Norbert Hofer mag dan het presidentschap van Oostenrijk met een paar stemmen gemist hebben, het electorale succes van de rechtse FPÖ heeft velen verbaasd. De verschillende rechts-identitaire partijen van Europa hebben moeilijke momenten gekend. Vandaag zijn ze terug, sterker dan ooit. Marine Le Pen zal in 2017 bijna zeker doorstoten naar de tweede ronde van de presidentsverkiezingen in Frankrijk. Met bijna 30 % van de kiesintenties zou ze zelfs de eerste ronde winnen. In Nederland is de PVV van Wilders al een tijdje de grootste van het land, in de opiniepeilingen. De partij kan meer dan een kwart van de kiezers achter zich verzamelen. Hoe zal deze rechtse wind zich laten voelen in Vlaanderen?

De opiniepeiling van vorige week, verricht in opdracht van VTM en Het Laatste Nieuws, toont alvast aan dat het Vlaams Belang weer in de electorale lift zit. De partij is erg opgelucht door de peiling. Voor het eerst sinds lang is er een afgetekende winst. En het electorale pantser van de N-VA blijkt dan toch breekbaar. Redenen voor triomfalisme zijn er echter nog niet. Het Vlaams Belang is nog ver verwijderd van haar hoge scores van vroeger en komt ook niet in de buurt van het succes van de bevriende partijen in Frankrijk, Nederland en Oostenrijk, ondanks de omstandigheden en recente gebeurtenissen in België.

Een partij met ballast

Er zijn twee redenen voor die achterstand. De eerste reden is voldoende gekend: de figuur van Bart de Wever. Zijn straffe uitspraken over Berbers, de Conventie van Genève, de hoop op een martelaarsdood van Syriëstrijders, analfabetisme onder vluchtelingen, het relatieve van racisme, enzovoort, maken steeds voldoende reacties bij zijn tegenstanders en coalitiepartners los om de rechtse rangen telkens weer rond hem te laten sluiten. “Hij durft het tenminste zeggen”, klinkt het dan. Voor het Vlaams Belang is het lastig concurreren met de steentjes die De Wever met regelmaat in de kikkerpoel gooit. In de ogen van velen blijft hij het aanvaardbare alternatief voor het Vlaams Belang.

De andere reden heeft te maken met het Vlaams Belang zelf en de stroeve pogingen om zich heruit te vinden. De kiezer was een tijdlang moe gekeken op de partij en haar manier om aan politiek te doen. De nieuwe ploeg rond Van Grieken is goed bezig daar verandering in te brengen. De opiniepeilingen zijn daar een eerste neerslag van. Maar de ballast van het verleden is nog niet verdwenen. Hoe kan men nieuwe gezichten kansen geven, als de oude garde het laken naar zich toe blijft trekken?

Zo was de succesvolle peiling meteen de aanleiding voor een aantal grote interviews met Filip Dewinter. En die is niet “éminence grise” of grootmoedig genoeg om de journalisten door te verwijzen naar de jonge voorzitter.

Zelfs De Morgen maakte, voor het eerst in zijn geschiedenis, een aantal bladzijden vrij voor de Antwerpse voorman. Tom van Grieken kan zich voorzitter achten, maar uiteindelijk blijft Dewinter het beeld bepalen. En die laatste ziet geen nood aan vernieuwing. “Ik denk niet dat we ooit fouten hebben gemaakt”, stelt hij. Ook ziet hij geen reden om terug te treden. Ondanks de catastrofe van 2012, kondigt hij in Het Nieuwsblad nu al aan dat hij in 2018 opnieuw de gemeenteraadslijst in Antwerpen zal trekken. “2018 is te belangrijk om te experimenteren”, is zijn mening. Filip kennende, vermoeden we dat ook 2024 en 2030 te belangrijk zullen zijn om te experimenteren.

Het Vlaams Belang dient zich af te vragen hoeveel het nog wenst te offeren op het altaar van de ijdelheid van een man die niet van stoppen weet en niet wil beseffen dat een plaats in de schaduw beter zou zijn voor zijn partij. De stijl van Dewinter is voor veel kiezers (en mandatarissen) de reden geweest om de partij de rug toe te keren. Zijn imago is nu ook nog de voornaamste rem op een nieuwe instroom, vooral van jongeren en intellectuelen, die de partij broodnodig heeft.

Weinig ambitie

Terwijl het Vlaams Belang worstelt met haar verleden, maakt de N-VA zich zorgen over de toekomst. Het verlies van 8% in de peiling komt hard aan. In een interview met “De Tijd” verklaarde Kamerfractieleider Peter de Roover: “In Vlaanderen kan je niet rechtstreeks voor de PS stemmen. Je kan het wel onrechtstreeks doen door voor het Vlaams Belang te stemmen.” Deze kinderachtige reactie toont hoezeer in het N-VA-hoofdkwartier de paniek heeft toegeslagen. Want indien een stem voor het Vlaams Belang een verloren stem is, dan is dat uiteraard alleen door het cordon sanitaire dat door de N-VA mee in leven wordt gehouden. Dat niet alle Vlaamse stemmen in gelijke mate wegen op de politieke besluitvorming van dit land is een verantwoordelijkheid waar De Roover zich beter zelf eens zou over bezinnen.

