Als men over de “asmogendheden” spreekt, vallen altijd de namen Duitsland, Italië en Japan. “Der Vierte im Bunde” wordt altijd vergeten: Roemenië.

Groot-Roemenië

Het land komt verarmd uit de Eerste Wereldoorlog. Het blijft tot 1916 neutraal, maar schaart zich dan aan de zijde van de geallieerden die meer bieden dan de Duitsers, Oostenrijkers en Hongaren. Die dwingen de Roemenen op de knieën in mei 1918 en happen een flink stuk uit het grondgebied. Als compensatie geven de Duitsers het ten oosten van Roemenië liggend Bessarabië  (nu Republiek Moldavië) dat ze bij de verslagen Russen pikken. Overigens spreken de meeste inwoners van dat gebied Roemeens. Zes maanden later is het vernederde Roemenië de grootste overwinnaar van de oorlog.

Het mag de Russische buit behouden; krijgt er een stuk Boekovina bij en sleept heel Transsylvanië binnen dat al eeuwen bij Hongarije behoort maar waar ook 50 procent van de inwoners Roemeens praat, al gehoorzaamden ze altijd braaf de keizer-koning van Wenen. De Roemenen krijgen er wel anderhalf miljoen Hongaren en bijna een miljoen Duitsers bij die daar ook al generaties resideren en die niet gelukkig zijn met die “Anschluss”. Roemenië is een arm landbouwland, weinig geïndustrialiseerd, uitgezonderd de olievelden van Ploiestie. De grootgrondbezitters (nauwelijks 6.000) bezitten de helft van het land en ze leven op grote voet in Wenen of Parijs. Ze verpachten hun gronden aan een rentmeester die hen veel huur betaalt en op zijn beurt de arme boertjes uitperst. De meeste van die rijke pachters zijn Joden.

De groenhemden

Roemenië met zijn Romaanse taal (sterk door het Slavisch beïnvloed) kijkt veel naar Frankrijk en Italië. Wanneer de fascisten van Mussolini in 1927 de volledige macht grijpen, krijgen ze haast onmiddellijk bewonderaars en navolgers in Roemenië. Een paar jonge studenten stichten in 1927 het Legioen van Sint-Michael. De beweging richt drie jaar later ook een privémilitie op en doopt haar de IJzeren Garde; een naam die uiteindelijk de verzamelnaam van alle Roemeense fascisten wordt. Zij volgen deels de Italiaanse voorbeelden. De leden zijn jong (totalitaire bewegingen zijn altijd “jeugdig”) en dragen een uniform: het groene hemd. Ze propageren het corporatisme en zijn fanatiek nationalistisch, want het nieuwe Groot-Roemenië telt 30 procent niet-Roemenen die onder de duim moeten gehouden worden.

Op andere punten wijkt de IJzeren Garde af van het origineel. De leden zijn zeer gelovig en verdedigen het Grieks-orthodoxe christendom. Ze organiseren geregeld processies en ze verafschuwen de militant atheïstische Sovjet-Unie. Natuurlijk willen ze Bessarabië niet verliezen. De Garde rekruteert vooral studenten en de boeren en is van meet af aan keihard antisemitisch (cf. de rol van Joodse pachters) wat het Italiaans fascisme lange tijd niet is.

De IJzeren Garde is onmiddellijk gewelddadig en blijft het; veel meer dan de Italiaanse fascisten en zelfs de Duitse nazi’s. Officieel is Roemenië een democratie, maar de koning en de regerende elite gebruiken liever de zweep dan het woord. Het land heeft geen traditie van overleg, maar wel van mateloze corruptie en vriendjespolitiek, ruzies met veel Balkangeweld en geregeld een oorlog. Door de economische crisis van 1929 gaat de levensstandaard nog verder achteruit en de IJzeren Garde wint aan populariteit.

Extreem gewelddadig

De IJzeren Garde gaat er met de grove borstel door. Tegenstanders worden geïntimideerd, mishandeld en desnoods vermoord. Bij kleine pogroms sterven geregeld Joden. Ten slotte, na jaren terreur, verbiedt de regering de organisatie. Prompt vermoordt ze de eerste minister. De rust keert weer en na een tijdje mag de IJzeren Garde opnieuw in de openbaarheid komen. Ze wordt een politieke partij die zelfs deelneemt aan de verkiezingen en eventjes de derde partij van het land wordt met 16 procent van de stemmen. Ze telt 270.000 leden en krijgt de steun van andere partijen om een numerus clausus in te stellen voor Hongaren, Duitsers en Joden aan universiteiten en in overheidsbetrekkingen. Maar ze blijft een revolutionaire en gewelddadige organisatie.

