Een beetje onvoorzichtig

Mijnheer de bochtenpakker,

Gij dacht dat gij als Gentse burgemeester in een positie waart terechtgekomen van waaruit gij oppermachtig op het plebs op de planeet Aarde kondt neerkijken zonder nog een woord verantwoording aan iemand schuldig te zijn. Gij werdt een van de ongenaakbare oppersossen die imperiaal meende te moeten heersen en waarvoor de media gewillig gingen kruipen, want gij waart toch zo een sympathieke Strop, een volksmens als het ware. En zo werdt gij onaantastbaar. Wie zelfs nog maar beleefde kritiek op u of uw beleid durfde te hebben, werd als kwaadwillig en zelfs haast als ‘ondemocratisch’ aanzien.

Maar wat er vorige week allemaal gebeurde, heeft uw reputatie wel meer dan een flinke deuk gegeven. Om niet te zeggen dat daar vandaag haast niks meer van overgebleven is. Gij zijt van uw ivoren toren gevallen, en niet zonder kleerscheuren. Nadat uw stadsgenoot Luc van den Bossche in het oog van de Optima-storm terechtkwam, waren er toch enkele onverlaten die het aandurfden ook uw naam te noemen in de sfeer van Optima-baas Jeroen Piqueur. Gij waart met hem gezien op een boot in het Zuid-Franse Cannes, samen met nog enkele schepenen van uw stad. Om zaakjes te doen. Voor de stad, zegt gij nu. Eerder op de week zegde gij Piqueur niet of nauwelijks te kennen en dat gij nooit op een boot met hem waart geweest, dat de relatie Gent-Optima zelfs onbestaande is. Tot het tegendeel bleek, want ook uw medeschepenen kunnen praten. En de link werd aangetoond op de webstek van de stad Gent zelf… Later bleek dat gij speechte op zijn huwelijk en zijn bedrijf bezocht. Maar naarmate ook de media gingen spitten in het verhaal, kwamen telkens weer andere waarheden aan het licht en moest gij telkenmale uw verhalen bijstellen. Ja, als een kat in het nauw begont gij rare sprongen te maken.

De goegemeente heeft dan ook genoten van het smoelwerk waarmee gij telkens weer opdook en hoe gij het elke keer opnieuw probeerde krampachtig in de plooi te houden. Het werd altijd maar bedrukter en triestiger. De gore ellende kon men in uw ogen zien. Gij voelde immers met uw ellenbogen aan dat het net zich rond u begon te sluiten en dan begont gij domme dingen te doen. Zelf eventjes een procureur opbellen met de vraag om het bewijs van uw onschuld te leveren, bijvoorbeeld. Welke burger kan dat, mijnheer de oppergod? En toen dat veel te kort door de bocht leek, leverde gij uzelf uit aan de deontologische commissie van de stad Gent, steeds maar vooruit vluchtend in een poging om de waarheid altijd nog een stapje voor te blijven.

Onderweg werd nagetrapt en werd gezegd dat het allemaal de schuld is van de N-VA die uw vel wil, met uw Gentse concurrenten Peter Dedecker en Siegfried Bracke op kop. Ook de pers krijgt het te verduren, want daar zoudt gij uw verhaal niet mogen doen. Terwijl gij bijvoorbeeld op een uitnodiging van Terzake niet ingaat… Gij wordt steeds nerveuzer, want gij weet ondertussen maar al te goed dat barbertje moet hangen. En zal hangen.

Donderdagavond kwam dan uw persmededeling waarin gij zegde in uw contacten wat onvoorzichtig geweest te zijn en een perceptie hebt gecreëerd die tot verkeerde interpretaties kan leiden. Maar gij geeft geen uitleg welke die onvoorzichtigheden dan precies zijn…

Ondertussen ligt de politieke wereld in een deuk bij dit staaltje van zoveel gekronkel en veranderingen van versies. Geen kat gelooft u nog. Men begint al geamuseerd uit te kijken naar uw verhalen van morgen en overmorgen en daarna. Een politicus die door eigen dikke schuld zo diep in de str**t zit, houdt beter de eer aan zichzelf. Het is zaterdag als ik dit briefje naar u schrijf. Het zou mij niet verbazen mocht gij vandaag – donderdag – onder de aanhoudende druk, ook van uw groene kartelpartner, al met pek en veren uw burgemeesterstroon hebben verlaten. Leugenaars, zeker als ze politicus zijn, verdienen niet beter.

’t Pallieterke