De wet betreffende de havenarbeid (wet-Major) bepaalt dat enkel erkende havenarbeiders in de havengebieden arbeid mogen verrichten. In het KB van 12 januari 1973 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en de bevoegdheid van het Paritair Comité van het Havenbedrijf wordt expliciet omschreven wat moet worden verstaan onder havenarbeid.

“Alle werknemers en hun werkgevers die, in de havengebieden, als hoofdzakelijke of bijkomstige activiteit havenarbeid verrichten, d.w.z. alle behandelingen van goederen welke per zee- of binnenschepen, spoorwagens of vrachtwagens aan- of afgevoerd worden, en de met deze goederen in verband staande bijkomende diensten, ongeacht of deze activiteiten geschieden in de dokken, op bevaarbare waterwegen, op de kaden of in de instellingen welke gericht zijn op invoer, uitvoer en doorvoer van goederen, alsook alle behandelingen van goederen, welke per zee- of binnenschepen aan- of afgevoerd worden op de kaden van nijverheidsinstellingen.” Tot daar het wezenlijke van de geheiligde “dokwet”. Al jaren stof voor juristen.

Europese inmenging

Na maanden onderhandelen is een twee weken durend referendum van start gegaan over de havenarbeid en wijzigingen aan deze wet. Hierbij wordt het ontwerpakkoord van werkgevers, vakbonden en minister van Werk Kris Peeters voorgelegd aan de dokwerkers. De wet-Major blijft behouden, maar de opvallendste wijziging is dat erkende havenarbeiders ook buiten de “pool” (het niet officiële verbond van de uitverkorenen) zullen kunnen worden aangetrokken. Tot nu toe kon dat niet. De aanpassingen komen er nadat “Europa” zich met de zaak is gaan bemoeien en dreigde met zware boetes, te betalen door de Belgische staat, dus door de getergde belastingbetalers.

Eén van de bijna tienduizend dokwerkers die hun stem in het referendum zullen uitbrengen, is de “Witte”, zoals hij door Jan en alleman wordt genoemd. Een dokwerker die destijds in een tweedehandse Porsche rondreed. We leerden hem kennen in het (verdwenen) dokwerkerscafeetje De Notelaar, vlakbij het Delwaidedok. Een uurtje voor de shift begon, kwamen daar tal van havenarbeiders van allerlei slag aan, om nog vlug een paar pinten te drinken. Hetzelfde gebeurde na afloop van de taak. Die traditie geraakte in onbruik nadat de natiebazen (vaak zelf “tooghangers”) verplicht werden de dokwerkers zoals ordinaire automobilisten in ’t zakje te laten blazen. Al wie met een containerkraan werkt, wie met een straddle carrier rijdt, een “kapstok” of een vorklift bedient, valt onder die maatregel. Gevolg: er werden en worden veel minder pinten getapt voor dokwerkers in De Notelaar, in Gaarkeuken 110 en in de kleine cafeetjes bij het “Kot”, het legendarische aanwervingslokaal voor havenarbeiders nabij de Londenstraat in Antwerpen. Daar moesten de dokwerkers jarenlang gaan “zien” of er werk was. Wie door de natiebazen uitgekozen werd (afgezet in het Antwerps), kreeg een briefje waarmee hij zich in de dokken kon aanbieden om een shift te doen.

Romantiek is voorbij

Door de bazen werd er jarenlang naar gestreefd om het Kot af te breken. De dokwerkers zouden dan via de telefoon of via internet aangeworven worden. Gedaan met de vrijheid: rustig bij moeder de vrouw zitten met de looptelefoon of de gsm in de hand. Of erger nog: geregeld naar het computerscherm zitten kijken. Niks voor een dokwerker. De idee was evenmin naar de smaak van de vakbonden onder leiding van rode oppergaai Marc Loridan. Die konden, als ’t Kot zou verdwijnen, veel minder contact hebben met of invloed uitoefenen op de havenarbeiders. Ook groepjes als de Partaai van de Arbeid, en zelfs het VB, die geregeld met pamfletten, spandoeken en megafoons bij het aanwervingslokaal stonden, protesteerden.

Maar de tijd staat niet stil. Als het van de minister van Werk (Kris Peeters) afhangt, heeft iedere dokwerker binnenkort gratis en voor niks een zakfoon, een iPad, een tablet of een iPhone waarmee hij kan opgeroepen worden. Hij hoeft zelfs niet meer thuis bij de haard te zitten.

De romantiek van de dokken is hoe dan ook voorbij. De haven van Antwerpen heet voortaan “Port of Antwerp”. De dokwerkers hebben allemaal dezelfde oranje overall aan en dezelfde veiligheidsschoenen. De wet-Major ligt in de vuilbak. Het werk aan het Delwaidedok zit erop. Containerkranen en ander hefgerief verhuizen naar de overkant. Het Deurganckdok lonkt, en binnen afzienbare tijd wellicht ook het Saefthingedok. De Waaslandhaven heeft de toekomst. Zonder pinten en zonder gezellige cafeetjes.

Pagadder