Duidelijke taal

Aan de vooravond van de historische Brexit, werden daarover in de Kamer vragen gesteld aan de premier. Maar liefst zeven parlementsleden van zowat alle fracties wilden weten wat België van plan is met Europa, nu Michel openlijk had gepleit voor een soort conventie of conclaaf met de Europese lidstaten. Het was duidelijk dat de sympathie voor de Brexit bij de ene partij veel groter was dan bij andere partijen. Filip Dewinter was uitgesproken voor en pleitte zelfs voor een referendum waarin Vlamingen én Walen zelf kunnen kiezen of zij bij de EU willen horen. Opvallend was zijn pleidooi voor Europese samenwerking, maar dan vanuit de soevereiniteit van de staten.

Ook nog eurokritisch was Peter Luyckx van N-VA, bekend als een van de harde, pure Vlaams-nationalisten in zijn partij. Hij ging niet zover als Dewinter, maar liet toch optekenen dat “we niet moeten verdergaan naar een soort van Europese superstaat. Wie vandaag nog denkt dat er een draagvlak is voor die doorgedreven Europese integratie, die komt van Mars. (…) De eurofiele of euroforische traditionele aanpak heeft gefaald. We hebben nu nood aan een eurorealistische aanpak.” En nog: “Mijnheer de premier, doe dat dan wel met de nodige zin voor eurorealisme. Doe dat ook met de nationale Parlementen, want zij staan het dichtst bij de burger en zij moeten mee in dat verhaal betrokken worden. En doe dat met open vizier ten opzichte van Europa. Durf Europa in vraag te stellen, niet noodzakelijk om te komen tot een steeds meer geïntegreerd Europa, een of andere superstaat, maar wel tot een Europa waar verstandig geïntegreerd wordt.” Voorzichtigere kritiek, maar toch duidelijk, zeker na de opvallende stilte hierover de jongste weken van zijn partij.

Optima-kater

De Vlaamse socialisten lopen er ongemakkelijk bij in het paleis der Natie, en ze laten zich minder zien dan anders. Het Optima-schandaal waarin oude sp.a-krokodillen als Luc van den Bossche tot over hun oren in betrokken zijn, doet denken aan het Agusta-schandaal van de jaren negentig. En het is meer dan een perceptieprobleem, want de nieuwe generatie wordt erop aangesproken. Hun pleidooi voor een onderzoekscommissie om zo een poging te doen in hun vlucht naar voren, vindt evenwel geen gehoor bij de meerderheidspartijen die natuurlijk niets liever zien dan een spartelende en naar adem snakkende concurrent die het jarenlang al te bruin gebakken heeft. Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten, zei Peter Vanvelthoven al ten aanzien van zijn partijgenoten die in het schandaal betrokken zijn. Maar het geldt evenzeer voor heel zijn partij. De enige redding lijkt wel een fundamentele breuk met het verleden, inclusief het vertrek van een hele generatie.

Steentje in de rivier

Het Engels sluipt in onze samenleving elke dag een beetje meer binnen. Kijk maar naar de opschriften van handelszaken, reclamedrukwerk en dies meer. Maar ook overheden nemen het niet zo nauw met aankondigingen van manifestaties en gebruiken heel veel Engelstalige begrippen en slogans. En aan loketten is men nogal snel Engels aan het praten tegenover nieuwkomers. De taalwetgeving in dit land is nochtans duidelijk: overheden dienen in hun omgang met particulieren de taal van hun taalgebied te gebruiken. In Brussel betekent dat dat daar het Nederlands of het Frans kan gebruikt worden. Brussel is immers officieel tweetalig. Vandaar. Naar verluidt werden er onlangs enkele dossiers voorgelegd aan de Vaste Commissie voor Taaltoezicht (VCT) waarin door Brusselse gewestelijke diensten gevraagd wordt of het mogelijk is om werkzoekenden die nieuwkomer zijn of werkgevers die de officiële talen niet beheersen, te woord te staan in het Engels. Dit zijn altijd dossiers die voor stress zorgen bij de VCT. Er zitten naast vijf Vlamingen immers ook vijf Franstaligen in de commissie en deze laatsten stellen alles, maar dan ook alles, in het werk om het Nederlands een hak te zetten. Zelfs als dat kan door Engels door de vingers te zien…

