Het Fonds voor het Migrantenbeleid (FIM) werd in 1991 opgericht door de federale regering met als doel projecten te ondersteunen ‘die een gunstig kader bieden voor de maatschappelijke integratie van personen van vreemde oorsprong, voor de preventie van discriminatie en de interculturele dialoog’. In 1993 verhuisde het secretariaat van het fonds – ook wel impulsfonds genoemd – naar het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding (nu: UNIA).

Het impulsfonds werd opgericht naar aanleiding van concrete gebeurtenissen. ‘Na de hevige rellen in Vorst, Sint-Gillis en Sint-Jans-Molenbeek van begin jaren negentig werd het wel duidelijk dat er iets moest gebeuren in de moeilijke wijken’, verklaarde Johan Leman, indertijd kabinetschef van Koninklijk Commissaris voor het Migrantenbeleid Paula D’Hondt in De Standaard. ‘Het Federaal Impulsfonds voor het Migrantenbeleid werd opgericht, een pot geld om vooral Brussel, maar ook Antwerpen, Gent, Luik en Charleroi te helpen.’

Grote steden

De focus lag inderdaad op die vijf grote steden van het land en hun agglomeraties. Zij kregen minstens 75 procent van de beschikbare kredieten.

De doelzones van die steden worden in de publicaties in het Staatsblad bovendien exact omschreven. Voor Brussel gaat het bijvoorbeeld om ‘ZONE 4: Molenbeek-Koekelberg: Maritiem-, “Tours et Taxis”-, Centrum-, Vierwinden-, Ransvoorde- en Hertoginnewijk en Wijk van de Jetsesteenweg.’

Prioriteiten

Om aanspraak te maken op het manna van het fonds moeten de ingediende projecten beantwoorden aan de prioriteiten die door de Interministeriële Conferentie voor het Migrantenbeleid werden afgekondigd:

– de sociale en/of professionele inschakeling van jongeren van vreemde nationaliteit of herkomst van 16 tot 25 jaar;

– investeringsuitgaven voor infrastructuur en aanleg van ruimten die toegankelijk zijn voor het publiek, met een sportieve en socioculturele bestemming ten behoeve van jongeren van vreemde nationaliteit of herkomst van 6 tot 25 jaar;

– bestrijding van het schoolverzuim en het spijbelen bij jongeren van vreemde nationaliteit of herkomst van 3 tot 18 jaar.

Jaren negentig

In de jaren negentig werd elk jaar zowat 300 miljoen frank (7,5 miljoen euro) of in totaal 3 miljard frank (75 miljoen euro) uitgegeven via het Impulsfonds.

De kredieten voor dit Fonds waren afkomstig van de ‘nettowinsten’ van de Nationale Loterij en van de begroting van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid

Leman in de pers: ‘Het was veel geld, maar niet ongelooflijk veel. Er werd snel een zichtbaar resultaat verwacht. Voetbal was een goede oplossing. Heel simpel: bouw pleintjes met goals en eventueel een kooi errond en laat die gasten voetballen.’ Maar zo eenvoudig was het uiteraard niet.

Heisa

Het geld ging naar diverse projecten: kinderboeken, buurthuizen en voetbalclubs. Maar niet iedereen was gelukkig met de keuze van de projecten.

In de zomer van 2005 was er zelfs een politiek relletje in Brussel. Adelheid Byttebier (Groen) was niet tevreden met de concrete uitvoering van het fonds en pleitte voor een Impulsfonds ‘waarin allochtonen zelf projecten kunnen uitvoeren’. Volgens haar werden te veel ‘witte’ projecten (in totaal voor 163.000 euro) goedgekeurd.

Milquet

In de ministerraad was er elk jaar wel een discussie over het fonds. In 2013 kwam Milquet plots met een innovatief idee: ze wilde de beschikbare reserves van het impulsfonds gebruiken. De ministerraad ging na veel vijven en zessen akkoord met het voorstel. De (extra) middelen mochten gebruikt worden (tot ze uitgeput waren) voor de projecten van 2013. Vreemd genoeg ging de discussie enkel over de verdeling van de ‘grote pot geld’ en nauwelijks over de effectiviteit van de ingezette middelen.

Jaarlijks 8 miljoen euro

In die periode gaat het jaarlijks om 8 miljoen euro. Het Impulsfonds voor het Migrantenbeleid subsidieert dan ‘de verenigingsprojecten van de federale overheid, de gewesten en de gemeenschappen’.

De bevoegdheid ligt begin 2015 bij de staatssecretaris voor Gelijke Kansen, toegevoegd aan de minister van Financiën.

Discriminatie

Maar er duiken steeds meer problemen op. In 2002 moet Annemie Neyts-Uyttebroeck in de Senaat voor de regering op een kritische vraag antwoorden. Het beheerscomité van het Impulsfonds voor het Migrantenbeleid heeft op 27 oktober 2000 immers het project tot oprichting van een Afrikaans Multifunctioneel Centrum goedgekeurd en er een enorm bedrag voor uitgetrokken: 10 miljoen frank (250.000 euro).

