Franstalige rechtbanken milder bij financiële fraude

De Hoge Raad voor Justitie heeft net een vernietigend rapport uit over de Belgische aanpak van financiële fraude. En ook Karel Anthonissen, gewestelijk directeur van de BBI Gent, heeft een erg kritisch werk geschreven. Merkwaardig genoeg passen beide analyses naadloos in elkaar. Eén van de ontstellende besluiten is dat een zware fraudeur maar beter voor een Waalse of Brusselse rechtbank kan staan. De kans op bestraffing is er een pak lager dan in Vlaanderen. En dan moet het fraudedossier nog voor de rechtbank gebracht worden, wat niet eens vanzelfsprekend is.

De Hoge Raad analyseerde twee fraudezaken waarbij zeer veel geld op het spel stond (telkens meer dan 40 miljoen euro), maar die tien tot vijftien jaar moesten wachten op een eerste (!) vonnis. De Tijd: ‘De fraudezaken sleepten zo lang aan dat ze finaal op niets uitdraaiden omdat de feiten verjaard waren.’

Voor een gewone burger is het gebrek aan tijdsdruk in de gerechtelijke wereld een bijzonder bevreemdende ervaring. De Tijd: ‘Er is geen systematische controle op het tijdsverloop in de fraudedossiers. De magistraten hebben daarvoor geen computerprogramma’s. Niemand heeft vastgelegd wat een ideale termijn is voor een onderzoek naar financiële criminaliteit. In de wet staat ook geen termijn waarbinnen de openbaar aanklager na het onderzoek klaar moet zijn met zijn eindvordering.’

Totaal gebrek aan tijdsdruk

‘Zelfs voor een “kleinere” btw-fraudezaak van 746.000 euro was het acht jaar en twee maanden wachten op een eerste vonnis. Na het gerechtelijk onderzoek duurde het meer dan 27 maanden voordat de procureur zijn eindvordering klaar had. Het eerste proces-verbaal dateerde van januari 2003, maar het arrest van het hof van beroep volgde pas in februari 2013, tien jaar later. Het hof moest zeer lichte straffen uitspreken omdat de “redelijke termijn overschreden” was.’

De Tijd: ‘Zeker in de correctionele kamers van de rechtbank en het hof van beroep slepen de fraudezaken in Brussel te lang aan. Er zijn te veel “dode momenten” waarbij zaken stilliggen. Met rampzalige achterstanden tot gevolg. De Hoge Raad vreest dat finaal “geen recht meer zal worden gesproken”.

In de coulissen van de BBI

Dat laatste is ook de impliciete boodschap van het boeiende werk ‘In de coulissen van de BBI’ van Karel Anthonissen. In het werk focust hij onder andere op de kasgeldfraude. Niet alleen was de bestrijding van die fraude erg pover, bovendien bleken Waalse en Brusselse rechtbanken veel milder dan hun Vlaamse tegenhangers.

Anthnonissen: ‘In de klassieke kasgeldconstructies is er de (beweerde) aankoop-verkoop van aandelen van de vennootschap, die alleen nog liquiditeiten bezit. Meestal was deze verrichting zodanig geprogrammeerd dat zowel de beweerde verkopers als de beweerde kopers in feite de bedoeling hadden de kas en de vennootschap leeg te halen. Het bewijs van deze intenties is het kernstuk van het verhaal.’

In een instructie van 1999 koos de administratie ervoor om zulke dossiers aan te pakken als een zaak van bedrieglijk onvermogen. Anthonissen: ‘Aan Nederlandstalige kant bestond er een gemeenschappelijke strategie om alle medespelers, dus ook de verkopers, op verschillende manieren aan te spreken: voor de correctionele rechtbank, voor de fiscale rechtbank en eventueel voor de handelsrechter. Dit heeft tot opmerkelijke successen geleid.’

De BBI-directeur: ‘Aan Franstalige kant overheerste meer de stelling dat de verkopers onwetend en onschuldig zijn en dat de fraude pas achteraf door de kopers is gepleegd.’ Anthonissen: ‘Ook de fiscale rechtbanken van Antwerpen en Brussel zitten niet op dezelfde golflengte. In twee zaken die als twee druppels water op elkaar lijken besloot Antwerpen tot belastbaarheid, Brussel tot ontheffing.’ Het is bijna te gek voor woorden. Maar het is de realiteit. Beide constructies werden immers door dezelfde ‘adviseur’ in elkaar gestoken en waren bijgevolg nagenoeg identiek.