De VCT stelde evenwel altijd formeel dat het gebruik van andere talen dan de bestuurstalen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zoals het Engels, in betrekkingen met particulieren strijdig is met de taalwetgeving. Maar of men daar in de praktijk rekening mee houdt, is een ander paar mouwen. De adviezen van de VCT zijn immers niet bindend en het is dus niet de eerste keer dat bepaalde overheden een en ander feestelijk aan hun laars lappen. Door de toenemende verengelsing, maar ook de trend tot banalisering van de taalwetgeving in wat men een kosmopolitische wereld noemt, wordt het eigenlijk hoog tijd dat men de VCT hier meer armslag tot afdwingbaarheid zou geven. Daarvoor kan de taalwetgeving gewijzigd worden, bij eenvoudige meerderheid zelfs. Daar is geen staatshervorming met dubbele en tweederdemeerderheden voor nodig. Als de N-VA dat al zou kunnen bewerkstelligen, dan is er uiteindelijk toch al één steentje in de rivier verlegd. Wie durft er in de Kamer zijn hoofd boven het maaiveld uitsteken?

Bedenkelijk

Dat alle grote problemen en vraagstukken in de Kamer worden besproken, bleek nog maar eens toen na onder meer het Brexit-verhaal, de economische gevolgen van stakingen, het falen van noodoproepcentrales, de terugkeer van Syriëstrijders, er ook parlementairen waren die het met bloedige ernst en met grote staatsmanskunst komen hebben over het betalen van plastic winkelzakjes, de gesprekken tussen de Gewesten daaromtrent en de houding van de minister daarover, gelet op het gewijzigde gedrag van de consument… Die bedenkelijke eer viel te beurt aan Michel de Lamotte van cdH. Kijk, dat men dit soort discussies wil voeren, daar is zeker niks op tegen. Maar dat men die houdt voor commissievergaderingen waar daar tijd voor is. Een plenaire vergadering heeft wel andere katten te geselen. Op school in de oude humaniora leerden wij ‘onderscheiden’, hoofdzaken van bijzaken bijvoorbeeld. Sommigen zijn daar blijkbaar nooit aan toe gekomen. Maar ze zijn wel parlementair geworden…

Essentie

Kamervoorzitter Bracke is een twitteraar. Zo deelde hij op 21 juni aan de wereld mee dat een beperkte Thaise parlementaire delegatie haar mening kwam vragen over de aanpak van… een referendum. Hij zei geen idee te hebben of ze wisten dat ze op bezoek waren bij een ervaringsdeskundige… (Het referendum in Gent over het circulatieplan, weet u wel…) En dan: “In ieder geval, de Thaise grondwet wordt aangepakt en de Thai krijgen inspraak via een referendum in augustus. Na jaren van instabiliteit is er blijkbaar nood aan een democratisch politiek debat. Heb hen meegegeven dat dit de essentie van een democratie is en de hoop uitgesproken op een sereen verloop van het referendum.” Zou hij hen ook meegedeeld hebben dat het laatste referendum in België zo’n vijfenzestig jaar geleden plaatsvond en dat men toen de wil van de meerderheid compleet genegeerd heeft? En dat men zich in België nadien nooit meer in een (nationaal) referendum over iets heeft kunnen/mogen uitspreken? Gelet op zijn diep gevoel voor de essentie van de democratie, zou hij dan voor een referendum zijn over het al dan niet in de EU blijven van België? Want die EU wordt toch geleid door niet-verkozen bureaucraten, nietwaar?!