Klachten

Neyts: ‘Half januari 2001 ontving de voorzitter van het comité van het Impulsfonds ernstige klachten over discriminatie bij de samenstelling van het betrokken centrum, misbruik van het centrum voor politieke doeleinden en twijfels omtrent sommige van de initiatiefnemende Afrikaanse verenigingen. Deze klachten waren vervat in verschillende brieven van een advocatenkantoor dat optrad namens de Rwandese overheid. In deze brieven werd tevens verzocht de beslissing tot oprichting van het genoemde centrum op te schorten en een onderzoek te openen naar de initiatiefnemers en de doelstellingen van het centrum.’

Een oplossing werd niet gevonden.

‘Het centrum, dat eigenlijk bedoeld was om de integratie en de samenwerking van de Afrikaanse gemeenschap te bevorderen, bleek eerder een bron van twist en verdeeldheid te worden.’ Het comité was van oordeel dat de uitvoering van het project in zijn huidige vorm niet meer wenselijk was en besliste de uitvoering ervan op te schorten en de voor het project bestemde middelen te bevriezen.

Misbruik

Ook in Gent waren er problemen. De Turks-Gentse voetbalclub FC Avrasya had immers subsidies van het impulsfonds voor kleedkamers en een tribune misbruikt om onder meer haar bondsschulden af te lossen. ‘Het Federaal Impulsfonds heeft in 2003 een bedrag van 57.360 euro toegekend aan FC Avrasya’, bevestigde sportschepen Christophe Peeters (Open Vld). Met dat geld zou Avrasya de kleedkamers en de tribune renoveren van de terreinen die de club huurt van de stad Gent aan de Borluutstraat in Sint-Denijs-Westrem.

In 2004 werd er bijna 38.000 euro uitbetaald. ‘We hebben de club in 2006 al eens gecontacteerd over de zaak’, zegt Christophe Peeters. ‘Toen bleek dat het geld van het Federaal Impulsfonds onder meer al was gebruikt voor de organisatie van een voetbaltornooi dat 7.000 euro had gekost, en om 8.730 euro bondsschulden te betalen.’ Het geld was dus op.

‘Zoiets kan uiteraard niet’, aldus Peeters. ’Subsidies moeten gebruikt worden voor datgene waarvoor ze bedoeld zijn. Als stad hebben we hier niet rechtstreeks mee te maken – het zijn nu eenmaal federale subsidies – maar dit stemt wel tot nadenken. Er bestaan te veel parallelle subsidiekanalen, waardoor niemand het overzicht behoudt en zaken als deze kunnen gebeuren.’

Hervorming

Vandaag bestaat het impulsfonds op federaal niveau niet meer. De zesde staatshervorming had namelijk praktische gevolgen voor dit federale fonds. De middelen werden naar de lagere overheden overgeheveld. Vanaf 2015 is er dan ook geen geld meer van de Nationale Loterij voor het impulsfonds.

Onterecht verontwaardigd

Een twintigtal organisaties, waaronder INTACT, zijn verontwaardigd over de stopzetting van het federale fonds. Deze verenigingen uitten deze verontwaardiging in een Franstalig opiniestuk verschenen in Le Soir van 2 juli 2015. Ze vergeten dat de bevoegdheden van het fonds gewoon overgenomen worden door Vlaanderen, Brussel en Wallonië.

Vlaanderen

De middelen die begin 2015 naar Vlaanderen werden overgeheveld, zullen volgens de regering integraal worden aangewend binnen de beleidsprioriteiten van het huidige Vlaamse inburgerings- en integratiebeleid. De oproepen verschijnen op de relevante webstek.

In het Vlaams Parlement worden wel vragen gesteld.

Liesbeth Homans is de bevoegde minister: ‘Er zal geen nieuw fonds worden opgericht. (…) Ik wens uitdrukkelijk te benadrukken dat er op deze middelen geen besparing is doorgevoerd. Ik heb (december 2014) nog niet bepaald welke specifieke initiatieven zullen worden genomen. Het Agentschap Binnenlands Bestuur heeft de opdracht om, in uitvoering van de beleidsnota, daartoe concrete voorstellen uit te werken. Dat kan, naargelang het thema en de noden, de vorm aannemen van experimentele projectsubsidies of onderzoeksopdrachten. Daarbij wil ik bewust inzetten op initiatieven met een aantoonbare meerwaarde waarmee een duurzame en brede impact gerealiseerd kan worden.’

Franse Gemeenschapscommissie en Brussel

Hetzelfde gebeurt aan de overkant van de taalgrens. De Franse gemeenschapscommissie lanceerde voor 2016 opnieuw een projectoproep in het kader van het Impulsfonds voor het migrantenbeleid.

In Brussel werd op de gemeenteraad van maandag 29 februari 2016 zowat 150.000 euro toegekend voor 2016.

Het programma ‘FIPI 2016’ van de Stad door de Franse Gemeenschapscommissie ging onder andere naar de vzw’s CARIA, Double Sens en Formosa.

Besluit

We moeten het durven toegeven: het Impulsfonds voor het Migrantenbeleid is een mislukking. Het fonds werd opgericht na de hevige rellen in Brussel. Er werd een ‘grote pot geld’ ter beschikking gesteld om de problemen in Brussel op te lossen. Maar zo werkt dat niet. Vandaag, exact een kwarteeuw later, is de situatie in Molenbeek even explosief als toen. En bovendien, jonge moslims die daar geboren zijn, vertrekken naar Syrië en zijn bereid om te sterven voor hun geloof. En dat ondanks de zowat 175 miljoen euro die tot nu naar het fonds ging.

Thierry Debels