Toen een moslima weigerde om haar hoofddoek af te doen tijdens de diensturen, werd zij ontslagen door haar werkgever, de beveiligingsfirma G4S Secure Solutions. De moslima trok naar de rechtbank en de zaak belandde uiteindelijk voor het Europees Hof. Vanaf het begin kreeg de vrouw de steun van het Interfederaal Gelijkekansencentrum (UNIA), de opvolger van het centrum Leman. In de zaak kwam onlangs een advies van de Europese advocaat-generaal. En die meent dat de firma niet onwettig heeft gehandeld.

Daarmee leek de weg open te liggen voor het definitief verwerpen van de klacht en het aanvaarden dat werkgevers in dit land de vrijheid hebben hoofddoeken te bannen. Tot deze week bekend geraakte dat België zich officieel verzet tegen het standpunt van de advocaat-generaal.

N-VA voor joker

Voor de N-VA kwam dit nieuws als een donderslag bij heldere hemel. Via onder meer Kamerlid Hendrik Vuye had de partij al duidelijk standpunt ingenomen voor de vrijheid om de hoofddoek te weren. Het gegeven dat het Gelijkekansencentrum, een staatsinstelling, zich in deze discussie moeide, veroordeelde Vuye terecht als ongeoorloofd “activisme” (De Standaard, 2/10/2015). Toch blijkt vandaag dat zijn eigen regering, via tussenkomst van de FOD Werkgelegenheid van Kris Peeters, bij het Europees Hof een compleet tegengesteld standpunt heeft ingenomen.

Fractieleider De Roover eist nu dat deze kwestie opnieuw op de regeringstafel komt. Jogchum Vrielink, lid van de raad van bestuur van het Gelijkekansencentrum, betwijfelt of dat nog een verschil kan maken: “De zaak is inmiddels in beraad bij het Hof van Justitie. Wat de regering nu wel of niet ‘beraadt’, zal irrelevant zijn voor de uitkomst. Ik begrijp het ook niet zo goed: deze zaak zit er al jaren aan te komen; als men op een andere wijze had willen interveniëren had men dat kunnen doen.”

Het lijkt er inderdaad op dat men bij N-VA even niet bij de pinken was. Die onoplettendheid kan hen kunnen vergeven worden. Wat echter minder te begrijpen valt, is dat men nog steeds niet schijnt te beseffen dat dit incident geen eenmalige uitschuiver is, maar het logische gevolg van een systeem dat men zelf heeft geïnstalleerd. Het is niet Kris Peeters die hen een toer heeft gelapt. De minister of zijn kabinet zijn zelfs niet tussengekomen. De FOD Werkgelegenheid heeft gewoon en logischerwijze het standpunt gevolgd van het Gelijkekansencentrum, dat in deze de Belgische staat vertegenwoordigt. En daar zit het vergif.

Het is trouwens niet de eerste keer dat N-VA op deze manier voor joker wordt gezet. In september vorig jaar diende ‘Myria’ (de zusterinstelling van het Gelijke Kansencentrum UNIA, maar gespecialiseerd in migratie) klacht in bij de Europese Commissie tegen het vluchtelingenbeleid van Theo Francken. Myria is nochtans een officiële overheidsinstelling. Jawel, het was dus België dat bij Europa klacht indiende tegen België.

De heilige strijd

Hoe kan zoiets? Hoe kunnen instellingen van de staat openlijk hun eigen regering tegenwerken en saboteren? Het antwoord schuilt in de onaantastbare, bijna sacrale positie die de strijd tegen racisme en discriminatie heeft verworven in de West-Europese politieke cultuur. Men aanvaardt stilzwijgend dat wanneer iets geschiedt onder die banier, de normale democratische regels niet noodzakelijk van toepassing zijn.

Het Gelijkekansencentrum noemt zichzelf met fierheid een “onafhankelijke openbare instelling”. Vanuit democratisch oogpunt is dat echter een levensgrote contradictie. In een democratie is het essentieel dat geen enkel deel van de uitvoerende macht onafhankelijk is. In alles wat de overheid doet moet zij democratisch gelegitimeerd zijn, controleerbaar zijn en ter verantwoording kunnen geroepen worden. Niet deze instellingen, blijkbaar. Wanneer een parlementslid een vraag stelt over hun activiteiten, krijgt die van de regering steevast het antwoord dat het centrum autonoom handelt.

Ik doe Unia en Myria nog te veel eer aan door hen “instellingen” te noemen. In feite gaat het over militante drukkingsgroepen die de vorm van een overheidsorgaan hebben aangenomen. Stel je GAIA, Greenpeace of het Taal Aktie Komitee voor als door de belastingbetaler onderhouden instellingen, bekleed met een resem overheidsbevoegdheden, en je krijgt een beter idee van waar het hier eigenlijk over gaat. Keer op keer en in elk dossier heeft het Centrum blijk gegeven van een zeer eenzijdige en soms marginale politieke opstelling zonder te streven naar enig democratisch draagvlak. “Wij zijn geen opiniepeilers”, schamperde Jozef de Witte, toenmalig directeur van het Centrum, daarover (De Standaard 28/3/2015).

