Communautaire ambras groot genoeg voor zalige scheiding

Communautaire ambras groot genoeg voor zalige scheiding

De jongste weken ontspon zich een debat over België als ‘failed state’, als ‘mislukte staat”. Dat wakkerde aan na – vooral buitenlandse – analyses over de terreuraanslagen. Het leidde tot verzinsels over het opnieuw versterken van deze versnipperde staat. Dat zoveelste achterhoedegevecht werd bijna hilarisch bij de recente opstoot van communautair gekleurde sociale agitatie. De Belgische geschiedenis kende wel meerdere kritische momenten, relativeerde Walter Pauli in Knack. Zijn verhaal beloopt de periode van de collaboratie en de repressie tot De Witte mars in 1996. Pauli had kunnen terugkeren tot 1830.

Wat daarna volgde, was een lange periode van verpulvering van het unitaire België. Om evidente redenen, want dit land is een labiele constructie boven een economische en sociale, politieke en culturele kloof. “Voor het Belgiekske nikske luidde ooit de slogan van radicale Vlaamse bladen als ’t Pallieterke”, schrijft Pauli. Hadden de flaminganten van toen ongelijk? Zitten die van vandaag fout als ze die slogan hebben omgezet in een rationele analyse?

Voor veel media is elk communautair debat er één te veel, want we moeten ons bezighouden met “de echte problemen van de mensen”, toch? De jongste dagen leerden we dat Vlamingen en Walen ook daarover totaal anders denken.

Een slimme professor leerde ons ooit dat alles wat we doen of laten zich afspeelt op drie terreinen: het economische en sociale, het culturele en het politieke. Op al die terreinen zorgen de verschillen tussen Vlamingen en Walen voor complexiteit en problemen.

Cultuur

Vanaf 1830 waren de culturele verschillen problematisch. Taal en derhalve ook cultuur zorgden voor twee gescheiden samenlevingen. Daar kon La Belgique niks aan veranderen. De Vlaamse Beweging heeft er anderhalve eeuw aan gewerkt om met taalwetten duidelijke grenzen te trekken en een passend kader te creëren voor de eigen gemeenschap. De weliswaar onvolmaakte splitsing van BHV was een laatste stap naar de opbouw van een geografisch volwassen geworden Vlaamse natie. Daarbinnen gaan de Vlamingen vandaag volwassen om met een eigen aanpak van onderwijs, media, cultuur en kunst. Daar past geen Belgisch hoedje op, ook al proberen progressieven en belgicisten daar krampachtig nog wat aan te doen.

Economie

Ook de economische en sociale verschillen zaten al snel in het jonge België ingebakken. De zware industrie nestelde zich vooral in Wallonië, veel minder in het agrarische Vlaanderen. Hetzelfde gebeurde met het linkse, socialistische syndicalisme. Maar na de terugval van de zware industrie overleeft het tegenwoordig nog alleen in de ambtenarij. Wallonië miste de trein van de economische vernieuwing en klampte zich vast aan de illusie dat de klassenstrijd de problemen zou beperken of oplossen. In Vlaanderen kwam de industriële ontwikkeling vooral later op gang. Het syndicalisme was hier gematigder, en ACV-gekleurd. Die breuklijn was nooit scherper dan vandaag. De communautaire angel prikt overal. Nu ook in zowat het laatste stukje huid van deze staat.

Politiek

Deels samenhangend met de culturele en socio-economische verschillen ontwikkelden zich ook grote, onuitwisbare regionale politieke verschillen. Een Belgische wafelijzerpolitiek moest de kloof wegmasseren. Elke frank voor infrastructuur of ontwikkeling in de ene regio werd in de andere regio gecompenseerd. Een waanzinnige verspilling van overheidsgeld, bovenop de eeuwige, niet-transparante en inefficiënte transfers. Daardoor werd het politieke bedrijf een paternoster van communautaire twisten.

Eerst de meest Vlaamsgezinde partijen, later de nieuwe Vlaams-nationale partijen (VU, VB, N-VA) bouwden electoraal succes op het getimmer aan minder België en meer Vlaanderen. De traditionele partijen zakten weg in de tabellen. Bij de verkiezingen van 2004 behaalden CD&V, sp.a en Open Vld nog 61 procent van de Vlaamse stemmen. In 2014 nog 48,1 procent en bij de jongste peiling van VTM/HLN nog amper 42,6 procent. In Wallonië deed de machtige PS ook graag haar eigen zin. Het koningshuis, de elite en de klassenstrijders spartelden tegen, maar voerden een achterhoedegevecht.

