“Wie spreekt er nu nog over de Armeniërs?”, is een beruchte uitspraak van Adolf Hitler. “Heel de wereld, tot vandaag” is het correcte antwoord, tot woede van een groot deel van de Turken.

De volkerenmoord van 1915 op de christelijke Armeniërs komt geregeld in de actualiteit omdat dwaze Turkse politici en hun opperschurk Erdogan zich belachelijk maken en het licht van de zon blijven ontkennen. Nu weer omdat het Duitse parlement de moord als een genocide heeft bestempeld (al vind ik dat een parlement zich niet mag moeien met historische feiten en interpretaties). In het Turkse strafwetboek staat het infame artikel 301 dat een belediging van de Turkse identiteit strafbaar stelt, en dat artikel wordt steevast gebruikt om Turken die de historische realiteit aanvaarden te vervolgen. Vooral de Turkse historicus Taner Akçam is de gebeten hond omdat hij de slachtingen van Armeniërs met Turkse bronnen bewees. Die zijn geschreven in het vroegere Osmaans Arabisch schrift en dus zeer moeilijk te ontcijferen door westerse historici. Akçam leeft en doceert in Duitsland en de VS, want in eigen land is hij zijn leven niet zeker.

Natuurlijk zijn de Turkse politici niet zo gek om te ontkennen dat veel Armeniërs vermoord werden, maar zij en hun Turkse lakeien in de diaspora in West-Europa (zeker bij ons) nemen vooral aanstoot aan de term “genocide”. Dat woord implementeert “daden met de bedoeling een nationale, etnische of religieuze groep geheel of gedeeltelijk te vernietigen”. De definitie dateert uit 1944 en is bedacht door de Poolse jurist Lemkin, maar kan ze met terugwerkende kracht toegepast worden op de Armeense slachtoffers? Genocide betekent immers ook dat er een plan en een centrale leiding zijn om massaal te moorden. En dat wordt nu juist door de Turken ontkend want volgens hen zijn er her en der verspreide moorden gebeurd. Daarenboven was het oorlog en lieten de Armeniërs zich ook niet onbetuigd. “En verder moet nog veel historisch onderzoek gebeuren.” Dat is de prietpraat die je voortdurend hoort uit de mond van veel Turken die in West-Europa een parlementszetel bezitten en die het zich niet kunnen veroorloven om ronduit te liegen. In werkelijkheid weten zij en hun echte bazen in Ankara heel goed dat het woord “genocide” op zijn plaats is.

Moorden op hetzelfde tijdstip in heel Anatolië

Voor de chronologie van de gebeurtenissen verwijs ik naar mijn artikels in ’t Pallieterke van 1 maart en 8 maart 2011 (binnenkort ook digitaal te lezen als u uw steentje voor de digitalisering bijdraagt). Wel moet u onthouden dat de genocide van 1915 de derde op twintig jaar tijd was, want ook in 1895 en 1908 waren al honderdduizend Armeniërs vermoord. Het belangrijkste huidige Turkse tegenargument luidt nog altijd dat er geen enkel schriftelijk bevel bestaat van de toenmalige regering van Turkse nationalisten (de Jonge Turken) met een klare en duidelijke opdracht. Dat is natuurlijk een drogredenering (ook een door Hitler ondertekend bevel tot de uitroeiing van de Joden bestaat niet). Er zijn echter veel andere bronnen. In april 1915 gaf minister van Binnenlandse Zaken Mehmet Talaat het bevel om honderden Armeense intellectuelen, bankiers, zakenlui en politici op te pakken in een gecoördineerde actie in de toenmalige hoofdstad Istanboel. Een maand later keurde het Ottomaanse parlement de Wet op de Verplaatsing goed die bepaalde dat alle Armeniërs moesten gedeporteerd worden naar Syrië, dat toen nog tot het rijk behoorde. Talaat liet de gearresteerde Armeense vooraanstaanden direct vermoorden. Hij en de andere Turkse ministers hadden al het jaar voordien een “Speciale Organisatie” opgericht om gruweldaden te voltrekken, want ze vreesden dat niet iedere Turkse officier bereid was onschuldige mensen met honderden tegelijk te vermoorden. Mustafa Kemal (de latere Atatürk) weigerde bijvoorbeeld. De Speciale Organisatie bestond uit Turkse vluchtelingen uit de Balkan, vrijgelaten zware misdadigers en fanatieke Turkse en vooral Koerdische mohammedanen. Opvallend en het beste genocidebewijs: overal en bijna altijd tezelfdertijd begonnen in Anatolië razzia’s in steden en dorpen op Armeniërs. De bevelen werden niet per telegraaf verstuurd maar per koerier. Er bestaan zeer veel getuigenissen van gouverneurs en officieren die meldden: “Ik kreeg deze orders die me werden voorgelezen en die ik moest volgen.”

