2016-25_05_Debels_Vastgoeddroom Marokkaanse Belg blijft intact (Medium)Over de Belgische Marokkanen bestaan heel wat mythes, zeker als het over vastgoed gaat. Is het wel waar dat de meesten een woning in Marokko hebben? Daarom is het goed om terug te vallen op de feiten, zeker als deze verzameld werden door een instantie zoals de Koning Boudewijnstichting.

In de studie ‘Belgische Marokkanen, een dubbele identiteit in ontwikkeling’ van juni 2009 lezen we erg interessante zaken over het vastgoed van de Belgische Marokkanen. ‘In Vlaanderen vinden we ook het hoogste aandeel gezinnen van Belgische Marokkanen die eigenaar zijn van hun woning (43 procent). Wallonië daarentegen haalt het laagste cijfer: je vindt er dus meer huurders dan in de andere gewesten. De cijfers voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest liggen dan weer iets lager dan het algemene gemiddelde.’

40 procent Marokkaanse huurders bezit onroerend goed in Marokko

Volgens de (grote) steekproef van de onderzoekers vinden we in Wallonië wel ‘het grootste aandeel Belgische Marokkanen die onroerend goed bezitten in Marokko, namelijk 71 procent van de ondervraagde personen’. In Brussel ligt dit cijfer gevoelig lager dan het algemene gemiddelde en in Vlaanderen ligt het ruim onder dit gemiddelde.

De onderzoekers wijzen erop dat 60,6 procent van de mensen van Marokkaanse herkomst die in België wonen, eigenaar is van onroerend goed in hun land van herkomst. Zij verklaarden een huis (51 procent), een stuk grond (19 procent) of een residentie (2,8 procent) in eigendom te hebben. Opvallender is nog dat het bezit van een onroerend goed in Marokko varieert afhankelijk van de geboorteplaats en de naturalisatie: van 46,6 procent bij de niet-genaturaliseerde mensen die in Marokko geboren zijn, over 57,8 procent bij de genaturaliseerde mensen die in Marokko geboren zijn tot 62 procent bij de mensen die in België geboren zijn. De onderzoekers willen er ook op wijzen dat 66 procent van de personen die onroerend goed bezitten in Marokko, huurder zijn in België. Het overige percentage is eigenaar.

Anders gesteld: het percentage eigenaars in België die onroerend goed in Marokko bezitten, bedraagt 65,3 procent. Dat zijn er bijna twee op drie. En er zijn 40,2 procent huurders in België met onroerend goed in Marokko. Dat is bijna de helft.

Fraude met sociale woningen

Die laatste gegevens hebben uiteraard gevolgen voor de huurders van sociale woningen. Sedert het voorjaar van 2015 kunnen de socialehuisvestingsmaatschappijen de informatie over binnenlandse eigendommen automatisch krijgen via CADNET. CADNET staat voor de geïnformatiseerde bijwerking (mutaties) van de kadastrale documentatie betreffende de eigenaars en de percelen. Door die automatische informatieverstrekking moeten de huisvestingsmaatschappijen niet meer alles zelf op papier opvragen aan kandidaat-huurders en aan de ambtenaren van de FOD Financiën.

Er blijft volgens parlementslid Brecht Vermeulen (N-VA) evenwel een probleem voor wat eigendommen in het buitenland betreft. Veel landen hebben namelijk geen centraal kadaster.

Vermeulen: ‘Elke socialehuisvestingsmaatschappij zal u kunnen meedelen dat ze uit informele bronnen dikwijls vernemen dat allochtone sociale huurders toch over een eigendom zouden beschikken in hun thuisland. Toch hebben die socialehuisvestingsmaatschappijen geen realistische mogelijkheden om dat te controleren. Hierdoor wordt de inbreuk om geen onroerend goed in volle eigendom te bezitten onbestraft gelaten.’

Vermeulen gaat verder: ‘In haar communicatie van vorig jaar heeft Vlaams minister voor Wonen Liesbeth Homans meegedeeld dat het fundamenteel oneerlijk is dat er een verschil is in de mogelijkheid op controle.’ Homans zou met de federale regering bekijken hoe de eigendomscontrole in het buitenland meer sluitend kan gemaakt worden zodat sociale fraude op dat niveau drastisch kan verminderd worden.

Volgens de federale regering moet elke vorm van sociale fraude ‘aangepakt en bestreden worden’. Daartoe moeten de gegevens waarover het federale niveau beschikt in verschillende databanken beter uitgewisseld en gebruikt worden. In de strijd tegen sociale fraude en sociale dumping zet de regering dan ook volledig in op deze datamining en datamatching.

Enkel uitwisseling met EU-lidstaten

CADNET werd volgens het antwoord van de regering in het parlement sinds 19 mei 2015 vervangen door de applicatie STIPAD en de hieraan verbonden databank PATRIS. PATRIS bevat gegevens met betrekking tot in België gelegen onroerende goederen.

De federale regering: ‘De FOD Financiën wordt wel in kennis gesteld van buitenlands onroerend bezit via het uitwisselingsplatform STIRINT. Het gaat echter enkel om gegevensuitwisseling met de lidstaten van de Europese Unie in toepassing van artikel 8 van de Europese Richtlijn 2011/16/EU van 15 februari 2011.’ Bovendien gaat het om een administratieve samenwerking op het gebied van belastingen die dus enkel in het kader van de fiscaliteit en niet met betrekking tot sociale huur kan gebruikt worden. Een betere uitwisseling of het ter beschikking stellen van deze gegevens in het kader van sociale huur behoort derhalve niet tot de bevoegdheid van de minister van Financiën.

Omtrent dit specifieke dossier was er tot eind april 2016 geen overleg tussen het Vlaamse niveau met Liesbeth Homans en het federale niveau. De concrete vraag over dit dossier is volgens de federale regering ‘nog niet gesteld door andere Gewesten’. Er is wel informeel overleg geweest omtrent het dossier “push energiegegevens” in het kader van de onderlinge uitwisseling van gegevens met de gewesten (bijvoorbeeld om woningleegstand op te sporen).

Volgens de federale regering kunnen de gegevens die verzameld worden via de gewesten en via de federale overheid op een efficiënte manier worden uitgewisseld. De federale regering: ‘Momenteel kunnen ook de Gewesten gebruik maken van het meldpunt eerlijke concurrentie om vermoedens van sociale fraude en sociale dumping te melden. Deze meldingen stellen de sociale-inspectiediensten in staat om hun databanken aan te vullen en zo mogelijke gevallen van sociale fraude en sociale dumping op te sporen. In het kader van de wet op de uitwisseling van energiegegevens om sociale fraude op te sporen zijn wij steeds bereid te bekijken, in respect met de privacywetgeving, om wettelijke initiatieven in de Gewesten (bijvoorbeeld het Vlaams decreet over woningleegstand) ook federaal te omkaderen.’

Slotsom: geen controle

Een Belgische Marokkaan die een eigendom in Marokko in volle eigendom bezit en die tegelijk een huurwoning betrekt via een Vlaamse socialehuisvestingsmaatschappij heeft vandaag weinig te vrezen. Er is immers geen uitwisseling van gegevens tussen Marokko en ons land enerzijds of a fortiori Marokko en Vlaanderen anderzijds. Elke vorm van sociale fraude moet volgens de federale regering ‘aangepakt’ en ‘bestreden’ worden. Maar dat wordt uiteraard een stuk moeilijker als de relevante informatie ontbreekt. Het verschil tussen retoriek en realiteit is hier wel erg groot. De vastgoeddroom van de Belgische Marokkaan is voorlopig nog geen nachtmerrie geworden.

Thierry Debels