Andries Kinsbergen, gouverneur van de provincie Antwerpen van 1967 tot 1993, overleed op 24 juni. Hij was 89 jaar. In de officiële rouwbetuigingen wordt terecht gesproken over zijn kwaliteiten en verdiensten: over zijn toegewijde inzet voor de provincie Antwerpen,  in het bijzonder op het vlak van hoger onderwijs, de zorg voor personen met een handicap en de sociaaleconomische ontwikkeling van de haven, de industrie en de diamantsector. Hij legde de basis voor professioneel veiligheidsonderwijs en de efficiënte voorkoming en bestrijding van incidenten en rampen.

Wij leerden Dries Kinsbergen kennen bij de installatie van de provincieraad in de jaren vlak na zijn aanstelling. Daar waakte hij erover dat alles volgens de regels verliep. Die van de toenmalige Volksunie, die zich niet aan de correcte eed hielden, werden (denkelijk op zijn aanwijzingen) aanvankelijk gedwongen de eed op de juiste manier (dus met inbegrip van het “Belgische volk”) af te leggen. Later werd de formule (ook op zijn advies?) vervangen door het simpele “Ik zweer”. Zelf ondervonden wij dat wie in een trui met rolkraag of ander sportief kleedsel durfde te verschijnen, via de fractieleider (in ons geval Paul Doevenspeck) aangemaand werd in ’t vervolg een hemd met stropdas te dragen. Kinsbergen, voor zijn benoeming als gouverneur advocaat, was onvoorstelbaar stipt. Hij liet zijn chauffeur wachten tot enkele minuten voor het uur van afspraak gekomen was. Toen hij bijvoorbeeld in een Kempisch dorp moest zijn, waar hij om 10 uur op het gemeentehuis zou ontvangen worden, bleef hij in zijn wagen zitten tot hij stipt op tijd en met een veelzeggende glimlach kon binnenkomen.

Op een vergadering moest je niet te laat komen, want dan kreeg je een opmerking. Hij zorgde ervoor dat de bijeenkomst ook steeds op tijd gedaan was en dat er niet getalmd werd met nutteloze tussenkomsten. Zijn horloge lag goed zichtbaar op tafel, zodat de vooraf gestelde eindtijd hem niet ontsnapte.

Kinsbergen had een ongelooflijk goed geheugen, zodat hij iedereen bij naam en toenaam kon begroeten. Er werd vaak gezegd dat hij foto’s van vroegere bijeenkomsten vooraf bekeek om gezichten te herkennen. Zijn speciale humor werd gesmaakt. Naar zijn tafelredes werd met verlangen uitgekeken. Speciaal naar deze aan het einde van het maal dat opgediend werd aan het einde van de begrotingszittingen.

Persoonlijk hebben wij voor deze man een grote bewondering gekregen. Omwille van de belangstelling die hij voor onze (boeren)familie koesterde: vele malen herinnerde hij ons aan het feit dat hij als Joods kind tijdens de oorlog (samen met andere kinderen) werd opgevangen in Zandvliet en onderdak vond bij verwanten. Wij willen hem ook huldigen om zijn correcte objectiviteit: hoewel hij van huize uit liberaal was, zou hij in de provincieraad nooit voorrang hebben gegeven aan de partij van deze strekking. Hij waakte erover dat iedereen zijn gading kreeg. Filip Dewinter (die als provincieraadslid voor het VB zijn politieke stiel leerde) getuigt over hem: “Hij was een uiterst beminnelijk man die nooit een cordon sanitaire rond onze partij of rond het Vlaams-nationalisme heeft getrokken. Hoewel ik niet voor de provincies ben in hun huidige samenstelling, kan ik mij wel verzoenen met de werking ervan onder Dries Kinsbergen. Zo’n soort politici als hij worden niet meer geboren.”

Als gouverneur bekommerde Dries Kinsbergen zich over vele zaken, ook over het welzijn van onze taal. Hij deed dat via (grensoverschrijdende) verenigingen en officiële instanties en door zelf, waar dan ook, een vlekkeloos Nederlands te spreken.

Zaterdag 2 juli wordt van hem afscheid genomen in de gebouwen van de Universiteit Antwerpen, waarvan hij één der grondleggers was. De asurn wordt in intieme kring bijgezet op het ereperk van de begraafplaats Schoonselhof.

Pagadder