Vlaamse lei

Het is om een punthoofd van te krijgen, maar het Vlaams Parlement stortte zich nog maar eens in een actualiteitsdebat. Vlaanderen wordt bevoegd voor de kinderbijslag en mag dus zijn eigen systeem daarvoor op poten zetten. Eenvoudig is dat niet, want de geschiedenis van de kinderbijslag gaat terug tot de jaren 1930; het verwondert bijgevolg niet dat zich in de loop van al die tijd een bijzonder uitvoerig stelsel heeft ontwikkeld. Op heden bestaan naar verluidt zelfs zevenhonderd (!) berekeningswijzen voor de toelage. Hier weer met een min of meer schone Vlaamse lei aan kunnen beginnen, lijkt een opportuniteit. De Vlaamse regering heeft haar huiswerk gemaakt. De nieuwigheden treden in 2019 in werking, kinderen die daarvoor zijn geboren, vallen onder het oude stelsel. Voornaamste innovaties zijn dat het basisbedrag vrij hoog wordt gelegd en dat er ruimere selectiviteit komt in het toekennen van extra’s voor wie dat het meest nodig heeft. De koppeling van de kinderbijslag aan leeftijd verdwijnt. Het ziet er geen slecht werkstuk uit, er wordt alleen wat geknoeid met indexsprongen. Iets wat zou worden gecompenseerd volgens de coalitiepartners.

Berekend

Het feestje werd wat verpest door het Centrum voor sociaal beleid (UA) van de dame Bea Cantillon, dat op zijn eerdere berekeningen terugkwam en nu een minder rooskleurig beeld van de hervorming ophing. Geheel toevallig werd dit naar buiten gebracht net voor het parlementaire debat. Een vroeg schot voor de boeg omdat de plannen nog niet helemaal voldragen zijn én koren op de molen van een oppositie die zich dan ook geheel richtte op de indexingreep – die inderdaad eleganter had gekund – en het gebrek aan ambitie om de kinderarmoede terug te dringen. Toch bleef, tegen de gewoonte in, sp.a tamelijk genuanceerd, waar groene Elke van den Brandt nogal zwaar chargeerde. Tot ergernis van Matthias Diependaele (N-VA) die wees op de grote inspanning die wordt geleverd en die Van den Brandt aanraadde om zich naar een plek onder de vloerbekleding te begeven. Vele subtiele techniciteiten later, sluisde Ortwin Depoortere (VB) op de valreep het onzegbare woord “demografie” in het verhaal. Iets waarvan weinigen lijken wakker te liggen.

Duaal leren

Wat vroeger gemeenzaam “leercontract” werd genoemd, of een combinatie van schoolse beroepsopleiding met werkstages, wordt nu betiteld als “duaal leren”, wat niet slechter is. Vlaanderen zou Vlaanderen niet zijn als dat niet weer in allerlei regeltjes moet worden gegoten. Een tijdelijk project “schoolbank op de werkplek” moet behulpzaam zijn voor het decreet (nog ééntje) dat het “alternerend leren” zal reguleren. Het principe is niet erg moeilijk, “arbeidsrijpe” jongeren degelijk vormen en inschakelen. Dat moet ook helpen tegen schooluitval en werkloosheid; Vlaanderen scoort overigens niet erg goed op die punten. Wat wel goed klinkt, is het voornemen om de wirwar aan statuten en opties te herleiden tot één formule voor het behalen van een middelbaar diploma via school en werkvloer. Spelbreker van dienst was Bart van Malderen (sp·a) die te weinig verplichtingen voor de bedrijven en te weinig garanties voor de zwakste jongeren zag.

In ieder geval wordt al decennia gepalaverd over de herwaardering van het beroepsonderwijs, de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt zonder dat daarvan op het terrein veel is te merken. Ook nu ronken vele woorden. Axel Ronse (N-VA) wist één en ander goed te vatten. De schotten tussen de departementen onderwijs en economie moeten worden geslecht en laat de werkgevers als echte opleiders fungeren. Wij hebben zo’n vermoeden dat het wel even zal duren voor ook deze tanker zal zijn gekeerd.