Is het tijdperk van de kleine(re) staten aangebroken? Het Brexit-referendum gaf het streven naar meer autonomie een dubbele krachtinjectie. Of men het nu graag heeft of niet, op twee politieke velden won ‘kleiner’ het van ‘groter’. Dat is het interessantste politieke signaal van deze jonge zomer. De opstand van Engeland en Wales tegen de huidige EU viel samen met een revolte van Schotten en Noord-Ieren tegen Engeland.

In beide gevallen stemde een meerderheid van burgers voor meer decentralisatie en autonomie. Veraf gelegen machten werden op hun plaats gezet. De toekomst is aan de kleinere landen. De fanatieke eurofielen, maar ook de Engelsen zelf, zullen hiermee moeten leren leven.

Dat landen uit elkaar vallen in kleinere staten, hoeft niet altijd nefast te zijn, schreef The Financial Times al tien jaar geleden. Ze halen immers voordeel uit meer kleinschaligheid, en economisch zijn ze doorgaans best welvarend en vreedzaam.

Het lijdt weinig twijfel dat de vijftien staten die ontstonden na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie het vandaag beter stellen dan toen ze perifere gebieden waren omheen Rusland. Hetzelfde kan gezegd worden van de zeven nieuwe Balkanstaten die ontstonden uit de ruïnes van Joegoslavië.

In West-Europa is (meer) autonomie een warme wens van onder meer veel Schotten, Catalanen en Vlamingen. Ook in de pas anderhalve eeuw geleden eengemaakte landen Duitsland en Italië komen kreuken in het vel van de nationale staat.

Kan het uiteenvallen van een staat bevrijdend zijn? Gaat het in die decentralisatie om puur sentiment, om pure emotie, romantiek en patriottisme, of om een rationeel inzicht over de impact van autonomie? Laten we even op zoek gaan in de informatie die statistici ons bezorgen.

Onderzoek

Puur economisch is het bbp per hoofd een stevige indicator. De landenranking van het Internationaal Monetair Fonds leert dat vier van de rijkste vijf landen ter wereld minder dan 5 miljoen inwoners tellen. Dat onderbouwt en objectiveert ons subjectieve gevoel dat ook in Europa de kleinste staten niet meteen economische kneutjes zijn.

De Ontwikkelingsindex van de Verenigde Naties ziet het ruimer en heeft ook oog voor de sociale situatie. Hij koppelt de economische parameter (bnp per capita) aan info over gezondheidszorg (levensverwachting) en onderwijs (analfabetisme). De helft van de landen in die top dertig zijn staten met minder dan 10 miljoen inwoners. In de top tien onder meer Noorwegen (1ste), Zwitserland (3), Denemarken (4), Ierland (6) en Nieuw-Zeeland (9). In de top twintig ook nog IJsland, Hong Kong, Liechtenstein, Zuid-Korea, Singapore en Zweden. België staat 21ste. Zonder enige twijfel zou Vlaanderen veel hoger eindigen.

Criminaliteit en veiligheid dan misschien? De Global Peace Index van het Institute for Economics en Peace rangschikt de landen op basis van criteria als aantal moorden en aantal gevangenen. De meest vreedzame plaats op aarde is IJsland. In de top tien van 2016 alleen kleinere landen: Denemarken, Oostenrijk, Nieuw-Zeeland, Portugal, Tsjechië, Zwitserland en Slovenië. Allemaal landen met minder dan 10 miljoen inwoners. Voorts in die top alleen Canada en Japan (plaats 8 en 9). België staat 18de.

In de top tien van de mondiale concurrentie-index van het World Economic Forum volgen na Zwitserland (eerste) ook Singapore, Hong Kong, Finland en Zweden…

Nepargument

“We zijn al zo klein”, is een slogan van al wie zich keert tegen meer democratie via decentralisatie, regionalisering of separatisme. Ook tegen de Vlaams-nationalisten dus. Die uitspraak houdt geen steek.

‘Groot’ of ‘groter’ is een waardeloze wegwijzer voor wie op zoek is naar politieke, economische of culturele ontwikkeling. Kleinere landen zijn doorgaans veel homogener inzake cultuur, religie, taal en het sociaaleconomische profiel. De democratie is er een makkelijker oefening, want er zijn minder conflicten. Bestuur, justitie, politie en politiek staan er per definitie dichter bij de bevolking. Wat homogener is en beter functioneert, werkt vaak doorzichtiger, makkelijker en goedkoper, wat dan weer zorgt voor minder lasten, minder corruptie,…

Vredig, veilig

En er is meer. Erg zelden zijn het kleine staten die hun buren willen domineren of die voor politieke conflicten zorgen. Bovendien is er altijd de optie om samen te werken in groter verband (de NAVO bv.). Landen die daar geen zin in hebben, blijven in deze tijden ook wel overeind. Ierland en Zwitserland zijn niet bij de NAVO, en geen van beide loopt acuut gevaar op een invasie. Overigens, een interventie in een klein land kan flink pijn doen, zoals de Verenigde Staten (in Irak) en Rusland (in Afghanistan) hebben ondervonden.

Kleinere en dus homogenere landen zijn bovendien minder kwetsbaar voor burgertwisten of dictatoriale regimes. En dat creëert dan weer niet zelden meer ruimte voor investeringen in gezondheid, onderwijs en andere sociale zaken. Precies ook omdat ze klein(er) zijn, kunnen ze makkelijker het politieke of economische roer omgooien, indien dat wenselijk is.

Besluit

Het besluit van The Financial Times was tien jaar geleden al erg duidelijk. “Eer halen louter uit de grootte van je land wordt meer en meer een anachronisme”, schreef Gideon Rachman in 2007…

De globalisering heeft markten geopend, en op zich is dat vanzelfsprekend een mooie stap vooruit. Maar de economische situatie van een land wordt bepaald door lokale factoren (geografie, geschiedenis, klimaat, natuurlijke rijkdommen, cultuur…). Goed dus dat er grenzen zijn, en ruimte voor diversiteit, verscheidenheid, identiteit. De tendens naar meer en kleinere staten, is in die optiek geen drama, integendeel.

Autonomie en onafhankelijkheid zetten ten slotte volkeren en gemeenschappen ook op de kaart. Dat is een vorm van waardigheid. De Baltische staten of de Balkanlanden waren verstopt in de anonimiteit van de USSR en Joegoslavië. Ze vonden hun identiteit terug. En dat bleek niet nefast voor hun economie, hun toerisme, het welzijn van hun bevolking. Dat merk je aan het patriottische enthousiasme bij culturele en sportieve competities.

Het is in die optiek dat de autonomie van Schotten, Ieren, Catalanen en Vlamingen in de komende jaren bijna met zekerheid onafwendbaar wordt. Het is in die optiek dat de Europese Unie zal moeten aanvaarden dat na de Brexit in veel lidstaten – ten minste op bepaalde terreinen – de bevolking zal eisen dat ze op zoek gaat naar andere, lossere en flexibelere vormen van samenwerking. “Geen dominatie van het grotere over het kleinere”, zei de Nederlandse bierbrouwer Freddy Heinenken ooit in een pleidooi voor een Europa met kleinere staten. Het belette hem niet succesvol te zijn over de hele wereld.

Anja Pieters