Voor sommigen mag voetbal oorlog zijn, anderen zien er dan weer politiek in. En voor sommige landen is dat beslist het geval. Ons interesseren Oostenrijk en Hongarije; die  landen kwamen op het EK tegen mekaar uit. Maar hoe ligt de historische band tussen beide teams? Per slot van rekening maakten ze ooit deel uit van één land.

Er zijn van die anekdotes om van te smullen. Beeld u de scene in. “Het is vandaag Oostenrijk-Hongarije”, zegt Metternich tegen de Habsburgse keizer Frans Jozef. “Werkelijk, tegen wie spelen we?”, repliceert de man die bij zijn overlijden in 1916 meer dan zeventig jaar op de troon had gezeten. Of deze dialoog ooit op deze manier plaatsvond, laten we in het midden. Se non è vero, è ben trovato. Het grapje viel enkele keren toen beide ploegen, ingedeeld in Groep F, het ergens begin vorige week tegen mekaar opnamen. En het moet gezegd dat een Europabeker zich maar zelden leent tot net dit mopje, grotendeels door Hongaarse afwezigheid. Hongarije doet voor het eerst in meer dan vier decennia mee aan een Europacup.

Identiteit

Vanuit sportief oogpunt is een wedstrijd die net die ploegen tegenover mekaar plaatst misschien geen topper, maar vanuit historisch perspectief is deze match toch bijzonder. Abstractie makend van de Britse eilanden en de buurlanden Argentinië en Uruguay, werd doorheen de jaren geen interland vaker gespeeld dan Oostenrijk-Hongarije. Die dag in Bordeaux was het welgeteld de 137ste editie. En de Hongaren gingen met de overwinning aan de haal, maar dat is geen nieuws meer.

Interessanter is het gegeven dat sinds internationale landenwedstrijden georganiseerd werden, al dan niet in ruimere competities, beide landen steeds een autonome voetbalploeg hadden. Ook toen er nog sprake was van Oostenrijk-Hongarije.

Laten we een eind terug in de 19de eeuw duiken. In 1867 ontstond de Dubbelmonarchie (Donaumonarchie), zij het dat beide entiteiten behoorlijk wat autonomie behielden. Financiën en bepaalde delen van het leger werden onder één controle geplaatst, maar voor het overige behield iedereen zijn eigen bevoegdheden. In die optiek is het logisch dat de oprichting en uitbouw van respectievelijke sportbonden het werk van de constituerende delen van het Rijk waren. Binnen Oostenrijk-Hongarije speelde voetbal een belangrijke rol betreffende identiteit. Niet alleen was het een uitdrukking van de respectievelijke Hongaarse en Oostenrijkse eigenheid binnen het staatsverband, tegelijkertijd zag men het als een expressie naar andere Midden-Europese landen en zeker Duitsland. En toen brak de Eerste Wereldoorlog uit… Tussen 1914 en 1918 speelden Oostenrijk en Hongarije zomaar even 19 vriendschappelijke wedstrijden.

Mitropa Cup

Een interessante ontwikkeling na afloop van de oorlog was de oprichting van de Mitropa Cup, een aparte competitie voor Midden-Europese landen. Concreet waren dat Oostenrijk en Hongarije uiteraard, maar ook Tsjechië, Joegoslavië, Roemenië en zelfs Zwitserland en Italië. Voor het gros van de fans ging het natuurlijk om de sport, maar zeker in die tijden zat er ook een politiek statement achter. De afbakening symboliseerde iets van een lotsbestemming van dat deel van Europa dat er enkele bewogen jaren op had zitten, grenscorrecties inbegrepen. Men wou een beeld van eenmaking verschaffen, wat in die jaren geen sinecure was. De Wereldvoetbalbond stelde niet veel voor, laat staan dat er iets was als de Europese Unie. Nationalistische gevoelens waren dan weer in overvloed aanwezig. Het is precies tegen deze achtergrond dat de politieke betekenis van dat Donaufussbal begrepen moet worden.

Kleurenspel

Lange tijd speelde Oostenrijk in dezelfde kleuren als Duitsland, wat voor verwarring zorgde. En ook dat was een statement. Na het einde van de Eerste Wereldoorlog en de ontmanteling van het Oostenrijkse Rijk, had rompstaat Oostenrijk zich maar wat graag bij Duitsland aangesloten. Dit werd echter geweigerd door de geallieerden. Toen beide landen het in 1934 tegen mekaar opnamen, leenden de Oostenrijkers zelfs truitjes van FC Napoli. Pas enkele jaren geleden veranderde het Oostenrijkse voetbaltenue. De keuze viel op rood-wit, niet toevallig, want dat zijn de twee kleuren van de Oostenrijkse vlag. En een vlag is precies wat je ziet bij het spelen van Hongarije; rood, wit en groen worden netjes over shirts, broek en sokken verdeeld. Het wapenschild wordt aan de linkerkant gedragen, pal op het hart. Met enthousiasme zingen de Hongaren hun volkslied met de hand op dat schild. Wat een contrast met het gemompel van de Rode Duivels, al hoort u ons niet klagen.

Michaël Vandamme