De Vlaamse regering pakte einde mei uit met een cluster van drie akkoorden: een akkoord over de kinderbijslag, een akkoord over de onderwijshervorming en een akkoord over de afslanking van de provincies. Dit alles tot frustratie van de oppositie en hun schrijvende vrienden. Wat volgde, was eenmaal andermaal vooral voorspelbare verontwaardiging van de progressieve lobby, met de zure barones Bea Cantillon in een glansrol.

Spectaculair was het heuglijke nieuws van vooral minister-president Geert Bourgeois en minister van Welzijn Jo Vandeurzen niet. Wat blinkend van vreugde werd beslist, stond in 2014 al in het regeerakkoord genotuleerd: elk kind geboren na 2019 dat opgroeit in Vlaanderen, van leefloner tot werkloze, van werknemer tot zelfstandige, krijgt vanaf 2019 een gelijk bedrag (maandelijks 160 euro). De nu bestaande rangorde- en leeftijdstoeslagen worden hiermee afgeschaft. Sociale correcties zijn er wel, voor wezen, pleegkinderen, kinderen met zorgnoden, voor lagere inkomens, voor grotere gezinnen. Ze worden wel beperkt tot inkomens tot 29.000 euro per jaar. Voor kinderen die nu al geboren zijn of nog voor 2019 geboren worden, blijft het huidige systeem gewoon bestaan.

Wel is het zo dat Bourgeois en Vandeurzen het goede nieuws over het akkoord koppelden aan een ander aspect van het regeerakkoord, met name het terugdringen van de kinderarmoede. In het nieuwe systeem zou nog 10,3 procent van alle kinderen in armoede leven, tegenover 11,2 procent in het huidige systeem. Meteen een riskant cijferspel dat getoeter over dat resultaat in de hand werkte.

Sociaal

Sociaal genoeg of niet? Daar kan je uren over discussiëren. Er zijn plussen en minnen. Het aandeel voor sociale toeslagen stijgt alleszins van 3,4 naar 12 procent. Ook eenoudergezinnen zouden er wat op vooruitgaan. Anderzijds blijven ook hogere inkomens kinderbijslag krijgen en gaan grote gezinnen vanaf vier kinderen (9,4 procent van alle kinderen) erop achteruit. Volgens ingewijden omdat de N-VA dat niet wou, want het tegenovergestelde zou “vooral een bonus zijn voor allochtone gezinnen” (DS 23 april).

Maar goed, in het akkoord kon elke regeringspartij wel iets vinden: de N-VA in het hoge en gelijke bedrag van de kinderbijslag, met behoud ervan voor de middenklasse, CD&V in de sociale bijsturing en uitzonderingen, en Open Vld met de koppeling van kinderbijslag aan de bereidheid van de ouders (vaak kansarmen, allochtonen en vreemdelingen) om hun kinderen vroeger naar de kinderopvang en naar school te sturen.

Gedonder

Het stond in de sterren geschreven dat links zou zoeken naar een stok om de regering te slaan.

Het begon maandag. Armoedespecialiste Bea Cantillon (UA, directeur van het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck, en ooit nog wel CD&V’er), nochtans zelf betrokken bij het voorbereidend onderzoek voor de nieuwe kinderbijslag, zette de linkse lijn uit: “De nieuwe regeling zou 15 procent meer kosten dan het huidige systeem. Bovendien zou die meerkost een kost op de pof zijn, te betalen door een volgende regering en vooral ambitie missen om nog meer (kinder)armoede aan te pakken, want de bijslag ging “naar iedereen” in plaats van “naar wie het echt nodig had”.

Cantillons suggestie: minder kinderbijslag voor iedereen, meer sociale toeslagen. Enigszins demagogisch verwees ze naar haar eigen casus: “Ik heb (als goed betaalde prof) nog één kind ten laste en krijg 60 euro extra…”

“Winst voor het doorsnee middenklassegezin”, echode De Morgen. “En de winnaar is… de Vlaamse middenklasse”, volgde De Standaard. Ook De Tijd gaf veel ruimte aan “experts” die spraken over “een gemiste kans om kinderarmoede aan te pakken”. En wie zijn die experts? Cantillon natuurlijk, en haar collega Wim van Lancker, en de kameraden van het Netwerk tegen Armoede, de christelijke en de socialistische vakbond. Eén pot natjes, noemen ze dat…

Kantelend plaatje

Woensdag veegde Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA) de kritiek van tafel. Bovendien vond hij het ongehoord dat Cantillon, die meewerkte aan het cijferwerk van de regering, nu zo kritisch uit de hoek kwam.

