. We mogen ons niet mee laten sleuren door partijpolitieke dynamieken. Maar dat betekent niet dat we een muur moeten bouwen tussen ons en de partijen. We hebben de partijen wel nodig. Zij zijn het die onze dromen in politieke realiteit moeten omzetten. We moeten mét de partijen werken, niet tegen hen. We moeten lobbyen bij de partijen, bij alle partijen, niet enkel de Vlaams-nationale. We moeten hen onze eisen kenbaar maken, hen informeren, waarschuwen, hen zoveel mogelijk op het rechte Vlaamse pad houden. En vooral: we moeten een factor zijn van continuïteit. Partijen komen, partijen gaan, maar de beweging blijft bestaan. En de beweging moet steeds dezelfde boodschap brengen, wat ook de samenstelling is van de regering.

Om die continuïteit te illustreren, wil ik ten slotte nog even terugkeren naar de jaren tachtig. In het KVHV-Leuven keken wij toen enorm op naar Paul Daels, de voorzitter van het IJzerbedevaartcomité. Op de bedevaart van 1984 deed hij een uitspraak die vandaag, in tijden van doorgedreven pogingen tot neo-unitaire recuperatie na de terreuraanslagen, actueler is dan ooit: “België afbreken door en om Vlaanderen op te bouwen, dát is de rechte weg.” Laten we ook in de toekomst niet afwijken van die rechte weg. Dat is mijn verjaardagswens voor het OVV.

Bart Maddens

Hoogleraar en politicoloog aan de KU Leuven