Groen is zonder twijfel dé lieveling van de pers. Een debat over het milieu? Iemand van Groen zit geheel vanzelfsprekend mee aan tafel. Een debat over immigratie? Ook daar hoort iemand van Groen bij. En verder ook bij elk debat over de bankencrisis, het moslimterrorisme, mobiliteit in Vlaanderen en de aankoop van militair materieel. Kennis van zaken is zelfs geen vereiste. Alleen merkwaardig dat Groen, na zoveel jaren van hand-en spandiensten door de bevriende media, bij de verkiezingen maar niet over de drempel van tien procent geraakt.

De Vlaming houdt van de natuur. Als het even kan, legt hij een tuintje aan om groenten te verbouwen en fruit te kweken, afgeboord met een paar bomen voor het mooie zicht. Een lange dreef of een bos in de buurt weet hij wel te appreciëren voor een zondagse wandeling, of een fietstocht tussen de velden, of eens uitwaaien op het strand van onze Noordzeekust.

Maar kwezelachtig ecologisch fundamentalisme is aan hem niet besteed. De Vlaming ziet immers op tijd en stond ook graag een stukje van die geliefde natuur op z’n bord liggen, à point of saignant gebakken. Met hoeveel zouden ze zijn? ‘s Middags in de bedrijfskantine nog meegedaan met “donderdag veggiedag”, en ‘s avonds toch maar lekker een snee hesp op de boterham om te compenseren?

Vijf à tien procent

Dat de partij al decennialang tussen vijf en de tien procent zwalpt, heeft dus een logische verklaring. Een dioxinecrisis kon Agalev, de voorloper van Groen, ooit eens boven de tien procent uit duwen, de regeringsdeelname duwde ze vervolgens weer naar beneden tot onder vijf procent. Sindsdien is het voor Groen weer langzaamaan opbouwen, en hoopt men in 2019 (overigens net zoals in 2014) op tien procent of meer.

Of de partij er in 2019 daadwerkelijk in zal slagen meer dan tien procent te halen, zal sterk afhangen van de actualiteit van de dag. Als bijvoorbeeld Doel of Tihange op enkele weken of maanden van de verkiezingen ontploffen, zit de partij natuurlijk op rozen, of het zou het resultaat van sabotage of moslimterrorisme moeten zijn.

Het partijprogramma van Groen is weliswaar breder dan alleen maar het ecologisme, maar blijft traditioneel toch beperkt tot dezelfde kring van kiezers. Pacifisme, feminisme, andersglobalisme, holebirechten, ontwikkelingshulp, multiculturalisme: ben je aanhanger van het ene, dan ben je vrijwel zeker ook aanhanger van al de rest. Sinds een tiental jaar legt Groen zich echter nadrukkelijk toe op de verontwaardigingsbeweging als reactie op de bankencrisis en het soberheidsbeleid, en in het bijzonder voorzitster Meyrem Almaci heeft zich op dat thema sterk geprofileerd. Op zich heeft het thema potentieel om nieuwe kiezers aan te werven, maar wie echt bezorgd is over zijn pensioen of zijn uitkering kiest in het stemhoekje toch in de eerste plaats voor sp.a of PVDA, niet Groen.

Veel politiek personeel

Voor een kleine partij beschikt Groen over opvallend veel politiek personeel. Partijvoorzitster Meyrem Almaci en spring-in-’t-veld Kristof Calvo lopen op dit ogenblik het vaakst, om niet te zeggen heel de tijd in de kijker, maar daarnaast beschikt de partij ook nog over bekende gezichten als Wouter de Vriendt, Stefaan van Hecke, Elisabeth Meuleman, Petra de Sutter, Bruno de Lille, Bart Caron, Ingrid Pira, Hermes Sanctorum en Björn Rzoska. Daarbovenop beschikt de partij in de coulissen ook nog over Wouter van Besien, Bart Staes en Freya Piryns. Er zijn partijen met een grotere achterban die het met veel minder moeten doen.

