2016-28_13_Bourgeois spuwt even vuur (Medium)Geert Bourgeois heeft even de rug gerecht. “De communautaire tegenstellingen zijn niet verdwenen, integendeel”, zei hij in het elfjuliweekend. “De kloof tussen Vlamingen en Walen is er altijd al geweest en is ook nu niet verdwenen”, klonk het beslist. Elke week is over dat verhaal wel iets te lezen in deze kolommen. Die kloof is er in alle aspecten van onze samenleving: cultureel, politiek en sociaal-economisch. Bourgeois formuleerde het scherp.

Bourgeois had het vooral over sociale aspecten van die kloof. De jongste maanden kwamen die voor heel veel Vlaamse burgers duidelijk in beeld, vooral door de opeenvolgende conflicten, uitgelokt door een radicaal en vooral Waals syndicalisme. Daarnaast waren er opvallende discussies over de artsenquota, bevoegdheidsconflicten over buitenlandse handel, et cetera. Het zijn conflicten die vooral Vlaanderen pijn doen.

Dat Bourgeois ervoor pleit in 2019 de grondwet te herzien en opnieuw meer bevoegdheden naar Vlaanderen te halen, lijkt een evidentie. Zijn partij bereidt zich voor op de verkiezingen van 2019. Welke partij doet dat niet? De N-VA kan de communautaire stilstand immers niet lang meer volhouden.

Dat Bourgeois verwees naar de brutale stakingen bij de NMBS en de cipiers is logisch, doch één zinnetje deed de Wetstraat even naar adem happen. “De taalgrens is ook een stakingsgrens geworden, en de Vlamingen spuwen daarop’”, aldus Bourgeois in een kromzin. Vooraleer verder te gaan – en voor een goed begrip van zaken – herlees even het citaat. En de toelichting daarbij: “De Vlamingen nemen het niet dat ze niet kunnen gaan werken en dat ze geen vrij verkeer van personen hebben.”

Desinformatie

Niet één Vlaamse partij vond die wilde, langdurige acties oké, toch? Toch werden meteen alle registers van de desinformatie opengetrokken, niet het minst door CD&V. Vlaams minister Hilde Crevits lokte een incident uit. “Vanuit CD&V ‘spuwen’ we niet op mensen, ook niet als we het niet eens zijn met bepaalde keuzes die aan de andere kant van de taalgrens worden gemaakt”. Had Bourgeois het over spuwen “op de mensen”? Natuurlijk niet. Ook niet over spuwen op een hyperabstracte stakingsgrens, wel op het fenomeen stakingen, vooral dan in gevangenissen en bij spoorwegen.

Vlaams Parlementslid Robrecht Bothuyne, partijgenoot van Crevits, vond dat het taalgebruik van Bourgeois doet denken aan dat van “de Donald Trumps en Nigel Farages van deze wereld”… Ook hij had het over “spuwen op degene met wie je in dialoog zou moeten gaan”… Of veel Vlamingen met die harde syndicalisten nog in dialoog willen gaan, betwijfelen we, maar die bespuwen? Neen, dat heeft Bourgeois niet gezegd. Overigens, alle Vlaamse regeringspartijen hebben op een gegeven moment de dialoog met de stakers afgewezen…

“Het klopt niet dat de taalgrens een stakingsgrens is”, probeerde Kris Peeters. Ook dat is een merkwaardige repliek. Zei Christophe Deborsu vorige week in Humo niet dat er in 2015 driemaal meer stakingsdagen waren in Wallonië en Brussel dan in Vlaanderen?

Eric van Rompuy raakte niet verder dan Bourgeois “de zwakste minister-president ooit” te noemen. Dat Bourgeois “geen staatshervorming wil, maar wel separatisme”, waar hebben we dat nog gehoord? Dat verwijt heeft CD&V in 2014 al weinig succes opgeleverd. De herhaling ervan laat vermoeden dat CD&V ook nu geen antwoord vindt op de onvermijdelijke terugkeer van communautaire spanning in dit land, dat stapvoets van de kaart verdwijnt.

Bij monde van Vlaams minister Bart Tommelein reageerden ook de liberalen bloednerveus. Ook zij voelen wel dat de meerderheid van de Vlamingen Bourgeois kan volgen. Als Open Vld blijft herhalen dat er “niet meteen nood is aan een staatshervorming” – “We hebben nog veel werk met de bevoegdheden die we hebben, laat ons die bevoegdheden gebruiken.” -, kan het scenario van 2012 (gemeenten) en 2014 (Vlaams, federaal) zich in 2018 en 2019 herhalen.

Dat de oppositie bloed rook, was meteen duidelijk. Sp.a-voorzitter John Crombez vond Bourgeois “een steeds triestere minister-president” en Groen had het over “scheldnationalisme”.

Spuwen

Speelde Bourgeois vorige zondag een schitterende match? Dat nu ook weer niet. De repliek van Kris Peeters dat “het gebruik van het woord spuwen in die zin niet wijs” was, was terecht. Jan Peumans zei ongeveer hetzelfde. Bourgeois had het woord ‘spuwen’ beter niet gebruikt. Wij gebruiken dat hier ook niet. Het communautaire dossier wordt best verdedigd met feiten (en die spreken voor zich) en zakelijke argumenten. Bourgeois weet dat, maar vergat het even.

Of daar meteen excuses voor nodig zijn? Peumans zei dat Bourgeois’ uitspraak figuurlijk was bedoeld en uit zijn context werd gerukt. Hij had scherper kunnen zijn. Ze werd op een zielige manier in een leugen gedraaid. Zoiets gebeurt wel vaker in de politiek. Het is in linkse kringen een onbetamelijk slechte gewoonte geworden. Bizar dat CD&V dat spel meespeelt. De Vlaamsgezinden moeten dat niet over zich heen laten gaan.

Officieel?

Er was nog wel meer kritiek op het interview en de toespraak van Bourgeois. Mag of moet van een minister-president worden verwacht dat hij op een Vlaamse feestdag de taal spreekt van de radicale Vlaamse Beweging? Van zijn partij? Van de “meerderheid” waarmee hij bestuurt? Van “alle Vlamingen”, zoals Open Vld-voorzitster Gwendolyn Rutten zei? Of gaan we met Van Rompuy nog een eind verder, tot over de taalgrens, in de wetenschap dat de Vlamingen hoe dan ook “aan de andere kant van de taalgrens” ook bondgenoten nodig hebben?

Voor elke optie valt wel iets te zeggen. Alleen al om die reden blijven elfjulivieringen voor de Vlaamse minister-presidenten moeilijke oefeningen. Bourgeois heeft de grenzen van het mogelijke afgetast.

Elf juli versieren met niets anders dan zoeterige en wollige slogans van de Bond zonder Naam, ook dat kan niet de bedoeling zijn. Elf juli ruikt al genoeg naar braadworst. Laat het er politiek maar eens scherp aan toe gaan.

Maar het eigenlijke werk moet gebeuren in het parlement en in de opiniestrijd die wordt gevoerd in de aanloop naar verkiezingen. Die naderen snel. Misschien zelfs sneller dan verwacht. Als een minister-president even vuur spuwt, kan dat een signaal zijn.

Anja Pieters