De politieke verschillen tekenden ook het maatschappelijke debat tussen een rechtser Vlaanderen en een linkser en vooral socialistischer Wallonië. Vandaag verliest de PS pluimen, maar dan wel aan radicaal-links (PTB), dat in Vlaanderen niet eens de kiesdrempel haalt. Radicaal-rechts vormt alleen in Vlaanderen een politiek sterke formatie (Vlaams Belang), in Wallonië komt het niet van de grond. De Vlamingen denken anders over migratie en asiel, over veiligheid en criminaliteit en minder politiek correct over maatschappelijke thema’s dan de Franstaligen.

Erkenning

Vandaag escaleert nu ook de syndicale kloof. De media kunnen er niet meer omheen.

“De stakingen zijn communautairder dan ooit geworden”, schreef Bart Haeck in De Tijd. “De Franstaligen zijn het hoofdstuk ‘confederalisme’ van het verkiezingsprogramma van de N-VA voor 2019 aan het schrijven”. Volgens zijn collega Wim van de Velden wordt de strijd geleid vanuit marxistisch Franstalige hoek… “De Wever weet dat er in Vlaanderen ook onvrede is, maar dat de onvrede over de onvrede nog veel groter is… Dat het verzet tegen het regeringsbeleid uiteindelijk in een communautaire breuk uitmondt, is nota bene de strategie die Bart de Wever in de verkiezingscampagne uit de doeken deed”.

“De vakbondsacties zijn steeds meer politieke manifestaties met een moddervet communautair accent”, signaleert Lex Moolenaar in Gazet van Antwerpen. “Koren op de molen van de partijen die ijveren voor confederalisme (N-VA) of voor een splitsing van het land (Vlaams Belang)”.

Ook Luc van der Kelen in Het Laatste Nieuws ontdekt dat De Wever het slim speelde. “De communautaire standstill belet niet dat de scheiding der geesten ook tot uiting komt op sociaal en maatschappelijk vlak tussen het ondernemersvriendelijke Vlaanderen en het altijd wel in revolutie verkerende WalloniëWallonië en Brussel hebben veel, hun welvaart en welzijn, te verliezen als ze verder gaan op de weg om Vlaanderen van zich af te stoten.”

Wanhoop?

Alleen in De Morgen (en aanverwante media als Apache, De Wereld Morgen, Sampol) lees je nog wel eens iets anders. Je zou voorwaar medelijden krijgen met de journalisten die zich in bochten wringen om te relativeren.

Joël de Ceulaer komt niet verder dan wat kritiek op de N-VA die “minachtend en met misprijzen” spreekt over de stakingen en wat slappe beschouwingen over dankbaarheid. “Rechts vindt dat vooral de armen dankbaar moet zijn, links vindt dat iedereen, dus ook de rijken, dankbaar moet zijn.” De Ceulaer dweept met radicaal-linkse publicisten voor wie “bezit behoort aan de gemeenschap”… Maar hij vindt wel dat rechts de ideeënstrijd heeft gewonnen.

“Wie de huidige protestgolf een communautaire inslag wil geven, hanteert een even verborgen agenda als een eeuw geleden”, jammert Jaak Brepoels, auteur van Wat zoudt gij zonder ’t werkvolk zijn (sp.a Leuven). Optimist Wim Vermeersch, hoofdredacteur van het sociaaldemocratische maandblad Sampol voorspelt een heropleving van links” want “de bevolking volgt”…

De Waalse journalist Christophe Deborsu riep maandag bij Van Gils de Vlaamse vakbonden zelfs op mee te staken… om België te redden.

Wankel

Blijft natuurlijk het feit dat de onvrede bij de Franstaligen inderdaad ook te maken heeft met de zwakke politieke positie van Wallonië in de federale regering. Velen hebben dat blijkbaar pas twee jaar na de verkiezingen ontdekt. De MR, de enige Franstalige regeringspartij, bezet met een kwart van de stemmen maar 20 van de 63 Franstalige zetels. De Zweedse formule was de gok van De Wever. Ridder of mis? Stilaan wordt het menens.

Di Rupo mag dan al ontkennen dat hij niet de motor is van het verzet, de banden tussen PS en FGTB zijn wat ze zijn. Trekt hij nog de Belgische kaart – met weinig kans op succes – of resoluut die van Wallonië?

Misschien zijn beide sterkhouders er al langer van overtuigd: de communautaire kloof is groot genoeg voor een zalige scheiding.

’t Pallieterke


Tags assigned to this article:
2016-22Hoofdartikel

Related Articles

Film (A Quiet Passion)

A Quiet Passion De Britse cineast Terence Davies maakt niet veel films, maar als hij er één maakt, is het

Jheronimus Bosch 500

In het “Noordbrabants Museum” in ’s-Hertogenbosch opent op 13 februari ‘Jheronimus Bosch 500’, de grootste tentoonstelling ooit over het werk