2016-33_02_Nollet - Goedkoop.geld (Medium)De lage, soms negatieve rentevoeten moeten de economie aanzwengelen. Bedrijven zouden daardoor meer investeren en de man in de straat zal meer consumeren. Maar dit expansief beleid blijkt het omgekeerde effect te hebben. Steeds meer mensen beginnen te sparen, ook al brengt het niets op. Ze beschouwen de lage rente als een signaal voor blijvende economische onzekerheid.

Verschillende centrale banken en de Europese Centrale Bank (ECB) hanteren nu al een paar jaar allerlei munitie om de economische groei te ondersteunen. De rente op spaargeld wordt verlaagd tot een absoluut minimum. Ze bedraagt bijvoorbeeld in België amper nog een procent. Om banken ertoe aan te zetten veel geld te lenen om de consumptie en investeringen te promoten, moeten die financiële instellingen betalen om hun geld bij de ECB in Frankfurt te parkeren. De ECB zelf koopt maandelijks voor miljarden euro’s overheidsobligaties op. Bedoeling is dat dit geld in Frankfurt blijft, terwijl commerciële banken het geld dat ze overhouden gebruiken voor kredieten. Dat moet de groei (en de inflatie) op 2 procent brengen, volgens economen in Europa de grens waarboven er een substantieel aantal nieuwe jobs wordt gecreëerd. In Groot-Brittannië wordt de rente verlaagd tot het laagste niveau in 322 jaar in de hoop de negatieve effecten van de Brexit zo op te vangen. In de VS is het niet anders. Renteverhogingen zijn er voorlopig taboe.

Groot onzekerheidsgevoel

Dit beleid zorgt voor een nooit geziene verschuiving binnen het economisch paradigma. Door de lage rente op spaarboekjes en een Belgische inflatie rond 1,6 procent betekent dit bijvoorbeeld voor de Vlamingen dat hun geld op spaarboekjes al een hele tijd minder waard wordt. Het beleid van de ECB om overheidsobligaties te kopen doet de rente op die obligaties dalen tot bijna nul. Vorige week lag de rente op Belgisch overheidspapier over tien jaar onder nul. Een negatieve rente dus. Dat betekent dat de Belgische overheid geld leent en er ook aan verdient. Ook in Duitsland, Japan, Zweden, Denemarken en Zwitserland is de rente negatief. Dat er toch beleggers zijn die overheidsobligaties kopen, ook al verdienen ze er niets aan, heeft te maken met de enorme economische onzekerheid die het lagerentebeleid met zich meebrengt. Men belegt bij wijze van spreken liever 100 euro in een overheidsobligatie die op termijn 99 euro waard is dan te kiezen voor een te risicovolle belegging. Want in de ogen van de financiële actoren leven we in zeer onzekere tijden. En dat gevoel hebben ook de consumenten meer en meer.

Een lagerentebeleid heeft, zoals gezegd als doel de consumptie aan te zwengelen, maar almaar meer wordt duidelijk dat het eigenlijk een averechts effect heeft. Mensen zijn onzeker over de toekomst en sparen dus, ook al brengt het niets op. Het lijkt onlogisch: in de jaren negentig kon je als spaarder je kapitaal op negen jaar tijd verdubbelen dankzij de hoge rente, maar tegenwoordig is dat… 500 jaar. Maar economisch wantrouwen doet rare dingen met een mens en dat leidt tot irrationeel gedrag. Zoals geld oppotten.

Volharden in de boosheid

Duitsland, één van de kampioenen in het sparen, ziet zijn spaarquote nog toenemen. Vorig jaar legde Fritz Modaal 9,7 procent van zijn inkomen opzij. Dat is het hoogste percentage in vijf jaar. Die spaarquote zal volgens experts dit jaar stijgen tot 10,4 procent. Ook kopen de Duitsers meer en meer goud, vaak een veilige beleggingshaven wanneer er economisch woelig weer wordt voorspeld. Bedrijven potten het geld eveneens op en investeren dus niet zoals de centrale banken nochtans vragen.

De cashvoorraad bij de niet-financiële instellingen in Japan steeg met 8,4 procent in het eerste kwartaal van dit jaar. Dat is de sterkste stijging sinds 1990. In december vorig jaar hadden bedrijven in de EU, Afrika en het Midden-Oosten 921 miljard dollar cash op de balans. Dat is een stijging met 5 procent op een jaar tijd.

Deze cijfers tonen aan dat het lagerentebeleid en de monetaire expansie van de centrale en nationale banken niet helpen. Ze blijven echter volharden in de boosheid. Volgens ECB-baas Mario Draghi (en Jan Smets, gouverneur van de Nationale Bank van België, sluit zich daarbij aan) heeft men met dit beleid net vermeden dat de eurozone na de eurocrisis met Griekenland in een nieuwe recessie verzeild is geraakt. Draghi mag dat wel zeggen, maar hij komt niet met echte bewijzen aandraven.

Angélique Vanderstraeten