Eerste zorger voor veiligheid

Mijnheer de fel belaagde,

Jaren geleden – in tempore non suspecto – waren incidenten met messentrekkers onbestaande. Niet omdat er geen messen bestonden of omdat ze niet werden gedragen. Messen werden gebruikt waar ze voor dienden: in de keuken, bij het klaren van allerhande klussen, enzovoort. Ja, de scouts en leden van andere jeugdbewegingen droegen wel eens dolken en zakmessen die hen dienstig waren bij pionierswerk op kamp, zoals het doorsnijden van sjortouwen, of het schillen van de patatten, of het pellen van ajuinen, of het klieven van kleinhout voor een kampvuur; dat soort dingen. Het villen van een kippetje of een konijntje bijvoorbeeld. Bij het gebruik ervan kwam nooit menselijk bloed te pas, tenzij wanneer iemand zijn taak nogal onhandig uitvoerde en in zijn vinger sneed. En diezelfde jeugdige bewegers hadden ook bijlen bij op kamp, om hout te hakken, en ook wel machetes, om zich een weg te banen door een schier ondoordringbaar struikgewas. Meer werd daar niet mee gedaan, want men gebruikte die dingen enkel waar ze nuttig en dienstig voor waren. Zelden, zeer uitzonderlijk, werden er bloedbaden mee aangericht omdat er ‘iemand door het lint’ ging of een problematische jeugd had gehad of met zware psychologische problemen kampte. Bij een passionele moord werd al eens een keukenmes gebruikt, maar de regel was dat wie een mes droeg of een bijl hanteerde, geacht werd daar gewetensvol en correct mee om te gaan. En 99,99 procent van de bevolking vond dat niet meer dan normaal.

Sinds enkele jaren zijn messentrekkerij en het aanrichten van bloedbaden middels bijlen, knip- en andere messen en machetes schering en inslag geworden in West-Europa. Het lijkt wel een kwalijke ‘rage’ die overgewaaid is uit Zuid-Europa en van de andere kant van de Middellandse Zee. Het aantal delicten met messen, machetes en bijlen zit onheilspellend in de lift. Men rekent op deze wijze gewoonweg af met degenen die men niet kan luchten, of die tot een andere godsdienst, clan of politieke beweging behoren, of die meer geld hebben. Helaas is het niet uitsluitend, maar al te vaak zuiders en uitheems temperament dat snel overkookt bij vaak banale conflicten en naar vlijmscherpe handwapens grijpt. Al onze wapenwetten ten spijt, is het haast dagelijks nieuws geworden. Het gebeurt op openbare plaatsen, in kerken, aan politiekantoren, in dancings, in parken, in scholen, in de marge van sportwedstrijden, in winkelcentra, in bussen, trams en treinen, en noem maar op. Het is om moedeloos van te worden.

Erger is het als die steek-, snij-, kap- en hakwapens gebruikt worden na of bij het uitroepen van godsdienstige slogans in een andere taal dan van het land waar de feiten gepleegd worden. Dan is het een regelrechte oorlogsdaad van een fanatiek segment van een godsdienst dat uit is op verovering van andermans grondgebied, vol haat tegenover niet- of andersgelovigen. Er zijn in die zin recent talrijke angstaanjagende ‘incidenten’ genoteerd in gans West-Europa. Men raakt de tel er warempel bij kwijt.

Wie als vreemdeling hier verblijft en zich schuldig maakt aan steek- en hakpartijen gericht tegen anderen, moet op een uitvoerbaar en definitief terugkeerticket kunnen rekenen. Er is dus alweer werk aan de winkel. Gij moet dus toch eens gaan samenzitten met uw collega’s van Asiel en Migratie en van Binnenlandse en Buitenlandse Zaken om de zaak ten gronde onder de loep te nemen. Het moet immers niet nog erger worden. Meer nog: het is genoeg geweest. En voor alle duidelijkheid: het moeten niet de padvinders zijn die moeten geviseerd en gestigmatiseerd worden omdat zij een handig Zwitsers zakmes, annex schroevendraaier en tandenstoker, aan hun broeksriem dragen.

’t Pallieterke