Cantillon haalde er een nieuwe stok bij. Ze gaf aan niet te hebben geweten dat de kinderbijslagen ook volgend jaar niet zullen worden geïndexeerd. Daardoor kantelde haar telraam. Voor gezinnen met twee kinderen, de meerderheid, zou het armoederisico niet dalen, zoals door de regering vooropgesteld, maar significant stijgen (van 7,6 procent naar 8,4 procent, voor eenoudergezinnen van 22,3 naar 22,9 procent).

Stof genoeg voor een pittig debat in het Vlaams Parlement en een bak kritiek op Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen. Van wie anders dan van de socialisten (Freya van den Bossche), die een herberekening van de armoederisico’s eisten, en van Groen, de partij die hamerde op de “marginale daling van het armoederisico” (Elke van den Brandt). De oppositie vroeg een armoedetoets die klaarheid zou scheppen. Die komt er ook, zei Vandeurzen, en “deze hervorming zal die toets ook doorstaan”, want de oppositie geeft “een verkeerde voorstelling van zaken”. De N-VA sprak over leugens…

Kop van Jut

Meteen trommelden veel redacties met Cantillon mee: Bourgeois zou “kritische wetenschappers het zwijgen opleggen”, ging “meer dan een stap te ver”. Het succes van het akkoord op een “historische zaterdag” (beslissing onderwijs, kinderbijslagen, provincies) werd een “pijnlijke woensdag”… De armoedelobby (nu ook Welzijnszorg, Caritas Vlaanderen) trok zich nog eens op gang: “De strijd tegen armoede verdient veel beter, de regering moet opnieuw aan tafel.”

Zal uit een nieuwe armoedetoets nu blijken of de Vlaamse berekeningen kloppen. Deels, zeker? Ten gronde zal het dossier van de kinderbijslag niet voor blijvend onheil zorgen. Links is hiervoor in Vlaanderen te zwak. Links zal blijven hameren op gelijkheid, niet gestoord door de wetenschap dat het leven iets ingewikkelder is dan dat. De sociale zekerheid en de kinderbijslag houd je maar overeind met de bijdragen van actieven. Anderzijds gebeurt de herverdeling al op tal van vlakken (fiscaliteit, studietoelagen, kinderopvang, et cetera).

Wanneer doet links eens een voorstel om het gekunstelde, geldverslindende kinderbijslagsysteem in te kapselen in onze algemene fiscaliteit? Geen ouder die het één van het ander onderscheidt. Dat zou het debat doorzichtiger maken.

Wanneer is links in staat om eindelijk eens toe te geven dat de ongelijkheid samenhangt met een al te vrijpostig asiel- en migratiebeleid? Wie de deuren openzet voor honderdduizenden nieuwkomers moet beseffen dat veel armoede meekomt, en dat de sociale kloof inzake kinderarmoede, onderwijs, huisvesting, jobs zo “vanzelfsprekend” wordt.

Niet de betrokkenen zelf zijn hiervoor verantwoordelijk, wel de progressieven die ervan uitgaan dat geld aan de bomen groeit.

Wanneer horen we Cantillon eens uitleggen waarom die problemen nog zoveel groter zijn in Wallonië en Brussel? Al jaren PS-regio’s, toch? Als het hierover gaat, reageert deze felle belgiciste als door een wesp gestoken. Ze was dan ook immer en altijd een felle tegenstander van de overheveling van de bevoegdheid over kinderbijslag naar de deelstaten.

“Wat doe je met kinderen van wie de ouders scheiden, en die één week bij papa in Vlaanderen wonen en één week bij mama in Brussel? Of als ouders van Vlaanderen naar Wallonië verhuizen?”, vroeg ze in Humo. Welnu, hetzelfde als wat je doet als een partner verhuist naar Nederland, Frankrijk of Duitsland. Ook dat is niet onoverkomelijk.

Pleiten voor solidariteit zonder grenzen is te vaak populistisch. Een overheid mag en moet te gepasten tijde aan de bel van de meer vermogenden trekken. Een debat over hogere progressieve belastingen, over inkomsten uit vermogen en erfenissen moet kunnen, maar een beetje ernstig liefst. Want voor we het weten, pluimen we onszelf.

Anja Pieters