Zedenmeesteres

Mevrouw de codeschrijfster,

Gij zijt in Wallonië niet erg bekend, zelfs niet als parlementslid van de Parti Socialiste, want gij slaat geen politieke gensters. Voordien werkzaam in de zachte sector, zijt gij niet met de harde politieke thema’s bezig. Alleen in uw gemeente, Dison bij Verviers – waar gij opgroeide -, kent men u als schepen. Van 26 juni 2013 tot de verkiezingen van 25 mei 2014 zijt gij even Kamerlid geweest, omdat gij Thierry Giet opvolgde toen die politiek benoemd werd als rechter in het Grondwettelijk Hof om zo uit te bollen naar een lucratief einde van zijn carrière. Nadien werdt gij lid van het Waals Parlement en het Parlement van de Franse Gemeenschap. In Vlaanderen is er wellicht niemand die u kent.

Maar vorige week haalde gij toch de Vlaamse pers met een merkwaardig bericht. Gij werkt namelijk voor de PS een gedragscode uit voor parlementsleden waarin staat dat seksuele intimidaties in gedragingen en uitspraken niet kunnen. Gij hebt u geïnspireerd op de berichten uit Frankrijk waaruit bleek dat een toppoliticus van de Groenen wordt beschuldigd van seksueel geweld tegen acht vrouwen. Dit verhaal moet bij ons de ogen openen, zegt gij. In De Standaard laat gij zelfs optekenen: “Men zegt dat wat in Frankrijk gebeurt, totaal niet bij ons voorkomt. Maar weten we dat echt? Misschien zijn er in ons land voorbeelden, maar durven de politici er nauwelijks over spreken.” En daarom wilt gij een gedragscode voor iedereen die in het parlement werkt. Dus ook voor medewerkers, stagiairs, bodes, poetsdiensten, bewakers en zelfs voor journalisten.

Ik wil wel, hoor, maar dit lijkt mij toch allemaal dik overdreven en zelfs overbodig. Er bestaat genoeg wetgeving om klachten neer te leggen en handtastelijkheden te laten vervolgen. Deze code voor parlementsleden dient dan ook tot niets. Er mag van parlementsleden en hun entourage sowieso verwacht worden dat ze hun voorbeeldfunctie eer aandoen. Overigens, ik stel mij de vraag of zo’n code ervoor zal zorgen dat onfrisse handelingen en onbetamelijke verbale woordspelingen zullen afnemen of meer aan het licht gaan komen. Ik ben zo vrij te denken van niet.

Gij zoudt u misschien beter eens bezighouden met een gedragscode voor PS-parlementsleden zelf met betrekking tot hun omgang met anderen, Vlamingen in het bijzonder. Gij hebt in de Kamer gezeten… Dan hebt gij zeker kunnen zien hoe bepaalde personen van uw partij met anderen omgaan. Misschien mag dat eens gereglementeerd worden. Brullen en tieren naar politieke tegenstanders, bijvoorbeeld. Of sommigen van hen uitschelden voor fascisten en ander fraais… Onkelinx en Mayeur kennen er alles van. En Claude Eerdekens destijds ook. Geen Nederlands willen spreken tegen Vlamingen… Karine Lalieux uit Brussel en uw voorganger Thierry Giet kennen er alles van. Vlaams-nationalisten negeren in commissies en hen pas te langen leste het woord verlenen… André Fréderic kent er alles van. Deuren laten dichtkletsen voor de neus van Vlaams Belangers… De PS-medewerkers kennen er alles van. Bij lange avondzittingen flink wat alcohol binnen hijsen en een ware zangstonde houden in de kantoren… De PS-fractie kent er alles van.

De reputatie van de PS is in Vlaanderen niet om over naar huis te schrijven. Men kent hier de PS’ers als brutaal, arrogant en misprijzend tegenover anderen. Misschien kunt gij als sociaalbewogen geest in uw partij een poging ondernemen om de PS-parlementsleden een code aan de hand te doen die zij dan kunnen hanteren om voortaan stijlvol, beleefd en hoffelijk onder de mensen te komen. Dat zou pas revelerend zijn! En de beschaving zou er zelfs mee gediend zijn.

‘t Pallieterke