De boeken “Islamisme” van Emilio Platti en “Soefi’s, Punkers & Poëten” van Jonas Slaats liggen binnen handbereik, maar hebben de voorrang moeten geven aan “De Huismeester, de Mammoet en de Moslim” van Hans Moll. Bij de eerste twee geschriften ruik je lijfelijk dat ze nuttig én ernstig zullen zijn, slimmigheid om uren op te kauwen. Moll mengelt zwans, spot en ernst (beperkt) door mekaar in schetsen die zappen tussen mededogen en kritiek op de moslims.

Dus, eens te meer publiceert de niche-uitgeverij De Blauwe Tijger uit het Groningse een tegendraads boek. De inleiding van Molls boek is geschreven door Wim van Rooy. Hij werd omhelsd door De Blauwe Tijger voor zijn krachtige boek “Waarover men niet spreekt” toen Pelckmans niet durfde of niet wilde. Een bestseller werd het ondertussen.

Hans Moll was zevenentwintig jaar journalist van de Nederlandse kwaliteitskrant NRC Handelsblad en noemt zich vandaag huismeester, de plechtige en hogere variant van huisman of huissloof. Hij is een Indo-Europeaan, een zoon uit een Nederlands geslacht met gemengd Europees-Indonesisch bloed. Van inwijking en aanpassing weet hij dus alles uit zijn onmiddellijke omgeving.

Islamofoob als eretitel

Inleider van Rooy noemt Molls boek “weinig geruststellend” en somt dan op: het is grappig-vilein en visionair vanuit het eigentijds-huishoudelijke gebeuren met de rol van de nieuwe man en de biologische kloof tussen man en vrouw. De tegenstelling tussen de lachwekkende hedendaagse klusjesman en pseudopoetshulp van het Westen en de overheersende moslimman met de losse handjes om de vrouw te temmen, die vandaag huidnauw samenleeft met de eerste soort, leidt bij Moll tot kritiek op de eigen situatie en de vaststelling dat de invoer van islamieten in onze contreien uitzichtloze maatschappij- en huisproblemen uitlokt. De schrijver switcht vol kennis van wasknijpers over zakmessen naar mondgeur, wc-eend, scheten, geilheid, kamperen naar mannen die watjes zijn (zoals hij dat met zelfspot werd), Keulse billenknijpers en het gebrek aan nieuwsgierigheid van moslimmensen.

Op moslimknuffelaars heeft hij het niet begrepen. Met zachte zwier doopt hij zichzelf tot islamofoob en doet dat naar analogie van wat met het aanvankelijk verwerpelijke begrip geus gebeurde: van scheldwoord tot eretitel. In het stukje “Poepen en plassen” treitert hij zijn zuiderburen met de vraag: Waarom gooit een Belg stukjes brood in de wc? Om de wc-eend te voeren. Daarop volgen bekentenissen over zijn plasgedrag, hij doet het zittend.

Trekt u de neus op voor de viespeuk? Geloof mij, Moll is een volgeling van de Fransman Rabelais die alle zintuigen en alle lichaamsopeningen betrok bij zijn prachtige teksten en wereldliteratuur schreef. Moll legt bijvoorbeeld een bruggetje tussen de lichaamsgeuren en de moslims. Een wind laten, zit veel moslims dwars. Het onderwerp “How to reduce farting” (hoe je scheten verminderen) op een forum van het Nigeriaanse Nairaland, een onlineclub, heeft bijvoorbeeld 1456 “views”. De stelling van de moderator is duidelijk: een wind maakt moslims onrein. Enzovoort.

Hans Moll is een drollige kwast in de jonge wetenschap van de moslimologie en hij laat u op enkele uren onder de leeslamp genieten en gruwen van kantjes van de gelovige mohammedaan waar Platti en Slaats en hun ernstige soortgenoten niet toe komen.

Frans Crols

“De Huismeester, de Mammoet en de Moslim”, Hans Moll, uitgeverij De Blauwe Tijger

ISBN 978-94-92161-06-2