‘Al de verkopers van deze kasgeldvennootschappen werden door de raadkamer van Antwerpen doorverwezen naar de strafrechter maar de rechtbank van eerste aanleg in Brussel veroordeelde alleen de organisatoren (de “kopers”). Vervolgens zijn noch het openbaar ministerie, noch de BBI tegen die vrijspraak in beroep gegaan.’ Het leest als kritiek op zijn eigen organisatie.

Beetje Waalse stress

‘Intussen hadden al meerdere rechters geoordeeld dat de verkopers niet wisten welk spel er met hun vennootschap zou gespeeld worden, of minstens dat hun schuldig medeweten niet bewezen kon worden. Nochtans hadden vrij snel na de BBI-controle alle Vlaamse ondernemingen al op de één of de andere manier de situatie hersteld. Er zijn wat toegevingen gedaan maar naar schatting heeft de zaak zo’n 15 miljoen euro opgebracht voor de schatkist.’

Anthonissen: ‘De acht Waalse ondernemers die in de zaak betrokken geraakten, zijn er met de stress en wat advocaatkosten vanaf gekomen.’

Franstaligen capituleerden

Anthonissen heeft het in zijn boek over een parlementaire commissie over fraude. ‘Daar waar sommige collega’s – de Franstalige klokkenluiders – in de commissie wilden benadrukken dat het allemaal verloren was, hebben onder andere ikzelf en meester Martine Bourmanne de commissie nog hoop willen geven.’

Anthonissen verwijst hier naar het dossier-De Croÿ.

‘De procureur van Antwerpen was doorheen de mallemolen gebroken met het dossier-De Croÿ, en dat lag intussen, netjes vertaald naar het Frans, voor de rechtbank in Brussel. De commissie heeft daarom procureur Bart van Lijsebeth en substituut Peter van Calster nog uitgenodigd, en die hebben, terecht trots op hun verwezenlijkingen, nog een goednieuwsshow gebracht. De commissie heeft ze daarvoor gefeliciteerd.

Helaas, zeven jaar na de parlementaire onderzoekscommissie moeten wij opnieuw vaststellen dat bijna alle administratieve en strafrechtelijke inspanningen op niets zijn uitgedraaid.’ Anthonissen berekende dat enkel in het dossier-de Croÿ 1.255.027.051 euro belastingen niet werden betaald!

Vechten tegen de bierkaai

Anthonissen: ‘Zoals de zaak-De Croÿ aantoont, hebben we het gevecht tegen de bierkaai nog meer dan tien jaar volgehouden. Daarbij is hier en daar wat geld binnengekomen – ik schat zo’n twee miljard BEF (een kleine 50 miljoen euro) – maar bijna nooit van de banken en van de kopstukken.’ Het is dezelfde ontstellende boodschap als in het rapport van de Hoge Raad voor Justitie. De grote vissen zwemmen door de grote gaten van het net.

Anthonissen heeft het in zijn boek ook nog even over de HSBC-fraude. Daar kreeg de fiscus de fraudeurs op een zilveren schaal aangereikt. Maar ook hier is het bereikte resultaat pover. ‘De werkelijk geïnde belasting in deze zaak is minder dan 100 miljoen euro, zodat ook hier amper een vijfde gerecupereerd werd van wat kon of moest gerecupereerd worden. Net als in het Belgische Liechtenstein-luik moet tot op heden gezegd worden dat van al deze zwartgeldrekeningen meer dan 90 procent gratis witgewassen is.’

Thierry Debels


Tags assigned to this article:
2016-26Actueel

Related Articles

Nieuwsfeit van de week

ACV vecht indexsprong aan Niet alleen gijzelen de vakbonden om de zoveel weken honderdduizenden hardwerkende Vlamingen met hun stakingen, nu

Zuur & Zoet

JLG De directie van JLG, de Amerikaanse producent van vorkliften en mobiele platforms, gevestigd in Maasmechelen, schrapt 220 jobs en