Maar dat zijn dus veel bekende namen die ervoor zorgen dat de partij niet staat of valt met de figuur van de partijvoorzitter. Dat die partij over zulke luxe beschikt heeft veel te maken met de pers, die zowat alle politici van Groen regelmatig aan bod laat komen en hen zelden of nooit een kritische vraag voorlegt. Anderzijds, zelfs met de vele vriendschappelijke schouderklopjes van de media zou een kloefkapper al snel door de mand vallen, en dat is bij de meeste Groen-politici toch niet het geval.

Voorzittersstijl

De weelde aan politiek personeel heeft voor de partij ook het voordeel dat in een grote vijver gevist kan worden wanneer een nieuwe partijvoorzitter gekozen moet worden. De overgang van Wouter van Besien naar Meyrem Almaci kan gerust geslaagd genoemd worden. De stijl van Meyrem Almaci verschilt dan wel sterk van die van Wouter van Besien, men kan niet zeggen dat ze het slechter dan hem doet. Beter ook niet. Waar Meyrem Almaci te vaak te zuur en te verontwaardigd is, was Wouter van Besien vaak te wollig en te soft.

Belgicisme

De partij heeft altijd al een sterke belgicistische inslag gehad, maar ideologisch heeft dat belgicisme niet veel om het lijf. Het belgicisme van Groen blijft immers steken in een cultivatie van een Belgisch-Brussels postmodern nihilisme, gebaseerd op een afkeer voor het rechtse Vlaams-nationalisme. Kristof Calvo, die er op Twitter altijd snel bij is om Belgische sportieve zeges te recupereren, deed niet zo lang gelegen een poging om in zijn boek dat belgicisme wat meer kleren om het lijf te geven, maar kwam van een kale reis thuis. Met voorstellen voor Franstalige ondertitels op de Vlaamse televisie maak je je natuurlijk alleen maar belachelijk, zeker als je tegelijkertijd niet van leer wilt trekken tegen de Franse eentaligheid van federale ministers zoals een François Bellot, of sommige (de meeste) Ecolo-collega’s.

We zouden er graag eens bij zijn, op de gezamenlijke fractievergaderingen van Groen en Ecolo, al was het maar om te horen welke taal daar gewoonlijk gebruikt wordt. De realiteit is dat die gezamenlijke fractie niet meer dan een restant is uit een tijd dat de twee partijtjes in de Kamer geen andere keuze hadden dan samen te hokken om nog erkend te worden als een fractie. Een fusie van Groen en Ecolo tot een unitaire partij, zoals de PVDA/PTB, is immers niet aan de orde. Trouwens, op cruciale ogenblikken stemt Groen Belgisch, beteuterd kijkend naar hun Ecolo-collega’s die gewoon lekker Franstalig stemmen.

Kansen voor 2019

Maakt de partij kans op een grote sprong voorwaarts in 2019? We betwijfelen het. De partij krijgt steeds meer te maken met de interne tegenstrijdigheden in haar partijprogramma. Je kan niet uit medelijden met de dieren meedoen aan donderdag veggiedag en dagen zonder vlees enerzijds, en anderzijds aan de ramadan. Dan kom je vroeg of laat in de knoei met onverdoofd slachten. Idem dito voor de Gay Pride Parade enerzijds, en hoofddoeken en absolute vrijheid van meningsuiting voor aanhangers van IS anderzijds.

Het valt op dat de partij met al die ongerijmdheden en tegenstrijdigheden blijft wegkomen in de pers. Ook onzin over kernenergie of andere feitelijke onjuistheden over milieuvraagstukken leveren de partij of haar kopstukken nooit ook maar één lastige vraag op in een interview.

Bovendien heeft de partij in Vlaanderen niet alleen de grondstroom, maar ook de tijdsgeest tegen. “Wir schaffen das” werft hier niet. Bij het oudere deel van het kiezerskorps leeft nog de herinnering aan paars-groen onzaliger. Toch maakt de partij wel degelijk kans om in 2019 terug in een regering te mogen stappen, bijvoorbeeld als ze nodig en bruikbaar is om de N-VA uit alle regeringen te kegelen. Als daar maar geen nieuwe ecotaks-episodes van komen…