Vorige week wezen we er al op hoe moeilijk de N-VA het heeft om de vruchten van haar regeringsdeelname in de etalage te plaatsen. Het hele communautaire luik is in de diepvries beland. Het economische relancebeleid, dat we in de plaats zouden krijgen, verloopt moeizaam. In de perceptie van de burger wordt het hogere inkomen door lagere belastingen ruimschoots gecompenseerd door de sterk gestegen kosten.

In een interview deze week verklaarde De Wever dat de regering “te weinig ambitie uitstraalt”. Helaas geldt dat ook voor zijn eigen partij. Waar maakt die echt een verschil? De N-VA is groot geworden door een massale veroveringstocht op haar rechterflank. Maar wat heeft het die rechtse kiezers reeds geboden? Concreet? Naast genietbare uitspraken van De Wever?

Ten tijde van de vluchtelingencrisis bleek België een brave leerling van Europa en van de Merkeldoctrine, “Wir schaffen das”, de achterhoedegevechten van Francken en het publieke gemor van De Wever ten spijt. Welke maatregelen heeft de N-VA reeds voorgesteld, laat staan doorgedrukt, ten aanzien van de vakbonden en hun archaïsche praktijken en privileges? Werd er enig weerwerk geboden aan de ecologische mismeestering van het energiebeleid? Kwam er een verbod op ritueel slachten, of is dat “geen regeringscrisis waard” zoals Matthias Diependaele stelt? Wordt het overheidsbeslag significant afgebouwd? Wordt het CKGR (heden “UNIA”) hervormd? Welke, zelfs maar kleine trofee kan N-VA presenteren aan de rechtste kiezers?

Het idee waarvoor de tijd gekomen is

Twee weken geleden gaf minister Vandeput, op vraag van VB-fractieleider Barbara Pas, toe dat niet minder dan 60 militairen in functie geradicaliseerde moslims zijn. Maar in plaats van ze allemaal buiten te gooien (wegens een evident gevaar voor de veiligheid) verschuilt de minister zich achter een negentiende-eeuwse visie over “de vrijheid van godsdienst”. We gaan met andere woorden wachten tot ze effectief tot aanslagen overgaan. Het probleem is dat de N-VA een heel verkiezingsverhaal heeft gebouwd op de belofte van “verandering”. Maar dit voorbeeld is weer een illustratie van hoe braaf de partij steeds binnen de lijntjes blijft kleuren. Nooit wordt een baken verzet of blijk gegeven van veel ideologische moed.

De islam is het dossier waarin de N-VA haar kiezers waarschijnlijk het meest ontgoochelt. Deze week legde De Wever aan de VRT uit: “Ik heb geen woord islamkritiek geuit. Zoek mij maar één voorbeeld. Er is er geen.” Aan de Morgen verduidelijkte hij zijn stelling: “Ik heb geen probleem met de islam, maar wel een extremismeprobleem binnen de islam.” Wat is de zin van die beschroomde nuance, als men weet dat er geen islamextremisme zonder islam is en geen islam zonder islamextremisme?

In 2014 bracht Bart de Wever het verkiezingscongres van zijn partij in vervoering met volgende uitroep: “Niets is zo sterk als een idee waarvoor de tijd is gekomen!” Het idee dat de islam niet is als andere godsdiensten en een gevaar inhoudt voor onze samenleving is het krachtigste politieke idee van deze tijd. Het wordt niet alleen gedeeld door de volbloednationalisten en de conservatieven van wie je het kan verwachten, maar ook door steeds meer vrijzinnigen, homo’s en mensen die voor het overige geen enkele interesse tonen in ideologie.

Het is een idee dat niet meer te stoppen is. En het heeft geen enkele zin zich vast te klampen aan ouderwetse interpretaties van de godsdienstvrijheid. Degenen die zich verzetten tegen de opmars van de islam zijn immers helemaal niet gemotiveerd door religieuze intolerantie. Zij hebben geen enkele interesse in de geloofsbelevenis van om het even wie. Hen interesseert enkel de gevolgen voor de samenleving waarin zij wonen en hun kinderen moeten opgroeien. Als De Wever en de zijnen geen manier vinden om die zorg politiek te vertalen en gestalte te geven in concrete maatregelen, is dat niet alleen jammer voor de electorale toekomst van zijn partij. Het is vooral heel spijtig voor Vlaanderen.