Dank en vaarwel

Mijnheer de levende legende,

Toen gij in de jaren tachtig – en toen uw vader gaan biljarten was – de telefoon oppakte vanop uw grote stoel in een gedateerde woonkamer ‘uit de jaren stillekens’ en u bekend maakte aan de vriend van uw vader als ‘Joske Vermeulen, Trammezandlei 122, Schoten’, lag Vlaanderen in een deuk en waart gij in één klap een legende geworden. Zowat elke Vlaming was gecharmeerd door het oertalent dat uw geestelijke vader, Gaston Berghmans, daar etaleerde, in dialoog met zijn onafscheidelijke vriend Leo Martin. Tot diens dood in 1993 brachten zij gedurende enkele decennia Vlaanderen aan het lachen met grappen en grollen in sketches, tv-shows, theatervoorstellingen en zelfs films.

Naast u creëerde Gaston Berghmans, Baareghmaans in het Antwerps, nog tal van typetjes waarmee hij de meest onnozele, maar vaak ook erg hilarische en herkenbare situaties etaleerde. De pastoor, de dronkenlap, de arbeider, de politieagent, da cafébaas, de dokter, de patiënt, de verwijfde frituuruitbater, de grootvader, de bedrogen echtgenoot, de clochard, de argeloze voorbijganger, de clown, de hakkelende schilder, en noem maar op… Hij wist ze allemaal in humoristische scenes te zetten, die telkens zó herkenbaar en ontwapenend onschuldig waren voor de Vlamingen. Want, inderdaad, er werd niet geschoffeerd of geprovoceerd. Er werd niemand in zijn eer gekrenkt of beledigd tot in zijn ziel. Er kwam geen schuttingtaal, laat staan vuile praat aan te pas. Er kwam ook geen politiek en evenmin een politieke voorkeur aan te pas. Het waren allemaal situaties uit het leven gegrepen, die door hun eenvoud zo herkenbaar waren dat ze voor alle Vlamingen, van heel links tot heel rechts, op de lachspieren werkten. Joske Vermeulen en zijn vrienden waren van iedereen, zonder onderscheid des persoons.

Uw geestelijke vader was niet iemand die ronkende theaterdiploma’s op zak had gestoken. Hij was gewoon een natuurtalent die het in zich had om mensen op te vrolijken en die lak had aan hen die almaar meer naast hun schoenen gingen lopen naarmate roem en glitter hen ging omhangen. Gaston bleef altijd een man van het volk. Recentelijk nog was hij zeer eenvoudig vereerd toen de Antwerpse burgemeester in het rusthuis met een taart kwam binnenwandelen, voor zijn 90e verjaardag. Toen ook de bewoners van het paleis in Laken hem een medaille op de kraag speldden, was hij verheugd, maar tegelijk teleurgesteld dat zijn overleden ‘copiloot’ Leo Martin niet postuum een medaille kreeg. Want hij wist zeer goed dat zijn succes niet alleen zijn verdienste was, maar ook die van mensen zonder wie hij nooit zou geworden zijn wie hij uiteindelijk was.

Joske, uw geestelijke vader was een ‘grand seigneur’, zoals er in Vlaanderen te weinig rondlopen. Zijn latere ‘tegenspeler’ Carry Goosens drukte het zeer treffend uit toen hij stelde dat de dood van Gaston het einde van een tijdperk is, ook wat betreft de soort van humor.

Het is dan ook gênant dat de zelfverklaarde lolbroeken van vandaag – u weet wel, de ‘stand-upcomedians’ en dat soort lui die altijd tevreden zijn over zichzelf – in ronkende interviews niet alleen komen zeggen dat ze hem goed hebben gekend en hem als een groot voorbeeld zagen, maar tegelijk in hun werk niets maar dan ook nooit iets hebben laten merken van die zogenaamde invloed. Het is voor hun eigen eer en glorie immers belangrijker dat ze erover worden aangesproken, dan wel dat ze moeten aantonen hoe dat grote voorbeeld gewerkt heeft in hun manier van doen. Onder ons gezegd en gezwegen: eigenlijk was hij voor hen een simpel boerke uit het verleden waarover ze nooit wat hebben gezegd, tenzij vandaag, omdat de heilige media hen plotsklaps een praatpeer onder de neus drukten. Sla er maar geen acht op.

Vorige zaterdag zijt gij, Joske Vermeulen, dan toch nog onverwacht overgegaan van de legendarische herinnering naar de werkelijke legende. Vlaanderen denkt met weemoed terug aan die schone tijden, toen volksvermaak en ontwapenende eenvoud de mensen tot in hun ziel en tot tranen konden beroeren. Toen Gaston enkele jaren geleden finaal afscheid van het grote publiek nam, zei hij vlak voor hij het podium definitief verliet dat hij ons allemaal ‘hieël geire’ zag. Wel, Joske, dat is geheel wederzijds! Adieu!

‘t Pallieterke