2016-25_12_Cultuur (Voor God en Geld) (Medium)De tentoonstelling ‘Voor God en Geld’ in het Caermersklooster in Gent, die hier vorige week aan bod kwam, krijgt met drie publicaties een stevige onderbouw.

‘Voor God en Geld’ brengt met schitterende en verrassende stukken het verhaal van de ‘Gouden Tijd’ – de vijftiende en zestiende eeuw – van de Zuidelijke Nederlanden. De tentoonstelling heeft een originele invalshoek. Ze legt een rechtstreekse band tussen de burgerij, die zorgde voor de economische macht, en de artistieke bloei in onze gewesten. Het overgrote deel van de stukken komt uit de kunstcollectie van mede-initiatiefnemer Fernand Huts van Katoen Natie, die bij de opening van de tentoonstelling wees op de belangrijke rol van de ondernemende en durvende burgerij. Huts riep de Vlamingen op trots te zijn op dit groots verleden. De Standaard schreef over ‘een schaamteloos chauvinistische en liberaal geïnspireerde tentoonstelling’. De publicaties die bij de expo verschenen, geven de oproep van Huts een stevige onderbouw.

Rijkdom en status

Professor Katharina van Cauteren is curator van ‘Voor God en Geld’ en ze is verantwoordelijk voor het beheer van de Huts-verzameling. Zij bracht een vijftiental wetenschappers samen: professoren met elk hun specialisatie in de diverse aspecten van de middeleeuwse geschiedenis, aangevuld met onderzoekers van het FWO. Gedurende twee jaar heeft dit team gewerkt aan het boek ‘Gouden Tijden. Rijkdom en status in de middeleeuwen’. Het vormt in 556 bladzijden (groot formaat) het vuistdikke wetenschappelijke fundament voor het verhaal van de tentoonstelling. Het boek maakt komaf met het cliché van de ‘duistere middeleeuwen’ en toont aan dat ze op veel vlakken in de Zuidelijke Nederlanden moderner waren dan tijdens de alom geroemde renaissance. Want in de middeleeuwen liggen de kiemen van onze samenleving vandaag, van de democratie en van het kapitalisme.

Met een aanloop in de Karolingische tijd legt het boek de wortels van het duurzaam economisch succes in middeleeuws Vlaanderen in de periode 950-1100. De auteurs herschrijven de economische geschiedenis van onze contreien in de vijf volgende eeuwen vanuit de verschillende sociale groepen. Ze tekenen de vele gezichten van de middeleeuwse burger in de Zuidelijke Nederlanden: kooplieden, geldhandelaars, ambachtslieden, textielondernemers en -arbeiders… Er is aandacht voor de drie aloude standen – clerus, adel en boeren – en hoe die in relatie of conflict gingen met de nieuwe burger.

Het is fascinerend te lezen hoe het graafschap Vlaanderen en het hertogdom Brabant uitgroeiden tot de economisch meest toonaangevende en meest verstedelijkte gebieden in Europa. En hoe in die steden nieuwe industriële dynamieken, technologische innovaties en culturele prestaties werden aangezwengeld door ondernemende en zelfbewuste burgers. Het boek wijst op de negatieve effecten van deze ontwikkelingen, zoals sociale polarisaties en scherpe politieke tegenstellingen. Bijzonder boeiend is het hoofdstuk over de mondige middeleeuwse vrouwen, met vooral in de Zuidelijke Nederlanden heel wat ondernemende ambachtsvrouwen, talentrijke kunstenaressen, invloedrijke kluizenaarsvrouwen. Het boek sluit af met interessante bijdragen over het ontstaan van de kunstmarkt in de late middeleeuwen en over de kunstenaars in de middeleeuwen en de renaissance.

Dit grote verhaal is rijkelijk en prachtig geïllustreerd. Het boek over God en vooral over geld is luxueus uitgegeven: goud-op-snee en in een foedraal. En omdat het over de Zuidelijke Nederlanden gaat, kreeg het een geel en een zwart leeslintje.

