Na het zomerreces gaat de federale begrotingsopmaak 2017 van start. De regering-Michel moet 3 miljard euro vinden om de overheidsfinanciën op koers te houden. Een structureel evenwicht tegen 2018 vraagt een sanering van 8 tot 9 miljard euro. Een doelstelling die niet gehaald zal worden, en dat weet minister van Financiën Johan van Overtveldt (N-VA). Hij pleitte vorige week nog voor een soepeler begrotingsbeleid. Alleen struikelde hij achteraf over zijn eigen woorden.

Normaal gezien ging de maand juli een zeer drukke periode worden voor de regering-Michel. Immers, voor het zomerreces dat vanaf 21 juli ingaat zou er een akkoord moeten worden gevonden over  de begrotingsopmaak 2017. Meer concreet: welke besparingen en extra inkomsten plant de regering voor volgend jaar? In totaal moet er 3 miljard euro worden gevonden.  Er moet 0,9 procent van het bbp (3 miljard euro) structureel gesaneerd worden. Zo kan het structureel begrotingssaldo teruggebracht worden tot -0,8 procent van het bbp. Dat structureel begrotingssaldo staat gelijk met de ontvangsten min de uitgaven zonder eenmalige ingrepen en conjuncturele meevallers of tegenvallers. Dat laatste heeft dus betrekking op de impact van de economische groei die bij een structureel saldo wordt geneutraliseerd in de rekeningen. Zoals bekend, heeft de regering voorgenomen om die saneringsinspanning voort te zetten tot het einde van de legislatuur. Bedoeling is in 2018 tot een structureel begrotingsevenwicht te komen. Dat betekent dat er tussen nu en volgend jaar een budgettaire operatie van 8 tot 9 miljard euro nodig is.

Dat is gigantisch. In de periode 2012-2015 werd slechts voor 2,7 miljard euro gesaneerd. Uiteraard was dit voor een deel onder de regering-Di Rupo toen de staatsfinanciën geen prioriteit waren, maar ook de huidige regering-Michel draagt een grote verantwoordelijkheid. Er zijn heel wat lovenswaardige hervormingen doorgevoerd zoals de lastenverlaging voor bedrijven, de hervorming van de personenbelasting (eigenlijk een belastingverlaging) en een aanzet tot hervorming van het pensioenstelsel, maar de overheidsfinanciën blijven een zwakke flank van het regeringsbeleid. Dat is in deze rubriek al meermaals benadrukt.

Charles Michel en co weten dat ook, en ze weten donders goed dat het gezond maken van de begroting een zeer moeilijke opdracht wordt. Vandaar dat de begrotingsopmaak 2017 over de zomervakantie wordt getild. Wellicht zal men er pas na 15 augustus echt aan beginnen werken. Officieel wordt aangegeven dat de onzekerheid na het Brexit-referendum het uitstel rechtvaardigt. Maar de echte oorzaak is om te beginnen een intern probleem. Charles Michel was bang voor volgend scenario: er wordt voor 21 juli een raamakkoord gesloten over de begroting. Iedereen gaat met vakantie. Maar tijdens die vakantie kan één vicepremier niet nalaten om commentaar te geven op het akkoord. Meer bepaald Kris Peeters. Die zou bijvoorbeeld kunnen zeggen dat de extra belastingen op vermogenswinsten die in het akkoord vervat zitten, niet voldoende zijn. En dan gaan tijdens het zomerreces – de kranten zijn op zoek naar nieuws – de poppen aan het dansen.

Vandaar dat de tweede helft van augustus een betere periode is. Bovendien wordt de beleidsverklaring van de premier dit jaar wellicht vervroegd van oktober naar september. Dan kan eerste minister Charles Michel gelijk de maatregelen aankondigen vanop het spreekgestoelte in de Kamer.

Maar intussen wordt steeds duidelijker dat de kans klein is dat Charles Michel zal aankondigen dat de begroting op koers is. De sanering blijft immers gigantisch en de bevolking is al de inspanningen beu. Minister van Financiën Johan van Overtveldt liet vorige week weten dat een soepeler begrotingsbeleid aangewezen is. Er zou meer geld vrijgemaakt moeten worden voor investeringen. De overheidsinvesteringen bedragen in België slechts 4 procent van het bbp. Dat zijn de laagste van de EU. En dat terwijl die investeringen – bijvoorbeeld in de verbetering van de wegeninfrastructuur – voor  meer jobs zorgen. Iedereen was verrast door de uitspraken van Van Overveldt die bekend staat om zijn budgettaire orthodoxie. Zou de regering-Michel het begrotingsevenwicht in 2018 laten varen? Volgens Van Overtveldt niet. Maar wat is dit pleidooi voor een soepeler begroting anders dan het vieren van de teugels en het stellen dat een sluitende begroting niet voor 2018 is? Hij mag het zelf ontkennen, maar de federale regering is namens de minister van Financiën het terrein aan het voorbereiden om te zeggen dat het evenwicht er later komt. En dat terwijl men voor het aantreden van de ploeg al sprak van een sluitende begroting in 2017.

Het verhaal van de nood aan overheidsinvesteringen is een afleidingsmaneuver. Uiteraard moet de overheid meer investeren. Maar dat is vooral een taak van de Vlaamse regering en van de lokale overheden als steden en gemeenten. De federale regering heeft daar weinig mee te maken.

Angélique Vanderstraeten