Hij is dood, één van de knapste historici van Duitsland. De aflijvige legde de wortels bloot van veel Duitse doem en waanzin. Eén van mijn favoriete boeken over de oosterbuur is “The Politics of Cultural Despair” van Fritz Stern. De Duitse Amerikaan of Amerikaanse Duitser overleed onlangs, 90 jaar oud.

Waarom werden de Duitsers in de jaren dertig van de twintigste eeuw besmet door een nationale razernij? En waarom veranderde hun geliefde en beschaafde land in een staat waarin de barbarij tot een hoogtepunt werd gebracht door de massale vernietiging van Joden, zigeuners, homo’s en geesteszieken? De politiek van de culturele wanhoop was een begrip gemunt door Stern om denkers die de voorhoede vormden van het nationaalsocialisme te omschrijven. Zijn studie naar het ziektebeeld van de Duitse culturele kritiek was opzienbarend. De drie voordenkers van het nationaalsocialisme – Paul Lagarde, Julius Langbehn en Moeller van den Bruck – maakten de sprong van wanhoop naar utopieën. Deze populaire moralisten en bewakers van de traditie vielen de moderne tijd aan met de groeiende macht van het liberalisme en de secularisering en verdedigden de “waarden” tegen het verlies van het geloof in de Gemeinschaft en de romantiek van de eenheid. “The Politics of Cultural Despair” van 1961, met nieuwe edities, is geen boekje voor op het warme strand, echter, tracht het ooit toch even ter hand te nemen; het interbellum in Duitsland en de brede aantrekkingskracht van de Führer en zijn maffe ideeën wordt erin verhelderd.

Steenkool

Luchtiger en extra boeiend is “Goud en IJzer”, een vuistdikke dubbelbiografie over twee kampioenen van de Duitse eenmaking. De ene is bij iedereen bekend, Otto von Bismarck, de tweede is onbekend, maar was essentieel voor de stichting van het eengemaakte Duitsland in 1871: hij heet Gerson von Bleichröder en was bankier en Hofjude (joodse vertrouweling van hertogen, prinsen en vorsten). De pientere financier opereerde met zijn zakelijk imperium tot aan de grens van Vlaanderen; hij legde mee de basis van de steenkoolmijnen in Nederlands-Limburg, de voorloper van het latere Nederlandse Staatsmijnen. Als u een paar avonden van de kakelbuis kan wegblijven en onder de leeslamp kruipt, is uw kennis over het huidige sleutelland van de Europese Unie fel verbeterd.

Fritz Stern ontvluchtte nazi-Duitsland als jongeman. Zijn leven overspande vijf periodes van de moderne Duitse geschiedenis: de Weimarrepubliek, het nationaalsocialisme, het welvarende en wroegingsvolle West-Duitsland, de dwangstaat DDR en ten lange laatste het herenigde Duitsland. Zijn adelbrieven als Jood, Amerikaan en vluchteling van Hitler maakten het mogelijk dat hij opkwam voor het “anderes Deutschland”, niet een staat, wel een plek vol nobele gedachten, heldhaftig gedrag, een culturele motor en een haard van de Europese eenmaking. De jonge Stern verliet het Pruisische Breslau, vandaag het Poolse Wroclaw, met zijn ouders en kon zijn geboortestaat daarop niet langer zijn vaderland noemen. Het Duits bleef wel letterlijk zijn moedertaal en hij sprak en schreef het met onderscheiding. Hitler kwam aan de macht toen Stern zeven jaar was en in het begin maakte de familie zich niet ongerust. De eerste woede van de Führer richtte zich op zijn politieke tegenstanders ter linkerzijde: de communisten en de sociaaldemocraten. Voor die grote groep openden zich de poorten van de eerste concentratiekampen. De Sterns hadden een tweede verdedigingsgordel: zij waren voordien luthers geworden. Denk aan een andere prominente Duitser die in hetzelfde schuitje zat: de Jood Karl Marx was een lutheraan en keek neer op de Israëlieten.

De familie bleef rustig in Breslau tot in 1938; ze ontsnapte slechts zes weken voor de fameuze Kristallnacht, toen stelselmatig joodse winkels en eigendommen door nazimilitanten aan diggelen werden geslagen. Fritz Stern wilde eerst de studies van zijn vader, een arts, aanvatten, maar dacht nadien aan geschiedenis. Albert Einstein, een familievriend, raadde hem aan bij de medische wetenschap te blijven, want de geschiedenis mocht zich niet aanmatigen een wetenschap te zijn.

Lafheid

Fritz Stern liet de woorden van Einstein links liggen en werd op slag een beroemdheid met het vooraan genoemde boek over “culturele wanhoop”, dat dus de wortels van het nazidom vond in de extreme varianten van de romantiek. Anderzijds, de groei van het hitlerisme had, aldus Stern, meer te maken met de lafheid en de zwakheid van de tegenstanders van de nazileider dan met diens ploertige ideeën en medestanders.

De kwaliteitskrant Die Welt noemt Fritz Stern een “engelbewaarder” van Duitsland. Hij combineerde de kennis van een insider met de kracht van de buitenstaander. Onafhankelijk en onvervaard van geest was en bleef hij. Aanvankelijk stond hij lauw tegenover de Duitse Wiedervereinigung, maar hij bekeerde zich tot het herenigingsstandpunt en kon Margaret Thatcher, toen Brits eerste minister, op een historisch seminarie overtuigen dat de Duitse eenmaking geen bedreiging vormde voor Europa. Fritz Stern, rust in vrede.

Kurt Ruegen