Ik was de voorbije dagen in Berlijn voor het verjaardagsfeest van een steengoed en tegendraads blad: Junge Freiheit. Dat JF bestaat 30 jaar en werd tijdens het weekeinde overvloedig in de bloemen, de toespraken en de lof gedompeld. Dieter Stein is de hoofdredacteur van het nationaal-conservatieve weekblad en je vindt hem binnenkort in ‘t Pallieterke met een interview. JF is een verademing naast de zichzelf muilkorvende Grote Pers van de oosterbuur.

Op het feest van Junge Freiheit hadden de bedieners van tapkranen en de kurkentrekkers het druk. Buiten de feesthal bij de Funkturm, waar tot einde van de jaren negentig de dierlijke ernst van de DDR heerste, was het zuipen tot steen des aanstoots geworden. Berlijn koestert plannen om het drinken op straat, wat een kenmerk is van de Duitse hoofdstad, aan banden te leggen. De Berlijnse overheid is het zuiptoerisme hartstikke beu. De Berlijnse schepen van Economische Zaken neemt het voortouw in de campagne tegen het zogenaamde Wegbier.

Hier lacht de dorst

Op de gevel van een bierwinkel in een Turkenwijk staat te lezen “Hier lacht de dorst”. Die slogan wordt echter om te huilen, want kratjes, blikjes en flesjes naar buiten sleuren om lekker met je gat op het asfalt gerstenat te drinken en oeverloos te kletsen, kan wel eens “verboten” worden. Alle toeristensteden kampen met de druk van hordes die het leven uit de mooiste straten persen en de roep om “eigen burgers eerst en best” versterkt. Denk aan de situatie in Vlaanderen van Brugge. De vierkante kilometers rond het belfort en zijn frietkoten zijn geplaveid met Texanen, Indiërs, Javanen, Spanjolen en Russen. Akelig.

Cornelia Yzer (CDU), ja, zo heet de Fraulein écht, wil in Berlijn geen einde aan de verkoop van bier, echter, ze verzet zich tegen het publieke drinken, het drinken op straat. Wandel door Kreuzberg, door Charlottenburg, rond de Brandenburger Tor en je ziet het sterk ingeburgerde gebruik: hijsen op straat.

Wat is er leuker dan ‘s morgens je dag te dopen met een blikje in de hand op een zonnig bankje of de halve liter meezeulen op de S-Bahn of de U-Bahn? Iedereen doet mee aan de Berlijnse stadssport: jong en oud, burgerlijk en hippie (een gedateerd woord, maar het zegt wat het moet zeggen). Overal vind je de zogenaamde Fusspils: in de kiosk, de supermarkt of de Späti, de nachtwinkel. Juurd Eijsvogel van NRC Handelsblad bezocht de bierwinkel van Wolfgang Kley in Kreuzberg met een selectie van meer dan honderd bieren, en het is er een komen en gaan van dranklustige lieden. De klanten lopen buiten met één of twee flesjes die zij meteen openen en meezeulen. Langs het Landwehrkanal aan bierzaak Kley is het op een warme lenteavond laveren tussen de wandelaars met een geopend flesje in de hand.

Voor schepen Yzer is de lol van dit alles ver te zoeken. Gemoedelijk Berlijn is het voor haar niet. Zij ziet de Wegbierfanaten aanzwellen en het is toerisme dat zij niet wil. Yzer kondigde aan in de kranten om bepaalde wijken met overlast op slot te doen voor de Fusspils. Bierhandelaar Kley vind dat maar niks en liet verstaan aan Eijsvoogel: “Ik heb de stad en de buurt zien veranderen sedert de jaren zeventig toen ik mijn zaak opende. De Muur heb ik meegemaakt en zien vallen, niet ver van hier. De buurt verkommerde en is nu weer hip geworden. Maar wat er ook gebeurt, de mensen blijven bier drinken. Ook op straat als het verboden is.”

WK voetbal

Wat Yzer overweegt, is niet nieuw in Berlijn. Tot tien jaar geleden was Fusspils in Berlijn en andere Duitse steden verboden, geen alcohol in de straten. Dat verbod werd opgeheven bij het WK voetbal in 2006 en is sindsdien niet meer heringevoerd.

Cornelia Yzer vindt politieke tegenstanders op haar kruistocht. De chef van het Berlijnse bureau voor toerisme vindt het Wegbier horen bij het Berlijngevoel en wil er niet vanaf. De overlast van de zuipers is minder het bier dan de onhebbelijke gewoonte, die er klaarblijkelijk bij hoort, om de flesjes stuk te gooien. Scherven op straat zijn een Berlijnse plaag. De plaats om te zijn in Berlijn, als Vlaamse biergenieter, is de Admiraalsbrug van het Landwehrkanal. Daar verbroederen de venten en de vrouwen van de Fusspils met sympathisanten van over gans de wereld. Op de zondag na het feestje van Junge Freiheit ben ik mij daar zelf van gaan vergewissen, want ik logeerde op een kilometer van de brug. Het is er lawaaierig, vol van Bier, Wein und Gesang. De buurt maakte daarover van haar oren en de politie verordende daarop dat het Schluss moest zijn na tien uur ‘s avonds. Weinig van gemerkt. Wie men ondervraagt over de viering van de straatalcoholica zegt overtuigend dat het in Berlijn niet zonder kan. Andere Duitse steden missen de losheid van het brallen met een biertje. Tegen Cornelia Yzer speelt een eenvoudig argument: hoe kunnen de dienders in godsnaam dit maatschappelijk gebruik terugdringen? Straatzuipers op de bon? Berlijn heeft wel andere problemen, dan een uitbarsting van vrolijkheid te bevechten met puritanisme.

Kurt Ruegen