Sommige dagen denk ik dat er van mijn wekelijkse bijdrage niets in huis komt. Ik kan je verzekeren dat zoiets heel vervelend is. Vorige week was dat ook het geval. Ik zat moederziel alleen op mijn bank. Er gebeurde niets. Geen kip te zien. Niemand kwam bij me zitten. Ik sufte me rot. Gelukkig gebeurt dat niet dikwijls. Toen ik al meer dan een uur zat uit te drogen, besloot ik de pijp aan Maarten te geven. Morgen misschien beter, dacht ik.

En net wanneer ik wilde opstappen, zette een vrouw zich naast me neer. Aan haar ogen zag ik dat ze had gehuild.

“Verdriet?”, vroeg ik.

Ze lachte en zei: “Net voor ik naar hier kwam, heb ik een berg ajuinen geschild en daarvan heb ik altijd last… Rode ogen die prikken.”

“Ik wilde niet onbeleefd zijn”, verontschuldigde ik me. “Maar ik heb het moeilijk met mensen die verdriet hebben en huilen. Als het enigszins kan, wil ik dan helpen. Mijn moeder zei altijd dat ik als baby huilend ben geboren.”

Ze lachte en zei: “Er wordt heel wat afgehuild in de wereld, meneer. Veel mensen schamen zich daarvoor wat helemaal niet nodig is. Verdriet of pijn kan je niet tegenhouden. ‘Bewaar je tranen maar voor later, dan komen ze misschien van pas’, zegt men wel eens tegen iemand die huilt zonder dat daartoe enige reden is.”

“Wel moet je opletten voor iemand die krokodillentranen huilt”, zei ik. “Dat zijn gehuichelde tranen.”

“Wat een gek woord, krokodillentranen”, zei ze. “Iemand zei me dat dat komt omdat een krokodil altijd huilt als hij een mens opeet zonder medelijden met het slachtoffer te tonen.”

“Die vergelijking loopt een beetje mank”, wist ik. “Een krokodil die zijn buit nuttigt, vergiet tranen omdat zodra hij kauwt en slikt zijn kaakspieren op zijn traanklieren drukken, waardoor de tranen beginnen te vloeien. Anderen beweren dan weer dat een krokodil geen tranen heeft. Wie zal het zeggen? Ik weet alleen wat ik lees of hoor.”

“Wanneer ik pijnlijke, verdrietige ervaringen opdoe, kan ik het huilen niet tegenhouden”, zei ze. “Weet je wat ik ook vreemd vind? Je hoort soms zeggen dat iemand bittere tranen huilt. Als ik één van mijn tranen oplik, proef ik nooit een bittere smaak.”

“Het is ook fout, mevrouw. Er bestaan helemaal geen bittere tranen. Toevallig weet ik hoe een traan ineen steekt.”

Ze keek me met verbaasde ogen aan. Daarom gaf ik haar de nodige uitleg. “Een traan bestaat voor 99 procent uit zuiver water, 0,2 procent eiwitdeeltjes en 0,8 procent zout. In plaats van over bittere tranen te spreken, of te zingen zoals in dat liedje, heeft men het beter over zilte tranen.”

“Men spreekt soms ook over hete tranen schreien”, zei ze.

“Ook dat is niet juist. De temperatuur van tranen is niet zo hoog. Men bedoelt daar alleen mee een groot verdriet te hebben.”

“Wat ik een mooie uitspraak vind, is in tranen uitbarsten”, zei ze.

Ik tuitte mijn lippen en trok mijn ogen wijd open.

“Zeg het maar”, zei ze.

“Je kan veel beter zeggen: in tranen baden, al is dat dan weer een dichterlijke overdrijving.”

“Waar zijn wij allemaal mee bezig”, lachte ze. “Ik vind al die verklaringen leuk, maar in werkelijkheid is het een droevig onderwerp waarover wij nu praten. Mensen zien huilen, dat is niet prettig.”

“Je moet maar denken: de tranen van vrouwen, het hinken van honden en de oostenwind duren geen drie dagen.”

“Waar haal jij dat allemaal uit?”, vroeg ze.

“Uit boeken, mevrouw. Onthoud alleen dat je bij verdriet het best je tranen de vrije loop laat, en veeg ze niet met een zakdoek weg. Wij leven nu eenmaal in het aardse tranendal. Al is dat ook een dichterlijke uitspraak. Er zit wel veel waarheid in, nu meer dan ooit.”

“Ik weet ook iets speciaals”, zei ze. “Het tranenbrood eten, is ontleend aan psalm 80:6, waarin staat dat de Heer God het volk Israël spijst met tranenbrood. De bedoeling is dat men eet terwijl het hart diep bedroefd is.”

Ik reikte haar de hand en zei tot afscheid: “Onze huisdokter zegt: ‘Huilen is ook een medicijn.’”

TdW