Wanneer alles slecht gaat, is er enkel nog hij die overblijft. Hij, dat is generaal de Gaulle. Zo omschreef Le Figaro het bezoek van president François Hollande aan Colombey-les-Deux-Eglises, de sterfplaats van voormalig president Charles de Gaulle. Hollande bracht hulde aan het graf van de ex-president op het kerkhof van het dorp. Hij bezocht ook La Boiserie, de woonplaats van de Gaulle waar hij op 9 november 1970 overleed. Grote delen van het huis zien er nog uit zoals vijfenveertig jaar geleden. Ook het ‘mémorial Charles de Gaulle’, waar een groot kruis van Lotharingen prijkt, werd bezocht.

Ter rechterzijde kwam er veel kritiek op het bezoek. Probeert de president, die in de peilingen minder populairder is dan ooit, dit icoon van rechts Frankrijk te gebruiken om zijn imago wat op te krikken? Historici maakten naar aanleiding van het bezoek de vergelijking tussen Hollande en de Gaulle. Beiden werden tijdens hun presidentschap geconfronteerd met sociale onrust. Hollande momenteel met de aanhoudende stakingen tegen de hervorming van de arbeidsmarkt. De Gaulle moest optornen tegen het protest van mijnwerkers (in 1963) en een algemene staking in mei 1968. Maar daar houdt de vergelijking op. De Gaulle was de grootste president van de Vijfde Republiek. Een man die ervoor heeft gezorgd dat Frankrijk op het internationale toneel boven zijn gewicht kon blijven boksen. Onder Hollande stelt Frankrijk internationaal steeds minder voor.

Hollande verdedigde zijn bezoek door te benadrukken dat dit gebeurde op vraag van de familie van Charles de Gaulle. Een kleinzoon van de oud-president was in Colombey ook aanwezig. En op 18 juni – dag van de oproep van de Gaulle tot verzet tegen de Duitse bezetter – bracht Hollande een bezoek aan de Mont Valérien, een historische plek van het Franse verzet.

De permanente staatsgreep

Het bezoek van François Hollande aan Colombey-les-Deux-Eglises was in elk geval historisch te noemen. Hij is de eerste socialistische president die deze heilige plaats van het gaullisme bezoekt. François Mitterrand, rabiaat tegenstander van Charles de Gaulle, heeft dat nooit gedaan. Het was Mitterrand die in 1965 het pamflet ‘Le coup d’état permanent’ schreef, waarin hij de te grote macht in de handen van de president van de Vijfde Republiek aanklaagde. Tijdens de herdenking van de 40ste verjaardag van de landing in Normandië weigerde Mitterrand de naam van de Gaulle te vernoemen. Al moeten we er meteen bij zeggen dat Mitterrand als president zelf graag gebruik heeft gemaakt van de uitgebreide macht waarover de president van de Vijfde Republiek beschikt. Het is dan ook vreemd dat François Hollande, die Mitterrand als een voorbeeld ziet, zich naar Colombey begeeft.

Want zelfs als we François Mitterrand buiten beschouwing laten, is de relatie tussen de Gaulle en de linkerzijde nooit hartelijk geweest. En dat is een eufemisme. In 1946 werd de Gaulle opzijgeschoven door de linkse particratie van de Vierde Republiek. In 1958 wilde links hem niet steunen toen hij een oplossing zocht voor de Algerijnse crisis. En mei ’68 was voor de linkerzijde dé kans om de Gaulle af te zetten, wat overigens niet gebeurde.

Geen linkse referenties meer

Het verleden toont aan dat de démarche van Hollande, als socialist, allesbehalve evident is. Maar misschien speelt hij gewoon op veilig. In Frankrijk, waar men al te graag verwijst naar het rijke verleden, is de Gaulle de laatste grote held geworden. Zowel voor rechts als voor links. Hollande heeft tijdens zijn presidentschap regelmatig gerefereerd naar linkse politici, maar dat werd hem niet in dank afgenomen. Toen hij in 2014 in Carmaux hulde bracht aan de socialistische politicus Jean Jaurès werd hij uitgefloten. Léon Blum was voor hem een voorbeeld omdat hij in moeilijke omstandigheden de macht moest uitoefenen. Bij de dood van nordist Pierre Mauroy, eerste minister onder Mitterrand, had Hollande het over het “reformisme van Mauroy”. Iedereen luisterde, doch haalde de schouders op. Het pantheon van links spreekt niet meer aan. De Gaulle wel, al vergeet Hollande erbij te zeggen dat de populariteit van de Gaulle slechts één keer onder 50 procent is gezakt. Hollande kan daar alleen maar van dromen.

Trouwens, de president heeft na zijn bezoek aan de gaullistische heiligdommen een weinig gaullistische daad gesteld: hij is ermee akkoord gegaan dat ook de socialisten in de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 2017 voorverkiezingen houden. Hij ziet dat als een manier om zijn legitimiteit in de partij te versterken. Maar een uittredend president die aan voorverkiezingen meedoet, dat is voor veel Fransen met gaullistische reflexen ketterij. Die ‘primaires’ zijn te particratisch, te Amerikaans ook. Een uittredend president moet met het oog op een tweede mandaat rechtstreeks naar de kiezer stappen, los van partijen, is de teneur van de meeste commentatoren.

Salan