De federale regering slaagt er zeer moeilijk in haar structurele hervormingen aan de bevolking verkocht te krijgen. Een betere communicatie is dringend nodig. De regering-Michel moet de oppositie ook uit de tent lokken. Eerder dan kritiek te geven moeten socialisten en groenen met berekende alternatieven komen. In 1985, bij de vorige regering zonder socialisten, kwam Karel van Miert (SP) met berekende hervormingsvoorstellen die al snel onbetaalbaar leken. De centrumrechtse regering won daarop de verkiezingen van 13 oktober 1985.

De migratiecrisis, het terrorisme, belastingverhogingen, de verhalen over het kibbelkabinet: al die elementen maken dat de regering-Michel het in de peilingen zeer slecht doet. Aan de gezichten van de politici uit de meerderheid is duidelijk te zien dat ze zich ernstige zorgen maken. Maar ze moeten ook eens in eigen boezem kijken. De communicatie rond de genomen regeringsmaatregelen is barslecht.

Zwakke communicatie

De indexsprong, de loonkostenverlagingen, de taxshift, de verhoging van de pensioenleeftijd, de aanpassing van de ambtenarenpensioenen: het zijn allemaal maatregelen die noodzakelijk zijn om de overheidsfinanciën op koers te krijgen. En dat moet niet gebeuren omdat Europa dat vraagt. Neen, dat is nodig om in de toekomst de pensioenen en de gezondheidszorg betaalbaar te houden. Het primair saldo – dat zijn de overheidsontvangsten min de uitgaven – blijft rond nul procent draaien. Maar eigenlijk is er een overschot nodig om op termijn de vergrijzing te kunnen betalen.

De leden van de regering moeten meer zeggen dat ze maatregelen nemen in het belang van de toekomst van kinderen en kleinkinderen. Maar dat doen ze niet. Het is vaak een klagende communicatie. Of het lijkt alsof het professoren zijn die les geven. Minister van Financiën Johan van Overtveldt (N-VA) gaat overal ten lande het beleid verdedigen, maar doet dat te veel als de droge macro-econoom. Zijn boodschap: we voeren hervormingen door, maar door het gebrek aan economische groei zijn de voordelen ervan niet meteen te merken. De groei draait rond 1,5 procent maar zou in andere en betere omstandigheden eigenlijk met minstens 2 procent moeten groeien. Dat klopt allemaal, maar de man in de straat heeft geen boodschap aan gevulgariseerde econometrische analyses.

De federale regering zet ook te weinig de goede cijfers in de verf. Zo kwamen er tussen het vierde kwartaal van 2014 en het vierde kwartaal van 2015 netto bijna 29.000 banen bij. En volgens een enquête van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) is de daling van de werkgelegenheid in de industriële sector gestopt. Ook stijgt de rendabiliteit van de ondernemingen en nemen de investeringen toe.

Socialistisch alternatief bespreken

Verder laten Charles Michel en co na de oppositie uit hun tent lokken. Om de kritiek van John Crombez (sp.a) en Kristof Calvo (Groen) te counteren, zouden de meerderheidspartijen van hen berekende economische alternatieven kunnen eisen. Een aanpak die gewerkt heeft in de jaren tachtig, bij de vorige regering zonder socialisten.

De situatie onder de eerste regering-Martens-Gol (1981-1985) was vergelijkbaar met die van de regering-Michel. Er moest zwaar gesaneerd worden om de puinhoop van jaren socialisme op te ruimen. Nog meer dan nu: er was een devaluatie van de Belgische frank nodig, er volgde indexsprong na indexsprong, de sociale zekerheid moest worden hervormd en de sociale bijdragen en uitkeringen verlaagd. De SP, toen onder leiding van een charismatische Karel van Miert schreeuwde moord en brand. Dat legde de socialisten geen windeieren. Van Miert haalde bij de Europese verkiezingen van 1984 met zijn SP 28 procent van de stemmen. Een succes dat zelfs Steve Stevaert later niet kon herhalen. Van Miert hoopte de rooms-blauwe regering te breken met de parlementaire stembusslag van 13 oktober 1985. Maar dat gebeurde niet. Met 23,7 procent bleef de SP onder het resultaat van 1984. De CVP (34,6%) won zes zetels, ten koste van de PVV. Aan Franstalige kant kon de PRL – voorganger van de MR – zelfs meer zetels halen dankzij de overstap van Henri Simonet (PS) en Roger Nols (FDF, ondertussen omgebouwd tot een tegenstander van migratie).

Wat was er gebeurd? De socialisten hadden voor de verkiezingen een uitgeschreven alternatief beleidsprogramma voorgesteld met daarin een radicale arbeidsduurvermindering en belastingverhogingen. De voorstellen bleken echter onbetaalbaar en economisch contraproductief. De uittredende regering kon de linkse voorstellen weglachen en werd ervoor beloond. Aan de regering-Michel om de komende maanden hetzelfde te proberen.

Angélique Vanderstraeten