Vijftigjarige echo’s

Van de bijzonder gevatte G.K. Chesterton is het woord dat er progressieven en conservatieven zijn waarbij het taak van de progressieven is om onophoudelijk fouten te begaan en die van de conservatieven om te beletten dat die fouten worden rechtgezet. We zouden daarmee ons stukje kunnen beëindigen, want een betere samenvatting van het zoveelste onderwijsdebat bestaat niet.

Aan de orde was de hervorming van het secundair onderwijs. Tegen de koepelzaal van het zo innovatiegezinde Vlaams Parlement weerklonken vijftigjarige echo’s. De bedorven mythe van het Vlaamse onderwijs als Het-Beste-ter-Wereld kwam langs en ook het VSO-spook (R.I.P. 1988) waarde nog rond. Onderwijsminister Crevits worstelde zelfs nog met een in dat VSO opgedaan trauma. Ze zal niet de enige zijn, want herhaaldelijk werd gewaarschuwd om niet terug daarin te vervallen. De hedendaagse onderwijskundige spitstechnologie van het Vlaamse beleid gaat nog steeds over de opdeling “algemeen, technisch en beroeps”, het “watervalsysteem”, het hoge aantal zittenblijvers, de (on)gewenste brede eerste graad, het gebrekkige talenonderwijs, het gebrekkige wetenschaps- en technologieonderwijs en zelfs de goede oude rivaliteit tussen “het college” en “het atheneum”. Alle nieuwe terminologie en inzichten ten spijt, lijken zowel voor- als tegenstanders van de huidige hervorming vooral bezig te zijn met het oppoetsen van een archeologisch object.

Plopsaland

Stefaan Sintobin (VB) had een vraagje over een moslimdameskransje dat het subtropische zwembad van Plopsaland (De Panne) had afgehuurd en daarbij had verzocht om de volkomen afwezigheid van het mannelijke geslacht, tot het reddingspersoneel aan toe. Sintobin vroeg zich af wat tegen dat soort grapjes zou kunnen worden ondernomen. Minister Homans was evenmin blij met dergelijke gebeurtenissen. Meest aangewezen zou zijn om dat via de arbeidswetgeving aan te pakken. Sintobin verwonderde zich erover de enige met een vraag te zijn, want als het over andere soorten discriminatie gaat verdringt men zich immers rond het spreekmeubel. Hij kreeg toch enige bijval van Mercedes van Volcem (Open Vld) en Nadia Sminate (N-VA) die zich tegen dit “seksisme” kantten. Ten slotte vond Sintobin dat men maar consequent moest zijn, als iedereen toch vindt dat man-vrouwdiscrimatie niet kan, moet ook de subsidiëring van de islam op de schop.

Hypocriet

Hoewel de politieke marketing vandaag eerder neigt naar “nieuwe zakelijkheid”, duiken toch weer mooie dingen uit het verleden op. Zoals u heeft vernomen, worden de lokale en provinciale kiescampagneregels wat bijgesteld. We kunnen ons bijvoorbeeld terug verheugen op de reuzenaffiches van weleer. Alsof men nog niet genoeg onbetrouwbare tronies in het straatbeeld kon aantreffen. Ook mogen de partijen wat meer geld tegen die campagnes aangooien.

Als er een partij is die zedig zou moeten zwijgen over partijfinanciering is het wel de socialistische, toch was het net Joris Vandenbroucke (sp.a) die de vermoorde en verontwaardigde onschuld kwam spelen. Schandalig, in een tijd van bezuinigingen, dat meer geld door partijen mag worden uitgegeven, enzovoort… Björn Rzoska (Groen) sloot zich daarbij aan en minister Homans kreeg het verwijt de zaak in het geniep te hebben doorgedrukt tot meerdere eer en glorie (en voordeel) van de N-VA. “Populistisch en hypocriet”, vond Liesbeth, het gaat over aanpassingen door de afslanking van de provincies en het Kiesdecreet voor de lokale verkiezingen. De verhogingen zijn bovendien minimaal en het gaat om geld dat toch al in de partijkassen zit. Het gekrijs bij rood en groen was er niet minder om. Jammer dat Homans er niet aan dacht om even te vermelden dat al die partijkassen zo rijk gevuld zijn dankzij bepaalde socialistische schandaaltjes die hebben geleid tot het huidige partijfinancieringssysteem naar het principe dat partijen vette overheidsdotaties moeten krijgen omdat ze anders wel noodgedwongen hun toevlucht tot onfrisse praktijken moeten nemen.

Slecht nieuws

Voor de anekdotiek: slecht nieuws voor Christian van Eyken (UF) die alweer zijn onschendbaarheid opgeheven ziet. Nu door een nieuw feit in verband met valsheid in geschrifte bij de aanwerving van zijn medewerkster. Van Eyken zelf houdt het op een afrekening vanuit gerechtelijke hoek. Grappig is dat hij vindt dat de Vlaamse collega’s hem altijd voortreffelijk bejegend hebben en dat de ellende die nu over hem wordt uitgestort het werk is van Franstalige vijanden. Immanente rechtvaardigheid, misschien?