Moderator Lawrence Urbain vond op 18 mei vóór zich een stampvolle zaal voor het debat over de islam als splijtzwam in onze samenleving, naar aanleiding van Wim van Rooys islamboek Waarover men niet spreekt. Aan één kant zat de auteur, islamkenner geworden terwijl hij onder meer schooldirecteur en kabinetsmedewerker Onderwijs was. Aan de andere kant dominicaner pater Johan Leman, emeritus professor in de Antropologie en oud-voorzitter van het toenmalige Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding.

Van Rooy heeft de Koran binnenstebuiten ontleed, dus begon Leman met dat vertoog buitenspel te zetten: “De religieuze mens laat zich nauwelijks door een Boek inspireren.” Voor katholieken geldt dat zeker (abbé Pierre getuigde eens dat hij pas op het einde van zijn priesterstudies de gewelddadige passussen uit het Oude Testament las), voor protestanten al veel minder, maar in de islam staat het Woord wel heel centraal. Lemans uitspraak vat eigenlijk goed samen wat er mis is met de heersende perceptie van de islam, namelijk de aanname dat ook de islam de denk- en leefpatronen bevat die wij van huis uit met het katholicisme associëren.

Dat vond Van Rooy naast de kwestie, want zelfs een analfabeet krijgt via de imams nog heel wat van de bronteksten ingelepeld: “Ik neem dat niet letterlijk, het doet er niet toe of hij het Boek gelezen heeft.” Hij stelt vast dat de talrijke geleerden van moslimafkomst die hij persoonlijk kent, bv. de Syrische Duitser Bassam Tibi, precies hetzelfde zeggen als hijzelf. De Leman-stroming zal het volgens hem niet beter doen dan een Mahatma Gandhi, die heel naïef het hindoe-raamwerk op de islam projecteerde, en als dank de Partition-gewelddaden kreeg, met een miljoen doden.

Voelt Leman zich niet schuldig, nu de aanslagen zijn tegenstanders in het gelijk lijken te stellen?

Hij geeft toe dat hij het huidige niveau van jihadisme niet voorzien had, maar verder heeft hij geen schuldgevoelens: “Ik pleit bijvoorbeeld al heel lang voor controle op de financiering” binnen de georganiseerde islam. Dat zet echt de vijs erop; daarentegen is de zopas voorgestelde grondwetswijziging die religieuze wetten aan de burgerlijke wet ondergeschikt maakt, “louter symboliek”. Hij vroeg in 2006 dat de Staatsveiligheid Anjem Chaudhry (van Sharia4UK) zou volgen. Het klinkt als een erg magere symptoombestrijding. Van Rooy stelde vast dat controle op de financiering in Oostenrijk al vijftien jaar bestaat en de opmars van de islam niet gestuit heeft.

Een veel voorkomende ontsnappingssmoes in islamdebatten bestaat erin het etnische en het religieuze dooreen te halen. En inderdaad, Leman vond Van Rooys islamvisie erg “Arabisch”, de volkrijke “Indonesische islam” zou heel anders zijn. Inderdaad, Indonesië was eeuwenlang slechts oppervlakkig geïslamiseerd, maar Van Rooy gaf een update over de globalisering van de schriftvaste islam, die ook in Indonesië de inheemse cultuur snel verdringt. Volgens hem is een integratie van de islam nergens gelukt, en geven de dictators in de moslimwereld blijk van een juist begrip, namelijk dat een islamitische bevolking om bestuur met harde hand vraagt.

Leman vertelde dat hij in Turkije op de zwarte lijst staat, maar “gelukwensen uit moslimmiddens krijgt”. Wat te bewijzen was! Dat zal wel, zei Van Rooy, “maar jij wordt niet bedreigd zoals ik.”

Leman zag het ultieme probleem met de islam in het gebrek aan een theologische gezagsstructuur (zoals het roomse leergezag): “Elke autoriteit mag zeggen dat hij de islam vertegenwoordigt.” Op dat punt zit hij op dezelfde lijn als Ayaan Hirsi Ali: als het kerkelijk leergezag een nieuw inzicht afkondigt, is dat geldig voor alle katholieken, maar een hervormer in de islam kan altijd op een zijspoor gezet worden door conservatievere stromingen.

Van Rooy rekende af met het begrip “gematigde islam”, want “er is maar één islam, dixit Erdoğan”.

Een graag voor de camera’s gehaalde hervormingsgezinde als Rachid Benzine “zou in een moskee worden buitengedragen”. Hij is voor discriminatie, voor een onderscheid in wettelijke behandeling tussen islam en de andere godsdiensten.

Hij is echter defaitistisch: “Men heeft het te ver laten komen.” Elke maatregel die nu nog voldoende resultaat zou hebben, is onvermijdelijk discriminerend, en daarvoor is men te soft geworden. Er is nu een micro-burgeroorlog, terwijl de Vlaming alleen klaagt en zaagt. Leman had daar geen last van: “Ik ben de enige hier die concrete oplossingen voorstelt.”

Pater Leman hield zich vrij goed staande, tot op het einde van het vragenuurtje. Toen werd hij over zijn eigen palmares op de rooster gelegd. Hij vermeed uitdrukkelijk te zeggen dat hij opnieuw een proces tegen het VB zou inspannen, maar nam geen afstand van het proces dat destijds werkelijk plaatsgevonden heeft. Hij zwoer ook dat hij geen CGKR-directeur meer was toen klokkenluider Peter Calluy (die als eerste de problemen met Sharia4Belgium rapporteerde en hun uitgroei naar het terrorisme voorspelde) ontslagen werd. Daarmee verschool hij zich achter een louter formele neutraliteit, want in feite had hij in antiracistische kringen nog ruim het gezag om Calluy’s ontslag te kunnen voorkomen.

Hij probeerde de islam af te schermen toen bleek dat islamitische jongeren, luidens de aanwezige ex-zaakvoerder van de winkelketen Blokker, door hun diefstallen een reeks winkels hadden doen sluiten met verlies van 250 arbeidsplaatsen tot gevolg. Leman betoogde dat je die jongeren geen “moslims” mag noemen, aangezien hun motief wel niets met religie zal te maken gehad hebben. Dat is een veelgehoorde projectie van de aard van andere religies op de islam, die roof wel degelijk goedkeurt, althans, ten nadele van ongelovigen. De profeet zelf schiep daarvoor rechtsgeldige precedenten met zijn karavaanovervallen, gijzelnemingen (met verkrachting van de gijzelaars) en afpersing, De uit het katholicisme vertrouwde tegenstelling tussen godsdienstige strevingen en wereldse lusten bestaat in de islam niet.

In verhouding tot de spreekwoordelijke haat en spot die de naam “Johan Leman” in deze kringen ooit opriep, hield dit notoir ongedisciplineerd publiek zich betrekkelijk kalm. Deels was het een reactie van beleefdheid tegenover de grijsaard, deels ook de afwezigheid van echt cassante uitspraken. Leman vermeed de confrontatie, of naar het woord van menige toeschouwer, hij “slibberde overal door”. Velen spraken dan ook hun teleurstelling uit over het gebrek aan vuurwerk waar ze blijkbaar voor gekomen waren.

DK