Turkse leugens

Leger en Speciale Organisatie werkten samen en vermoedelijk slaagden zij erin in totaal ongeveer 1.500.000 Armeniërs als vee bij elkaar te drijven en hen in colonnes te laten opmarcheren. Minister Talaat liet ons een gruwelijk zwart boekje achter waarin hij de statistieken van de deportaties noteerde. Mensen kregen nauwelijks de tijd wat kledij en voedsel mee te nemen en moesten hun huizen en bezittingen op een paar uur tijd verlaten. Overal werden mannen en jongens vanaf 13 jaar gescheiden van de bejaarden, vrouwen en kinderen. Eens buiten het zicht van hun familie werden ze neergeschoten, met de bajonet afgemaakt of verdronken. De kolonnes marcheerden inmiddels vanuit alle hoeken en kanten naar de Syrische woestijn. Uiteraard bestond onderweg geen enkele voorziening om de sukkelaars water of voedsel te bezorgen. Mensen die niet konden volgen, werden afgemaakt en de Turkse en Koerdische milities profiteerden ervan om de christelijke vrouwen aan te randen vooraleer ze te vermoorden. Geregeld waren de leden van de Speciale Organisatie de mars beu en dan vermoordden ze iedereen. Het aantal Armeense slachtoffers varieert volgens de historici tussen achthonderdduizend en één miljoen. Tenslotte arriveerden toch enkele honderdduizenden overlevenden in kampen in Syrië, waar weinig voorzien was. In de zomer van 1916 trokken milities van de Speciale Organisatie die kampen in om alle vrouwen en kinderen af te slachten. Die daden ontkrachten ook de klassieke Turkse leugen dat de acties gericht waren tegen Armeense collaborateurs, die met het Russische leger zouden hebben gecollaboreerd. De mannen die dat konden doen, waren inmiddels allang vermoord en de kampen bevonden zich op duizend kilometer van het Turks-Russische front.

Nazi’s: Europese mohammedanen

Wat waren de redenen voor die beestigheden? Ten eerste geloofden de Turken dat hun staat maar goed kon functioneren als die etnisch homogeen was. Er mochten nergens meer dan vijf procent Armeniërs leven. Ten tweede waren zeer veel Turkse leiders geboren op de Balkan en ze hadden verbitterd meegemaakt dat overal nieuwe en christelijke staten ontstonden die de Turken verdreven. Ten derde hoopten zij de verloren gebieden te compenseren met nieuwe veroveringen ten koste van de Russen in Russische koloniale gebieden als Oezbekistan, Kirgizië en Turkmenistan waar de meeste mensen van Turkse origine waren. De Armeniërs woonden echter vooral in het gebied dat tussen de twee loten van de Turkse stam lag. En er was de eeuwige haat van mohammedanen voor christenen die, niet gehinderd door islamitische flauwekul, initiatiefrijker, moderner en welvarender waren. Mag daaruit de conclusie getrokken worden dat de Turken de nazi’s van het Midden-Oosten waren? Dat klinkt logisch als men de boef Erdogan hoort verkondigen dat men het bloed van Turkse tegenstanders in Duitsland moet onderzoeken om te controleren of het wel echte Turken zijn. Maar neen, die stelling klopt niet. Het mohammedanisme was al dertienhonderd jaar voor de nazi’s verschenen een misdaad tegen de menselijkheid. Het is daarom veel correcter de nazi’s Europese mohammedanen te noemen.

Jan Neckers