Het dossier Noord-Korea heeft iets van een boemerang. Te lang werd het genegeerd, maar vandaag kletst het onverbiddelijk in de nek van het Westen, de VS op kop. Dat een oplossing vooral van China moet komen, is een frustrerende vaststelling. Toch staat Washington niet geheel machteloos, zij het dat er wel meer dan vijf minuten politieke moed voor nodig is.

“Omdat Pyongyang precies onze aandacht wil trekken, betekent dit niet dat we hen moeten negeren”, merkte kort geleden een onderzoeker van het International Institute for Strategic Studies (IISS) op. De uitspraak was meer dan een woordspeling, en raakt de nucleus van het probleem. Een steeds groter wordende groep deskundigen is de mening toegedaan dat het nucleaire programma van Noord-Korea, net als zijn vorderingen op het vlak van rakettechnologie, verontrustende proporties begint aan te nemen. Uiteraard is de manier waarop ze de eigen activiteiten als propaganda gebruiken een clowneske bedoening. En bij de uitgevoerde tests loopt zonder meer veel mis, om nog maar te zwijgen over de manier waarop de behaalde resultaten systematisch positiever worden voorgesteld. En toch.

Er wordt vooruitgang geboekt, merkt ook het Internationaal Atoomagentschap op. In die mate dat we op een dag, in een niet zo verre toekomst, wel eens wakker kunnen worden in een wereld met een Noord-Korea waar een aanzienlijk grotere bedreiging van uitgaat dan ooit gedacht. Niet alleen komt er in hun arsenaal elke week één kernbom bij. Volgens een deskundige verbonden aan de John Hopkins Universiteit zou het land in staat zijn begin volgend decennium daadwerkelijk de VS te treffen. “Slaagt men er vandaag niet in het gevaar in te dijken, dan wordt dit een serieus probleem tijdens de tweede ambtstermijn van de opvolger van Obama”, merkte hij licht cynisch op.

Prioriteit Iran

Van in het begin van zijn ambtstermijn had de Amerikaanse president Obama een bijzondere belangstelling voor kernwapens. Zopas nog was hij de eerste Amerikaanse president die Hiroshima bezocht. Toch was er ook meer dan symboliek. Hij nam verschillende initiatieven rond het afbouwen van kernarsenalen en inzake proliferatie, het groeien van het kernarsenaal. Illustratief waren de nieuwe START-akkoorden die in 2010 met Rusland ondertekend werden. En natuurlijk de inspanningen rond Iran.

Dat Noord-Korea in dit verhaal de blinde vlek bleef is een feit. Niet onlogisch, overigens. In essentie berustte de beslissing van Washington om de aandacht op Teheran te focussen en Pyongyang links te laten liggen op een nuchtere calculatie zoals de 44ste president van de VS er wel meer maakt. Dat de Noord-Koreanen gevoelig verder stonden dan de Perzen, was niet doorslaggevend. Wel dat hij naar Iran toe over reële hefbomen beschikte, terwijl dat betreffende Noord-Korea niet zo was. Iran mag dan geen democratie zijn, de leiding heeft wel aandacht voor het levenspeil van de bevolking en de onrust die eruit kan voortvloeien. Economisch is het land erg afhankelijk van gas- en olie-export, waardoor het opleggen van sancties een efficiënte politiek kan zijn.

Niet zo in Noord-Korea, waar het regime zich geen moer aantrekt van hoe het de bevolking vergaat. Negentig procent van de handel van het land verloopt trouwens met China, wat van soortgelijke sancties een steriele optie maakt. Er is nog een ander belangrijk verschilpunt. Officieel is Iran altijd blijven ontkennen aan een kernbom te knutselen. Bij hoog en bij laag hield het regime vol dat hun kernprogramma enkel voor niet-militaire toepassingen bestemd was. De geestelijke leider sprak ooit zelfs een fatwa uit die het bezitten van een kernbom als “een grote zonde” omschreef. Dat staat haaks op de Noord-Koreaanse attitude. De Kim-dynastie beschouwt kernwapens als deel van haar DNA. Essentieel voor het eigen voortbestaan. Ze zijn ook cruciaal voor de plaats die het land op het internationale schaakbord inneemt. Zonder deze afschrikking, is het niet meer dan een hoopje ellende, een failed state in de volle betekenis van het woord. Iran daarentegen is en blijft een regionale macht, met of zonder de bom.

Op zich kwam Obama jaren geleden tot hetzelfde besluit als Bill Clinton midden jaren negentig. Ook hij schroefde Pyongyang de duimschroeven aan, in die mate dat hij in 1994 op het punt stond een luchtaanval goed te keuren. De vrees dat dit voor een escalatie en een heuse oorlog op het Koreaanse schiereiland zou kunnen leiden, bracht hem op andere ideeën. Van dan af belandde het dossier Noord-Korea in een lage schuif, waar het ook bleef. Iran werd de prioriteit. Dat vandaag die schuif begint te rammelen, is een gegeven dat niet miskend kan worden.

Onvermijdelijk China

Het insulaire, eilandachtige bestaan van Noord-Korea maakt een benadering van het land erg moeilijk, wat dan weer de Amerikaanse (en westerse) frustratie voedt. Elke politiek staat of valt met China, de levensader van het regime in Pyongyang. Met lede ogen aanschouwt men in Washington de spreidstand van Peking. De tijd dat Peking het Kim-regime vrijwel kritiekloos de hand boven het hoofd hield, is al een tijdje voorbij. Pyongyang werd een steeds groter wordende bron van ergernis voor de Chinezen. Ze werkten mee aan eerdere sancties in de VN. Alleen zijn ze als de dood voor een implosie van het regime, omdat die massale vluchtelingenstromen richting China zou veroorzaken. In essentie is dat het Chinese dilemma: wat graag zouden ze een regimewissel zien in Pyongyang, maar tegelijk zijn ze als de dood voor een destabilisatie, wat dan weer de eerste optie quasi onmogelijk maakt.

En toch is er iets wat de VS kunnen doen, menen vele deskundigen. Het plaatsen van een raketdefensiesysteem dat bondgenoten als Japan of Zuid-Korea een militaire paraplu zou verschaffen. Dat ergert dan weer China, dat weet men, maar die prijs moet dan maar betaald worden. Tegelijk kan de druk op China verhoogd worden en moet Peking overtuigd worden dat hardere sancties niet noodzakelijk die zo gevreesde implosie zouden teweegbrengen. En nog eens parallel hiermee moet gewerkt worden aan de vernietiging van het Noord-Koreaanse arsenaal nog voor het gebruikt kan worden. Kwestie van in een worstcasescenario een stok achter de deur te hebben. Bij deze alvast een boeiend dossier voor de 45ste president van de VS, wie het ook moge worden.

Michaël Vandamme