Michael Moore slaat weer toe

Where to Invade Next

Michael Moore is de regisseur die zichzelf graag opvoert als hoofdpersonage in zijn documentaires. Niet zonder succes. Het begon met het spraakmakende “Roger & Me” over de sluiting van de GM autofabriek in zijn geboorteplaats Flint, ging verder met “Bowling for Columbine” over de wapenindustrie in Amerika (waarvoor hij een Oscar kreeg) en daarna “Fahrenheit 9/11” (over de terroristische aanslag op de WTC torens), waarmee hij op het Filmfestival van Cannes de Gouden Palm behaalde en dat de meest succesvolle documentaire ooit werd.

Moore, die ook enkele boekenbestsellers op zijn naam heeft, is dan ook allang niet meer de naïeve underdog met de pet zoals hij tevoorschijn komt in zijn films. Volgens sommigen behoort hij intussen zelf tot het establishment, maar dat belet Moore niet om op de ingeslagen weg voort te gaan. Hij kan het klaarblijkelijk niet laten om de uitwassen van de Verenigde Staten aan te pakken en tegen de schenen te stampen van machthebbers of instellingen. Hoe je ook mag denken over zijn aanpak – die soms op het demagogische af is –  zijn films gaan over toestanden die best mogen aangeklaagd worden.

Met een titel als “Where to Invade Next” zou je een film kunnen verwachten die gaat over de drang van Amerika om zich te gedragen als de hoeder van de wereld en zich daarmee vaak hopeloos in nesten werkt. Niet dus. In zekere zin is de film de voortzetting van “Sicko” (2007) waarin Moore de gezondheidszorg in de Verenigde Staten aanpakte en daarbij Europa als voorbeeld stelde. Nu strijkt hij opnieuw neer in een aantal Europese landen om het over zaken te hebben waarvan Amerika wat kan leren. Bijvoorbeeld gevangenissen in Noorwegen, schoolmaaltijden in Normandië, vakantiegeld in Italië, gratis universiteit in Slovenië.

Moore kan het haast zelf niet geloven als hij zich eens te meer met zijn gekende nonchalante flair en dito humor doorheen zijn onderwerpen werkt. Daarmee verplaatst hij zich in de psyche van de gemiddelde Amerikaanse toeschouwer voor wie dat alles waarschijnlijk wat ongeloofwaardig overkomt. Voor ons, Europeanen, zit er eigenlijk een les in “Where to Invade Next”, namelijk dat we best trots mogen zijn op de sociale voorzieningen die generaties vóór ons hebben verwezenlijkt. Zeker in deze onzekere tijden, al wil dat niet zeggen dat er om de haverklap moet gestaakt worden om een buitensporig voordeel te behouden.

Toch even een kanttekening. Ik had het toch wat moeilijk met het item over de gevangenissen in Noorwegen die volledig gericht zijn op re-integratie en waar zelfs moordenaars in eerder “comfortabele” omstandigheden hun straf uitzitten.

Oké, ze hebben geen vrijheid en ik pleit hier niet voor toestanden zoals in ons land, maar potverdekke, de slachtoffers zijn er niet meer. Zij wel en ze hebben nog uitzicht op een verder leven ook. Dat wringt toch een beetje.

K.T.

Scheiden doet lijden

L’economie du couple

Als het over echtscheidingen en de gevolgen ervan gaat, dan krijg je gegarandeerd “Kramer vs. Kramer” op je brood. Maar die film dateert van 1979 en – met alle respect – valt te situeren in een typisch Amerikaanse context en Hollywoodaanpak. Dat de tijden veranderd zijn, merk je aan “L’économie du couple” van onze landgenoot Joachim Lafosse.

Daarin zien we hoe Boris (Cédric Kahn) en Marie (Bérénice Bijou) na vijftien jaar huwelijk en twee kinderen, op elkaar uitgekeken zijn en besluiten te scheiden. Maar in afwachting van de officiële scheiding vertoeft hij nog wel in het echtelijke huis, omdat hij vindt dat hij in de loop der jaren als bouwvakker met renovaties zoveel heeft bijgedragen tot de waarde van het huis (dat eigenlijk van Marie is), dat hij recht heeft op de helft van de opbrengst. Puur materialistisch zou je denken, maar misschien wil hij ook de tijd rekken dat hij zijn kinderen bij zich kan hebben. Hoe dan ook, zo’n situatie leidt onvermijdelijk tot spanningen.

Die worden door Lafosse niet op een sensationele manier in beeld gebracht. Wel raak geobserveerde situaties, waarin confrontaties afgewisseld worden met melancholische op herinneringen gebaseerde toenaderingen, waarin de kinderen uitgespeeld worden als inzet voor machtsspelletjes of waarin dagdagelijkse beslommeringen plots gigantische proporties aannemen. De pijn die gepaard gaat met een scheiding gaat Lafosse niet uit de weg. Mensen die mekaar ooit graag gezien hebben en vaststellen dat de liefde weg is, daar gaat een lijdensweg aan vooraf, en Lafosse doet zijn best om dat duidelijk te maken

Hij oordeelt niet en kiest geen zijde. Hij ordent zijn beelden zo dat je als toeschouwer zelf moet uitmaken wat je in zo’n geval zou doen. Dat is geen zwakte, die aanpak leidt alleen maar tot engagement langs de kant van de toeschouwer.

K.T.