Niet alles is peis en vree in het huwelijk van (ex-)koning Leopold en Lilian Baels. In 1961 komt het bijna tot een echtscheiding.

Bijna bankroet

Wat is de rol van Lilian tijdens de koningskwestie? Ze is de stut achter de hooghartige en afstandelijke maar ook naïeve koning, die zich keer op keer schaakmat laat zetten door de politici. Verscheidene keren lijkt het dat hij het wil opgeven, maar uit de memoires van de hoofdrolspelers blijkt dat hij na een avond en een nacht met Lilian het been stijf houdt.

Natuurlijk beklemtonen de academische historici weer eens al de politieke bezoeken aan het prachtige landgoed van Pregny in Zwitserland waar Leopold en zijn familie wonen (50.000 Zwitserse frank huur per maand). Maar zoals altijd besteedt Leopold veel meer tijd aan golven, vissen, bezoekjes van en aan andere adellijken en dure reizen. Het duurt even voor de koning aan het nieuwe leven went. Hij moet voortaan geld op zak hebben, wordt niet meteen als eerste geholpen, en voor de bioscoop staat hij in de rij. Maar Boudewijn en vooral Albert vinden dit leven buiten een gouden kooi prachtig.

Leopold heeft geleidelijk een probleem. De linkse naoorlogse regeringen leggen hem droog. Hij moet alles uit eigen zak betalen en hij en Lilian, met haar zwak voor prachtige kleren en juwelen, zijn niet zuinig. Leopold is bijna bankroet als de nieuwe CVP-Liberale regering van Eyskens hem in 1949 ter hulp komt. Boudewijn is inmiddels 19 en een compromis tekent zich af. Feitelijk zijn Leopold en Lilian de hele kwestie beu en hij eist vooral zijn troon weer op uit prestigeredenen. Ze lijden zwaar onder de aanvallen van de socialisten zoals de affiches met een krijgsgevangene die vanachter de prikkeldraad naar een in de wei dartelende Leopold en Lilian kijkt. (De Gentse hoogleraar Herman Balthazar is curator van een tentoonstelling over honderd jaar socialistische partij in 1985 en krijgt Boudewijn op bezoek. Hij laat alle anti-Leopold-affiches verwijderen en wordt kort daarna gouverneur van Oost-Vlaanderen).

Weer een scheve schaats

De volksraadpleging over de terugkeer van Leopold in 1950 met een meerderheid in Vlaanderen en een minderheid in Wallonië is een ontgoocheling. Leopold kan terugkeren, maar na de Waalse straatrellen draagt hij de macht over aan Boudewijn. Leopold behoudt wel de titel van koning. Boudewijn mag van de politici bij zijn troonsbestijging geen dankwoord aan zijn vader uitspreken, maar doet het toch; Lilian dreigde dat hij voortaan niet meer welkom zou zijn om bij pa en ma te eten. Het stormt in Laken nog meer.

Gewezen prins-regent en jongere broer Karel wordt verzocht het paleis te verlaten waar hij zes jaar woonde. Koningin-moeder Elisabeth, die Laken bestuurde sinds de dood van Albert I in 1934, moet ophoepelen naar Stuyvenberg, want voortaan is Lilian la châtelaine. De prinses kan eindelijk weer terug naar Oostenrijk reizen; ze koopt met het geld uit haar erfenis een domein waar ze een prachtig chalet laat bouwen “helemaal van haar”. Ze is een verwoede jaagster en heeft een vergunning voor 16.000 hectaren; een hobby die Leopold niet interesseert (Boudewijn wel).

Voortaan kan Leopold zich aan zijn grote liefhebberij wijden: reizen (met of zonder Lilian) naar Zuid-Amerika, Congo, de VS en het fotograferen van fauna en flora. Het is een luilekkerleven dat hem uitstekend bevalt, maar dat Lilian na een tijdje verveelt of irriteert als de faciliteiten te primitief zijn in sommige streken. De regeringen staan lang niet toe dat ze representatieve taken vervult, lintjes knipt of caritatieve stichtingen leidt. Een Congolees project staat helemaal op poten als de regering op het laatste ogenblik geen toestemming geeft.

