De terugkeer van Rusland in het Midden-Oosten, met Syrië als meest uitgesproken exponent, is meer dan het gevolg van toevallige omstandigheden. Het kadert volledig in de gevoerde politiek van het internationale herstel van de (ex-)grootmacht. Toch draait dit om meer dan voluntarisme en prestige, er zijn ook heel praktische redenen, te beginnen met het chequeboekje.

Werpen we een blik op de Russische buitenlandse prioriteiten, dan valt op dat het Midden-Oosten de top drie niet haalt. Niet verwonderlijk staat de VS op één, gevolgd door Europa. Daarna komt Azië, waarbij China misschien een apart lemma verdient. Pas op dit punt gekomen volgt het Midden-Oosten. De ‘verwaarlozing’ van dat gebied – we komen dadelijk met de verklaring – valt echter niet langer te rijmen met de ambities die Moskou voor zichzelf uitgetekend heeft. Een nieuwe periode van Russische betrokkenheid in de regio is ingeluid.

Aleksandr Griboyedov

De moord op Aleksandr Griboyedov is een obligaat verhaal voor elk Russisch schoolkind. De man, een dichter, had het ongeluk in de negentiende eeuw ambassadeur van tsaar Nicolas I in Teheran te zijn. Perzië had net aanzienlijke stukken grond verloren aan het Russische Rijk dat zijn vleugels steeds verder spreidde. Het creëerde een situatie van grote ontevredenheid, waarop in 1829 een horde de ambassade bestormde en de ambassadeur samen met 36 medewerkers een kopje kleiner maakte. De gelijkenis met wat anderhalve eeuw later in diezelfde stad gebeurde, is treffend. Toen was het de Amerikaanse ambassade die eraan moest geloven, ook al had het geen haar gescheeld of het waren de Russen die weer prijs hadden. Op zich wilden de zogenaamde revolutionaire studenten “een westerse ambassade belegeren”. Aanvankelijk was de voorkeur de Sovjet-aanwezigheid te viseren, maar na heel wat gepalaver besloot men de VS aan te pakken. Dergelijke incidenten zijn kenschetsend voor de moeilijke band tussen Russen en Perzen. Ze zeggen ook iets over de Russische belangen en betrokkenheid in het gebied.

Golfoorlog als keerpunt

Er waren niet enkel de bewogen evenementen van de negentiende eeuw, de Great Game en aanverwanten, er was ook de Tweede Wereldoorlog die Rusland, in de vorm van de USSR, als een wereldrijk bevestigde. Toen een slijmende westerse diplomaat Stalin feliciteerde met de aanwezigheid van Russische troepen in Berlijn, antwoordde die prompt dat tsaar Alexander I in Parijs stond. Wat ook klopt, vlak na de napoleontische oorlogen. De uitdeining ging naar het westen, maar ook zuidwaarts. Men vergeet vaak dat de Russen (samen met de Britten) tijdens de Tweede Wereldoorlog Perzië (Iran) bezet hadden. Na het einde van het conflict werd het Midden-Oosten een aantrekkelijke markt voor Moskou, zowel ideologisch als economisch.

Tijdens de jaren zestig trof men in de regio niet alleen heel veel Russische wapens aan, ook een heleboel Russische (militaire) adviseurs tekenden present. Het Midden-Oosten was uitgegroeid tot een speelveld waar de Koude Oorlog gevoerd werd. Washington steunde de Arabische monarchieën en Israël, terwijl Moskou landen met een ‘links regime’ als Egypte, Irak, Libië en Zuid-Jemen tot zijn invloedssfeer rekende. Zuid-Jemen werd trouwens de enige marxistische staat in de Arabische wereld. De implosie van de Sovjet-Unie bracht echter verandering in die toestand. Het land moest zich noodgedwongen terugplooien en de Pax Americana kreeg vrij spel. Men kan stellen dat de Golfoorlog in 1991 het moment was dat Rusland er van de radar verdween, enkele uitzonderingen buiten beschouwing gelaten; met de marinebasis van Tartous in Syrië als het meest visuele voorbeeld.

Handelsmissie in Syrië

Het herstel van de Russische status op het internationale schaakbord is de rode draad die doorheen Poetins beleid loopt, wat evenveel wil zeggen dan dat hij het Midden-Oosten niet links kan laten liggen. Het zoeken en/of ondersteunen – Syrië! – van bondgenoten is de methode om dit doel te bereiken. Maar ergens is die belangstelling voor het gebied ook een noodzaak. De afstanden tussen de zuidelijke grenzen van Rusland en de regio zijn heus niet zo groot. Er is ook de factor islam, toch het geloof van 15 procent van de Russische onderdanen, en dan hebben we het even niet over de vele illegale moslims die binnen de landsgrenzen verblijven. Sinds de jaren negentig is moslimterreur een permanente bedreiging voor het Kremlin, zeker in de steden. De relatie tussen die engerds in voornamelijk Centraal-Azië en de geloofsbroeders in het Midden-Oosten is onmiskenbaar, wat impliceert dat je problemen maar beter aan de bron kan aanpakken. Het Midden-Oosten blijkt ook een hefboom voor de profilering op andere fora te zijn. Door zich op te werpen als de verdediger van de christenen in het gebied, slaagt Moskou er ook in OVSE-verband in om een toenadering met de Vaticaanse diplomatie te bewerkstelligen, maar dat is een verhaal op zich. En zie, ook de economie is terug. Klanten in Noord-Afrika en het Midden-Oosten zijn goed voor 36 procent van de totale Russische wapenexport. Ter vergelijking: Azië doet het nauwelijks beter, met 42 procent. Moskou hoopt dat aandeel verder op te krikken, zeker omdat de Russen in Syrië demonstreren welke resultaten met hun wapentuig bereikt kunnen worden. Vanuit die invalshoek bekeken, kan men de gevoerde Syriëpolitiek beslist als een soort handelsmissie beschouwen, of klinken we hier een tikkeltje te cynisch?

Michaël Vandamme