Tweelingboek en synthese

Er is nog een tweede tentoonstellingsboek, dat ‘een twee-eiig tweelingboek’ wordt genoemd en dezelfde titel heeft als de tentoonstelling: ‘Voor God & Geld. Gouden Tijd van de Zuidelijke Nederlanden’. Twee auteurs geven eigenzinnig hun visie op de sociale, economische, culturele en religieuze ontwikkelingen in de middeleeuwen in de Zuidelijke Nederlanden, elk vanuit hun invalshoek. Het zijn kunsthistorica Katharina van Cauteren en ondernemer Fernand Huts, twee trekkers van de expo.

Katharina van Cauteren schetst het brede kader van de werken op de tentoonstelling, die prachtig zijn afgebeeld. Ze brengt gelukkig niet het klassieke zuiver kunsthistorische verhaal van de werken. Ze tekent het beeld van de wereld waarin ze tot stand kwamen, gevuld met interessante weetjes en boeiende feiten. Van Cauteren ontrafelt de betekenis die de werken hebben gehad. In korte stukken komen we te weten voor welke mensen ze werden gemaakt, wat die hoopten, droomden en vreesden. Het is geschreven in een zwierige, prettig leesbare stijl, zoals die ook te vinden is op de tekstpanelen in de tentoonstelling. Een verademing.

Fernand Huts schreef een essay over onze wortels en onze achtergronden in vijf eeuwen middeleeuwen, toen wij door technische en technologische vernieuwen de voorlopers waren in industrie en handel. Het is een interpretatie van het verleden door een ondernemer van vandaag. Huts – het hoeft niet te verbazen – focust op het kapitalisme, dat in de Zuidelijke Nederlanden is ontstaan. Hij behandelt de ideologische onderbouw van het kapitalisme en de omgevingsfactoren die de ontwikkeling ervan hebben gefaciliteerd, zoals de stijgende voedselproductie, wat leidde tot een bevolkingsgroei zodat er voldoende arbeidskrachten beschikbaar waren, de evolutie van vervoer en logistiek, de toenemende vrijheden en rechtszekerheid. Huts behandelt dan de stuwende krachten achter het handelskapitalisme in vooral Brugge, Gent en Antwerpen en achter het cultureel kapitalisme, met de Antwerpenaren die van kunst een industrie hebben gemaakt. Fernand Huts gaat de onvolmaaktheden in de middeleeuwse kapitalistische markteconomie niet uit de weg. Het is een hele waslijst: handelsbelemmeringen, overreglementering, overheidsinmengingen, tol en andere belastingen, gildes die de vrijearbeidsmarkt beperkten… De baas van Katoen Natie ziet veel van deze obstakels ook vandaag opduiken en besluit zijn essay met een pleidooi voor de afbouw van de bureaucratie en herwaardering van de initiatief nemende burger.

Wie vreest te bezwijken onder deze twee kanjers van boeken kan grijpen naar het juninummer van het kunst- en erfgoedtijdschrift Openbaar Kunstbezit Vlaanderen. Het themanummer over ‘Voor God en Geld’ brengt in veertig bladzijden een heldere synthese van het grote verhaal.

MMMV

De drie publicaties zijn te koop op de tentoonstelling en op www.voor-god-en-geld.be. ‘Gouden Tijden. Rijkdom en status in de middeleeuwen’: 556 pagina’s, hardcover, 25 x 29 cm, meer dan 300 fullcolourillustraties, beschikbaar in het Nederlands en Engels, 125 euro

‘Voor God & Geld. Gouden Tijd van de Zuidelijke Nederlanden’: 336 pagina’s, hardcover, 25 x 29 cm, meer dan 150 fullcolourillustraties, beschikbaar in het Nederlands, Engels, Frans, Duits en Spaans, 45 euro

Themanummer Openbaar Kunstbezit Vlaanderen: 40 pagina’s, paperback, 279 x 215mm, meer dan 40 fullcolourillustraties, beschikbaar in het Nederlands, 10 euro. www.okv.be