Midden de jaren vijftig wordt ze humeurig en depressief. Ze klaagt over haar “droevige” lot. Ze tiranniseert het personeel en maakt voortdurend ruzie. Ze vermoedt dat Leopold weer ergens een scheve schaats rijdt, maar kan het niet bewijzen. Dat uit zich in een verbitterde correspondentie met haar man, want het is niet de gewoonte aan het hof om veel rechtstreeks met elkaar te communiceren (de Britse koninklijke familie schrijft nog altijd briefjes naar elkaar). In 1959 verwijt ze Leopold “die intimiteit is verdwenen en blijft weg”; een codewoord om te zeggen dat er geen seks meer is. Begin 1961 barst de bom als ze koninklijke liefdesbrieven onderschept die Willy Weemaes, de Vlaamse secretaris van Leopold, verborgen houdt. Het blijkt dat Leo al sinds 1956 een verhouding heeft met de dertig jaar jongere Française Jacqueline Grigaut. Als zoon Sander in 1957 aan het hart geopereerd wordt, zijn Lil en Leo aanwezig. Lilian blijft aan het bed van haar zoon, maar Leopold vertrekt na korte tijd voor een seksvakantie met de Française. Lilian eist een echtscheiding en Leopold vraagt zeer nederig pardon. Het enige slachtoffer is arme Willy Weemaes, die twintig jaar lang de kastanjes uit het vuur haalde voor de koning en aan de deur gaat.

Schone schijn

Maar de affaire komt bovenop andere ellende. De regeringen zijn allang beu dat Boudewijn bij het avondeten advies inwint bij pa; ze vragen in 1959 dat Leo en Lil ergens anders gaan huizen. Inmiddels is Albert getrouwd en de verhouding met Paola is slecht. En wanneer Fabiola verschijnt gaat het van kwaad naar erger, want brave Boudewijn eist nu ook dat vader en stiefmoeder vertrekken en weigert nog één woord te zeggen, één telefoon of briefje van zijn vroegere “mummy” te beantwoorden. In januari 1961 vertrekken Leo en Lil naar Argenteuil. Eyskens vertelt in zijn memoires dat het koppel Laken heeft leeggeplunderd bij hun vertrek, maar volgens biograaf Defrance klopt dat verhaal van geen kanten. Maar hij kan ook geen reden vinden voor het feit dat Boudewijn van vandaag op morgen Lilian niet meer wil zien. Het verhaal dat ik hoor van een bekende adviseur van Boudewijn is het volgende. De grote familie van Fabiola verblijft na het huwelijk nog weken in Laken, amuseert zich kostelijk op kosten van het hof, en laat zich door half Europa rijden. Lilian maakt zich boos, en als de Spanjaarden na een trip verschijnen, staan hun gepakte koffers op het bordes. Leopold lijdt nog het meest onder de scheiding. In pathetische brieven aan zijn zoon vraagt hij om tenminste de schijn hoog te houden. Leopold en Lilian verdwijnen volledig in de schaduw, maar ze overwinnen hun huwelijkscrisis en komen weer nader tot elkaar. Leopold is nog altijd “flamingant”. In 1978 brengt hij een officieus bezoek aan een tentoonstelling van de Mechelse Fotokring die zijn Zuid-Amerikaanse foto’s exposeert. Mijn vader is er materiaalmeester en heeft ze met liefde opgehangen, want dit is ZIJN koning, die met zijn capitulatie de levens van soldaat Gaston Neckers en zijn gevluchte verloofde redde. Een bestuurslid van de kring verwelkomt de koning in het Frans en Leopold antwoordt kortaf: “Nederlands asjeblieft”. De stad schenkt een dure wijn en de koning vraagt… een glas bier.

Leopold overlijdt in 1983. Boudewijn snelt toe en vraagt zich af wie die jongedame is in de overlijdenskamer. Hij herkent zijn eigen halfzuster Esmeralda niet. Lilian trekt zich meer en meer terug in haar Oostenrijks chalet, of ze houdt zich bezig met de postume memoires van haar man. Albert verwittigt haar in 1993 dat Boudewijn gestorven is. Ze woont zijn begrafenis niet bij, al denkt de VRT-oen met dienst, Paul Muys, dat wel (hij verwart Lilian met Boudewijns tante Marie-José). Lilian lijdt aan een vorm van leukemie, wordt graatmager, en is altijd vermoeid, maar ze maakt nog altijd ruzie als men haar bij bloedtransfusies vraagt niet te roken. Ze sterft in juni 2002, 86 jaar oud.

Jan Neckers