Mijn beste vriend in het voetbalmilieu is ongetwijfeld Hugo Broos. Ik was dan ook blij toen ik hoorde dat Hugo succesvol is als bondcoach van Kameroen. Hij plaatste zich met zijn ploeg voor de eindronde van de Afrikacup.

De wegen van Broos en de mijne hebben zich dikwijls gekruist. Samen bij het leger, tien jaar ploeggenoten bij Anderlecht en de nationale ploeg en elkaar later nog tegengekomen bij Club Brugge. Men beweert dat tegenpolen elkaar aantrekken. Wel, dat kan men hier zeker zeggen. Hugo en ik zijn volledig verschillende karakters. Bij afzonderingen of buitenlandse trips met Anderlecht was Hugo Broos gedurende meer dan tien jaar mijn kamergenoot. Hugo, het type van de brave huisvader, werd opgezadeld met een medemens die nogal avontuurlijk was aangelegd. In de kamer liet ik alles rondslingeren en daar ergerde hij zich mateloos aan. Na Europacupmatchen in het buitenland was het de traditie dat er een stapje in de wereld werd gezet. Aan die festiviteiten nam Hugo zelden deel. Hij las liever rustig een boek. Als we rond vier uur ‘s nachts met een paar spelers langskwamen om de minibar te plunderen, probeerde hij iedereen zo vlug mogelijk buiten te werken. En om mij ‘s morgens uit mijn bed te krijgen, dat moet ook geen sinecure geweest zijn.

Onze legerdienst brachten we samen door in het Klein Kasteeltje in Brussel, waar we in de keuken terechtkwamen. Afwassen, de refter kuisen en het eten opscheppen, dat waren onze interessantste bezigheden.

Naar Club Brugge

Hoe Hugo Broos bij Club Brugge is terechtgekomen, dat is ook een speciaal verhaal. Bij blauw-zwart was ik werkzaam als assistent van Georg Kessler toen ik op een mooie dag een telefoontje kreeg van Hugo, met de vraag of ik geen manager kende in Frankrijk die hem aan een ploeg kon helpen. ‘s Namiddags had ik een afspraak met Kessler, de man die ons allebei liet debuteren in het eerste elftal van Anderlecht. Ik maakte hem de groeten over van Broos. “Wat is hij van plan?”, vroeg de Duitser geïnteresseerd. “Hij wil naar Frankrijk”, antwoordde ik. Kessler dacht even na en had denkelijk zijn besluit snel genomen, want hij zei: “Oké, we nemen hem!”

In onze debuutjaren bij Anderlecht werden Broos en ik uitgenodigd om een nieuw contract te komen bespreken in het kantoor van Georg Kessler. Hugo mocht eerst binnen; ik moest wachten op de gang. Een beetje nieuwsgierig legde ik mijn oor te luisteren tegen de deur. Plotseling vloog die open. “Straks is het jouw beurt”, zei Kessler, en hij smeet de deur dicht. Toen ik dan wat later binnenkwam, keek hij mij streng aan: “Ik moet je zeker niet vertellen wat Broos wil verdienen?” “Neen”, antwoordde ik, “maar kan het niet een beetje meer?” Waarna ik buiten vloog…

Gille van Binst