In de Vlaamse versie van het gezelschapspel Monopoly werd de Lange Zoutstraat nog beschouwd als de belangrijkste winkelstraat van Aalst. Tegenwoordig is dat de Kattestraat. Maar als die ooit in een nieuwe versie van het spel terechtkomt, zal dat als “Cat Street” zijn, want veel Nederlands zie je er niet meer.

Wanneer je van het Esplanadeplein de Kattestraat inslaat, begint het onmiddellijk. Rechts heet de eerste winkel “Superdry Store”. Aan de andere zijde heb je de “Think Twice”, waar je “vintage” en “second hand fashion” kunt kopen. Lederwinkel Kipling biedt reiskoffers aan onder het motto “I’m a limited ultra light”. Ik heb geen baard, maar bij “Haircare” Florale zou ik anders mijn “beard” kunnen laten verzorgen. “Ray Ban” verzekert mij dat ze “genuine” zijn “since 1937”.  “S7 Fashion Lifestyle Store” geeft mij goede raad: “You mustn’t be afraid to sparkle a little brighter, darling”. Dat is waar, verdorie. Misschien kan ik mijzelf trakteren op de “Mid Season” koopjes van “AS Adventure”? “Welcome” ben ik er in elk geval, luidens het bord. Of doe ik beroep op de “Gifts and Design” van “Yellow Lemon Tree”?

Bitch please

Het “beach please gamma” (een niet al te subtiele verwijzing naar de “bitch please”, een uitdrukking afkomstig uit het Amerikaanse prostitutiemilieu) van “Women’s Secret” is niet echt iets voor mij. Maar misschien vind ik iets voor mijn zoontje in “Room4Kids”, een “Kids Concept Store” die zich specialiseert in “interior design”.

Eindelijk kom ik dan toch voorbij een winkel die geen Engelse naam heeft: “Mer du Nord”. Frans blijkt dus net wel aanvaardbaar. Ook deze zaak biedt echter een “look of the week” aan. Voor juwelen heb ik de keuze tussen “Lei and Lui Jewels” en “Pieters Fascinations”. Ik laat “Who’s Who Land”, “the Body Shop” en “Shoes in the Street” links liggen en kom bij Claire’s, “where getting ready is half the fun”. Ook het bedrijf Telenet moet blijkbaar bang zijn Engelstalige klanten te verliezen, want er hangt een groot bord met “It’s the final discount”.

Ik ben aan het einde van de Cat Street gekomen en betreed de Grote Markt. Maar er komt geen verlossing. Het standbeeld van Dirk Martens valt minder op dan de belofte van “Your Size, Your Taste” op de voorgevel van “Freedom” Wie ook nog een hapje wil eten, kan genieten van de “New Style of Eating” bij de “Basic Italian”. En daarna kunnen we naar de “Opening Reception” van “Better Nightlife”.

Mijn korte experiment levert de vaststelling op dat de winkels die géén Engels gebruiken nog slechts een kleine minderheid zijn. Men zou nog enig begrip kunnen opbrengen voor de uitbaters indien Aalst een zakenstad of toeristische trekpleister zou zijn. Maar 95 procent van de mensen die de winkelstraat bezoeken, spreken gewoon Nederlands (we rekenen het “Oilsjters” hierbij). Het gaat hier over Vlamingen die in het Engels communiceren met andere Vlamingen. Dat is… idioot.

De zwakke weerstand

Talrijke stedenbouwkundige regels verhinderen dat mensen met hun huis of gevel dingen doen die ingaan tegen de lokale stijl en het karakter van de wijk. Dat geldt nog meer in historische stadscentra, waar geen dakpan of baksteen mag afwijken van de strenge voorschriften. Maar we laten wel toe dat alle opschriften op die gevels in een vreemde taal zijn gesteld en dat het straatbeeld in Vlaamse steden, met een rijk verleden en grote culturele waarde, compleet wordt verengelst. Is taal dan geen deel van het erfgoed?

De lokale schepen voor Vlaamse Aangelegenheden, Karim van Overmeire, ziet de opmars van het Engels met lede ogen aan. Hij heeft al heel wat initiatieven genomen om anderstaligen Nederlands te laten spreken. Maar tegenover de moedwillige weigering van Vlamingen om hun eigen taal te gebruiken staat hij vrijwel machteloos. In het nieuwe administratieve centrum kon hij nog verhinderen dat er een “coffee corner” komt. Maar de grondwet, die zegt dat het gebruik der talen vrij is, verhindert enig regelgevend optreden in de particuliere sector.

Uitstekend werk, dat moet gezegd, wordt verricht door de lokale VVB-afdeling, die elk jaar de “Pieter van Aelstprijs” uitreikt aan de zaak met de mooiste Nederlandstalige naam. Maar ook zij varen tegen de stroom in.

De Vlaamse beweging heeft bijna tweehonderd jaar gestreden voor het behoud van onze taal. Net nu we de voordeur langzaam gesloten krijgen voor het Frans, stormt het Engels binnen langs de achterdeur. Wat zich afspeelt in het straatbeeld is uiteraard slechts een onderdeel van de algemene invasie van deze taal in de media, de cultuur en zelfs het dagelijkse taalgebruik.

Niet hetzelfde als verfransing

De verfransing was een horizontaal gebeuren. Persoon na persoon werd verfranst. Wijk na wijk, gemeente na gemeente werden verfranst. De infiltratie door het Engels is een verticaal fenomeen. Ze tast het taalgebruik van alle mensen en alle communicatiemiddelen tegelijk en over heel Vlaanderen aan.

Het feit dat het Engels niet de taal van overheersers is en ook niet kan geassocieerd worden met een tegenstelling tussen landsdelen, maakt het moeilijker om mensen te mobiliseren rond dit thema. Er is immers geen vijandbeeld. Men moet er niet aan twijfelen dat, indien de Kattestraat  evenveel Franse opschriften zou tentoonspreiden, dit niet zonder gevolgen zou blijven. Het zou een fel politiek debat uitlokken. TAK en andere actiegroepen zouden er protestmanifestaties houden. Klanten zouden regelmatig hun ongenoegen laten blijken over zoveel francofone arrogantie. Maar het Engels laten we ongemoeid. We merken het zelfs niet meer op. En wie er toch iets van zegt, kan op onbegrip of spot rekenen.

Ik raad u lezer aan zelf eens de test te doen in uw winkelstraat of -centrum van voorkeur. Want er is helemaal niets uitzonderlijk aan de situatie van de Kattestraat of van Aalst. Sommige plaatsen zijn nog meer geïnfecteerd. Het komt erop aan een bewustzijn te creëren over het probleem van de verengelsing. Dat is steeds de eerste stap naar een oplossing: beseffen dat er een probleem is. Voor één keer gaan we het in het Engels zeggen: “A problem well stated is a problem half solved.” (Charles Kettering)

Jurgen Ceder