Met het begin van het politieke najaar schiet ook het sociaal overleg opnieuw op gang. Werkgevers en vakbonden moeten hun tanden zetten in een aantal hangende dossiers zoals de uitbreiding van de 38 urenweek, regels rond werkbaar werk en een nieuwe wet op de loonnorm. Ook moet voor de winter een loonakkoord voor 2017-18 worden afgesloten. Maar het valt sterk te betwijfelen of het overleg de komende maanden resultaten zal opleveren.

Vorige week kwam de Groep van 10, het interprofessioneel overlegorgaan van vakbonden en werkgevers voor het eerst samen sinds de grote vakantie. Veel werd er niet besproken. De relaties tussen vakbonden en werkgevers zijn tot onder het nulpunt gezakt. Vakbonden zijn van oordeel dat de werkgevers hun agenda gemakkelijk kunnen realiseren met steun van de regering. De patronale organisaties zijn van hun kant nog altijd boos over de vele stakingsacties tijdens het voorjaar. Bovendien plannen de vakbonden op 29 september een nationale betoging tegen de regering-Michel gevolgd door een algemene staking op 7 oktober. Zolang die kaap niet gerond, zal het sociaal overleg ingeslapen blijven. Vraag is of dat overleg na de vakbondsacties überhaupt nog op kruissnelheid kan raken. In zowat alle dossiers staan vakbonden en werkgevers met getrokken messen tegenover elkaar.

Er is om te beginnen de flexibilisering van de 38 urenweek. De regering wil het omvormen tot een annualisering van de arbeidstijd. Dat betekent dat iedereen op jaarbasis gemiddeld 38 uren per week moet werken, maar in bepaalde drukke periodes kan dat meer zijn (tot maximum 45 uren) en die weken worden dan gecompenseerd door minder lange dagen in andere periodes. Echter, minister van Werk Kris Peeters (CD&V) heeft die hervorming in een wettekst gegoten die tal van uitzonderingen en voorwaarden bevat zodat er van die annualisering eigenlijk weinig meer overblijft. Bovendien wordt het stelsel duurder doordat overuren boven de 40 uur per week moeten worden uitbetaald terwijl dit aanvankelijk niet de bedoeling was. De werkgevers en vakbonden moeten zich nu buigen over dat wetsontwerp en eventuele aanpassingen voorstellen, maar daar hebben ze blijkbaar weinig zin in. Werkgevers vinden het voorstel een lege doos, vakbonden vrezen voor de invoering van hyperflexibiliteit.

Ook aan het met de annualisering gelinkte dossier van werkbaar werk wordt amper vooruitgang geboekt. Voor de werkgevers staat werkbaar werk gelijk met meer flexibiliteit, vakbonden denken enkel aan arbeidsduurvermindering. Verder zou er een akkoord moeten gesloten worden over de lijst van zogenaamde zware beroepen. Wie zo’n beroep heeft, zou vroeger met pensioen kunnen gaan. Maar terwijl de syndicale organisaties hier een lange lijst van beroepen willen, denken de bedrijven zelf eerder aan de definiëring van zwaar werk in het algemeen zonder in detail te gaan over de beroepen op zich.

Een ander heet hangijzer van het najaar is de nieuwe wet op het concurrentievermogen (ook bekend als de wet op de loonnorm). Die wet is twintig jaar oud en aan herziening toe. De wet bepaalt dat de loonkosten van de Belgische bedrijven niet sneller mogen stijgen dan in Duitsland, Nederland en Frankrijk. Die wet heeft maar half en half gewerkt, want toen de loonkosten ontspoorden in België terwijl ze in het buitenland onder controle bleven, werden ze hier niet of onvoldoende bijgestuurd. Gevolg was dat een werknemer in België veel duurder was dan in het buitenland hetgeen de bedrijven hier uit de markt prijsde. Door de hervormingen van de regering-Michel (indexsprong, lastenverlagingen via taxshift) is dat loonkostennadeel sinds 1996 wel weggewerkt. Maar een werknemer blijft hier nog altijd 10 procent duurder dan in de buurlanden. De werkgevers zijn boos dat er in het ontwerp van nieuwe wet dat Kris Peeters klaar heeft niet gesproken wordt over het wegwerken van dat nadeel van 10 procent. Wel van een strengere nieuwe wet waarbij het niet meer aan de vakbonden en werkgevers onderling zou zijn om de toegelaten loonstijgingen te onderhandelen. Die loonstijging of loonnorm zou voortaan worden opgelegd door de regering. Voor de vakbonden is dat taboe.

Dat sluit aan bij laatste dossier van de Groep van 10: wat met een loonakkoord 2017-‘18 dat normaal gezien voor de kerstvakantie moet worden afgesloten? Ook hier valt niet veel te verwachten van het sociaal overleg. Na de lastenverlagingen voor de bedrijven willen de vakbonden nu loonsverhogingen voor de werknemers. Maar zo’n afruil is voor het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) en kmo-organisatie Unizo taboe.

Angélique Vanderstraeten