In 1938 laat de koning de 13-koppige leiding arresteren en zonder proces afmaken (“neergeschoten op de vlucht”). Uit wraak vermoordt de IJzeren Garde een volgende eerste minister, waarna de regering het lagere kader uitroeit. Het leger, dat met de IJzeren Garde sympathiseert, schuift generaal Ion Antonescu naar voren en die vormt met de Garde een regering. Fascisme op of af, maar het land blijft neutraal na de Duitse overval op Polen, want het is de harde Duitse bezetting in de Eerste Wereldoorlog niet vergeten. Wanneer Hitler in 1940 de geallieerden vernietigend verslaat, begrijpen de Roemenen dat ze niet meer moeten rekenen op hun vroegere bondgenoten uit de Eerste Wereldoorlog. Hitler geeft zijn Sovjetvrienden de toestemming Bessarabië en de Noordelijke Boekovina in te lijven, en prompt slachten de Sovjets de Roemeense elite daar af. De Hongaren krijgen tevens van Hitler een flink stuk van Transsylvanië terug. Het is genoeg geweest voor de IJzeren Garde, die een staatsgreep pleegt tegen Antonescu. Die heeft zich echter van rugdekking voorzien en belooft Hitler dat het Roemeense leger bij een veldtocht tegen de Sovjet-Unie meevecht. Hitler is meer geïnteresseerd in dat grote leger dan in een harde maar ongedisciplineerde fascistische beweging en steunt de Roemeense generaal die Hitler, Mussolini en Stalin imiteert en zich ook Leider (Conducator) laat noemen.

Het leger slaat de staatsgreep neer en de weinige overlevende kaders vluchten naar Duitsland, waar ze prompt in een concentratiekamp terechtkomen, zij het zonder de ontberingen. Wanneer Hitler de Sovjet-Unie aanvalt, vormt het Roemeense leger de rechtervleugel, met 800.000 soldaten; meer dan alle Duitse bondgenoten en hulptroepen bij elkaar. Veel leden van de Garde vechten in het leger, heroveren Bessarabië en mogen van Hitler nog een flink stuk van Oekraïne besturen dat ze willen annexeren. Ze vermoorden er zo’n 300.000 Joden, al weigert Antonescu principieel Joden uit te leveren die leven binnen de grenzen van einde 1940. In 1944 is het sprookje voorbij en wordt Antonescu afgezet. De Roemenen worden bezet door de Sovjets, verliezen weer Bessarabië en een nieuwe regering verklaart de oorlog aan de Duitsers. Deze keer vechten 600.000 soldaten aan de zijde van de Russen.

In totaal sneuvelen op vier jaar tijd bijna 400.000 Roemenen aan beide zijden. In Duitsland mogen de IJzeren Gardisten de kampen verlaten en onder toezicht van de SS een tegenregering vormen (zoiets als de Vlaamse Landsleiding van Jef van de Wiele). In Roemenië neemt inmiddels de plaatselijke communistische partij meer en meer de touwtjes in handen. De op één na machtigste persoon van de partij is Ana Pauker die alles heeft wat de Gardisten haten: vrouw en Joodse. Maar zij ziet ogenblikkelijk het nut in van geharde aanhangers en heeft er geen probleem mee een flink aantal in te lijven bij de KP (niet zo vreemd. De DDR die de “antifascistischer Schutzwall” in Berlijn bouwt, heeft zes ex-nazi’s als minister). De leiders van de beweging in Duitsland vluchten à la Léon Degrelle naar Spanje, waar ze meestal vredig in hun bed sterven. Nog altijd discussiëren historici of de IJzeren Garde wel een echte fascistische massaorganisatie was. Daarvoor was ze te klein. Met haar christelijke, mystieke trekjes lijkt ze meer een unieke Roemeense combinatie van franquisme, fascisme en nazisme.

Jan Neckers