In Nederland zijn ongeveer zeshonderd drugsholen die zich coffeeshop noemen en alles behalve koffie verkopen. Het beleid maakt zich belachelijk door enerzijds de verkoop van zogenaamde softdrugs te tolereren, maar er anderzijds streng op toe te zien dat die winkels maximum vijfhonderd gram wiet en hasj in huis hebben.

Voorbeeld Dutroux

Volgens de opiumwet zijn alle drugs verboden in Nederland. Dat is theorie. In de praktijk gebruikt acht procent van de Nederlanders softdrugs. Geregeld controleert de politie de drugsholen op vijfhonderd gram gedoogde voorraad in huis. Vele shops draaien dagelijks een omzet van 1 kilo en dat betekent dat ze minimaal twee keer per dag bevoorraad worden. Natuurlijk is de verleiding groot om meer in huis te hebben maar als men betrapt wordt, volgt een sanctie: drie maand sluiting. Sommige winkels hebben een geheime ruimte maar het blijft gevaarlijk. Bij invallen vorig jaar, onder andere in Den Bosch, ontdekte de politie een geheime kelder die zo uit de koker van Dutroux kon komen. Eén bedrijfspand ging een jaar dicht, maar de drie andere shops van dezelfde organisatie bleven buiten schot en leverden lustig verder aan de klantjes. Dat kon omdat in de praktijk bijna overal een arbeidsverdeling bestaat.

De stash

Er zijn ten eerste de kwekerijen: ongeveer dertigduizend in heel Nederland. Jaarlijks worden er vijfduizend opgerold, maar er komen er evenveel meteen bij. De hele teelt is in de handen van criminelen, al doen die dikwijls een beroep op amateurs die op zolder een eurocent willen bijverdienen. Onderzoek wijst uit dat haast niemand gedwongen wordt. De bendes werken vaak samen. Als een groep door invallen of brand te weinig voorraad bezit, wordt een beroep gedaan op collega-telers.

Wanbetalingen of overvallen (ripdeals) leiden wel geregeld tot moord en doodslag. De teeltcyclus duurt negen maanden en iet of wat kwekerij heeft zeshonderd tot elfhonderd planten. Bedrijven met tien kwekerijen verdienen iedere cyclus 1 miljoen euro. Centrum van de teelt is Tilburg met negenhonderd kwekerijen en een omzet van 800 miljoen euro. Dan gaat de oogst twee kanten op. Het grootste deel vertrekt naar het buitenland via bijvoorbeeld motorclubs. De rest blijft in Nederland en gaat naar “de stash”(bergplaats).

Netjes in het wit

Gezien de vijfhonderdgramregel is een tussenschakel nodig. Meestal zoeken de drugswinkeliers vrienden of kennissen die een centje willen bijverdienen en bereid zijn enkele tientallen kilo’s op te slaan. De politie slaagt er zelden in zo’n geheime bergplaats te vinden. Als dat gebeurt, vervolgt het gerecht alleen de eigenaar of de huurder, maar nooit de drugsverkoper. Vervolgens komen de koeriers aan bod die dagelijks heen en weer rijden tussen bergplaats en winkel. De meeste shops hebben een privé-ingang die uitziet op een binnenplaats met een parkeerruimte en liefst afgeschermd is met zware hekkens. Eens de buit de drempel van de winkel overschrijdt, wordt alles wat tot dan toe crimineel was ineens legaal gedoogd. En ontstaat de paradoxale situatie dat het wit geld van de klanten via de winkelier zwart geld van criminelen wordt. In een zijkamertje van de winkel werken meestal enkele vrouwen die de wiet en de hasj versnijden in zakjes van één à twee gram (verkoopwaarde 17,5 euro voor twee gram) en de joints rollen. Iet of wat shop verkoopt tweeduizend stuks per week. Nederland blijft natuurlijk wel Nederland en ziet er streng op toe dat deze drugsarbeidsters netjes in het wit betaald worden.

“Ideëel”

In Nederland zijn vijf gemeenten die “ideële coffeeshopstichtingen” bezitten met een bestuur en een winkelier die “directeur” van de zaak is, een salaris ontvangt en erop toeziet dat de vijfhonderdgramnorm nooit overschreden wordt, dat geen jongeren jonger dan achttien in de zaak komen en die alles in het wit afhandelt, tenzij de aankoop. Dat wordt dan hartelijk toegejuicht door het gemeentebestuur. De nationale politie vindt het allemaal minder leuk en probeert in ieder geval de grote telers te pakken en hun poen in beslag te nemen. Maar van de honderdvierenvijftig gearresteerden in 2015 kwamen er maar zes voor de rechter. Meestal eindigt alles met een belachelijke taakstraf of maximum twee jaar voor de grote criminelen. Overigens mislukte in 2008 de vervolging van Vlaanderens favoriete shop in Terneuzen: duizend parkeerplaatsen, drieduizend klanten per dag en de gemeente die hulpvaardig wegwijzers plaatste. De rechter lachte met het Openbaar Ministerie en zei dat de overheid maar op de blaren moest zitten, al kon hij niet verhinderen dat de deuren dichtgingen.

Willem de Prater