Hij werd ondertussen opgevolgd door Els Keytsman, een politica van Groen. Nochtans zit Groen nergens in een regering, eens te meer een bekentenis dat de democratische verhoudingen in het land aan het eigenzinnge Centrum voorbijgaan.

De inteelt van de instellingen

Dat de macht van het centrum een aberratie van de democratie is, ontgaat de meeste politici. Het samenwerkingsakkoord tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten, waarmee het Gelijke Kansencentrum in 2013 werd opgericht, zegt zelfs uitdrukkelijk dat het “in de uitoefening van zijn opdrachten volkomen onafhankelijk” is (art3, §3). Men aanvaardt dus dat dit orgaan, omdat het handelt in naam van de moderne staatsreligie, best niet gehinderd wordt door de normale democratische procedures en waarborgen. En zo zijn we in de situatie terechtgekomen waarin een regering die over een democratische meerderheid beschikt, publiekelijk kan tegengewerkt worden door een overheidsinstelling die zich beschouwt als een Comité du Salut Public dat boven en buiten de democratie staat.

De bevoegdheden van het Gelijkekansencentrum zijn nochtans aanzienlijk. Het kan tussenkomen in elk proces inzake racisme of discriminatie. Het kan mensen rechtstreeks voor de strafrechtbank brengen. Het vertegenwoordigt België in allerlei internationale instellingen. Het centrum doet ook aan actief lobbywerk in de politiek om het beleid en de wetgeving in overeenstemming te brengen met haar eigen ideologische agenda. Bart de Wever stelde ooit dat het centrum “zich een politieke kleur permitteert en niet eens pogingen doet om haar politieke lobbying te camoufleren.” (Het Laatste Nieuws, 08.07.2007)

De sterkste steun krijgt het Gelijkekansencentrum vanuit de Europese Unie. De “European Commission against Racism and Intolerance” (ECRI) publiceert regelmatig rapporten over België waarin het oproept om de bevoegdheden en de onafhankelijkheid van het Gelijkekansencentrum te vergroten. Politici die de altijd maar groeiende bevoegdheden van het centrum goedkeuren, verwijzen dan ook graag naar de “Europese verplichtingen”.

Die politici schijnen niet te weten hoe deze aanbevelingen tot stand komen. Het is het Centrum zelf dat België vertegenwoordigt in het bestuur van ECRI. En het is ook het Centrum zelf dat de aanbevelingen (over zichzelf) schrijft en er dan de stempel van ECRI laat opdrukken. Veel nationale wetgeving inzake discriminatie en racisme is dan ook het gevolg van deze inteelt van ideologische lobbygroepen die een parallel circuit naast de echte democratie vormen.

Lux ex oriente

Naar aanleiding van de zoveelste bemoeienis van het CGKR in het politieke debat stelde Bart de Wever in De Standaard van 12.06.2006: “De N-VA eist dat de rol van het CGKR wordt ingeperkt. Als we mogen meedoen aan de coalitiegesprekken in 2007, vergeet ik dit niet.” Maar in 2013 heeft de partij het hogergenoemde samenwerkingsakkoord goedgekeurd waarmee Unia en Myria werden opgericht, met nog ruimere bevoegdheden en onafhankelijkheid dan voorganger CGKR ooit had. Vandaag kent de partij het resultaat van die onverklaarbare lankmoedigheid. Hoe vaak gaat de N-VA zich stoten aan dezelfde steen? Hoelang gaat het de partij nog aan de moed ontbreken om deze ondemocratische anomalie in ons politiek systeem af te schaffen of op zijn minst radicaal te kortwieken? Quousque tandem, Bart?

Laat voor de N-VA het licht uit het oosten komen. In mei heeft de rechtse Poolse regering haar antiracismecentrum gewoon afgeschaft, ondanks het gekwaak van sommigen over “Europese verplichtingen”. Wat een verschil in mentaliteit met dit land. In België wordt onder een linkse regering de linkse agenda uitgevoerd. Onder een rechtse regering wordt de linkse agenda echter evengoed uitgevoerd, alleen met wat nutteloos gegrom en gemor op de achtergrond. De N-VA is al een kwart van zijn kiezers kwijt, zegt de laatste opiniepeiling. Als er niet spoedig wat rechtse punten worden gescoord, mag de partij er niet van uitgaan dat daarmee de bodemkoers is bereikt.

Jurgen Ceder