2016-33_01_Eric - Gezocht - Pikachu en Oussama Atar (Medium)Je kan van de overheid niet het onmogelijke eisen. Ze kan heel veel doen om de kans op terreuraanslagen te verminderen, maar een absolute veiligheid kan ze nooit waarborgen. Het absolute minimum dat je van een staat echter wel mag verwachten, is dat ze de terroristen niet wetens en willens helpt. Dat is nochtans precies wat België heeft gedaan. De Belgische staat heeft de terroristen van 22 maart zelfs meer geholpen dan de Islamitische Staat.

Oussama Atar is de meest gezochte man van dit land. Deze Belg van Marokkaanse afkomst is het “brein” achter de aanslagen in Brussel van 22 maart. Hij is al een tijd geleden geradicaliseerd. In 2005 trok hij naar Irak om daar mee te vechten met de soennitische terreurorganisaties die elk jaar verantwoordelijk zijn voor duizenden burgerdoden in dat land. Amerikaanse soldaten konden Atar gevangen nemen toen hij gewond werd door een granaat. Men vond in zijn auto ook een arsenaal aan wapens. In 2007 werd hij in Irak veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf, later omgezet naar 10 jaar.

Op 22 maart van dit jaar, toen de bommen afgingen in Zaventem en Maalbeek, zou Atar dus nog steeds in een Iraakse gevangenis gezeten hebben. Maar dat was gerekend zonder de drievuldigheid die in België elke strijd tegen het terrorisme en jihadisme zinloos maakt: ideologische blindheid, lafheid en onkunde.

Ideologische blindheid

Vandaag lijkt het moeilijk te geloven, maar in 2010 werd in België een heuse campagne gevoerd om Atar vrij te krijgen. Door zijn familie werd het verhaal verspreid dat de wapensmokkelaar/terrorist aan een dodelijke ziekte leed. De familie Atar kreeg onmiddellijk de steun van Amnesty International en een aantal Franstalige politieke partijen. Aan het Justitiepaleis in Brussel werd zelfs een betoging georganiseerd om zijn vrijlating te eisen. Parlementairen van PS, cdH en Ecolo waren aanwezig en spraken hun steun uit. Zoë Genot (Ecolo) organiseerde in het Brusselse Parlement een bijeenkomst van supporters van de vrijlating van Atar

De leugen van de dodelijke ziekte was niet genoeg. Er kwam er nog een andere bij, die nochtans gemakkelijk te doorprikken was. Overal werd verteld dat Atar enkel betrapt was op het smokkelen van geneesmiddelen, bedoeld voor arme sukkelaars in Irak. De pers nam het verhaal zonder enige controle over. De broer van Atar versprak zich even in een interview met Het Nieuwsblad, toen hij het had over de wapens die in de wagen van zijn broer werden gevonden, maar niemand had daar aandacht voor.

Het verhaal dat links wilde horen, was dat van een goedbedoelende jonge islamiet die geneesmiddelen ging brengen naar een bevolking die zwaar te lijden had van de Amerikaanse bezetters, die daarvoor onschuldig werd veroordeeld, gevangen werd gehouden in helse omstandigheden en nu ook nog eens dodelijk ziek was. Geen enkele van die beweringen was waar, maar als de leugen beter klinkt in de oren van de beroepsactivisten, is de waarheid een onnodige bijzaak.

Lafheid

Het dossier belandde op het bureau van Steven Vanackere (CD&V), de toenmalige minister van buitenlandse zaken. Die beloofde de supporters van Atar dat hij Irak zou vragen om hem vrij te laten. Dat gebeurde ook. Minstens twee keer (de tweede keer onder Reynders) drong België bij Irak aan op de vrijlating. Het verhaal dat Atar ziek zou zijn, werd niet echt gecontroleerd. Dat Atar was veroordeeld wegens wapensmokkel voor terroristen werd gewoon genegeerd.

Waarom doet een minister zoiets? Omdat de weg van de minste weerstand altijd de meest aantrekkelijke is voor een politicus. En voor een CD&V’er geldt dat in het kwadraat. Wat kon het Vanackere schelen? Door een brief te schrijven aan Irak was hij van de binnenlandse zageventen verlost. Als Irak de man niet vrijliet, kon hij hen zeggen dat hij zijn best had gedaan. En als Atar toch werd gelost, zou hij waarschijnlijk nooit nog iets van de zaak horen. De slachtoffers van Atar lagen toen alleen in Irak begraven. Zo banaal werkt politieke lafheid. Zo kleinmenselijk is de oorzaak van een ramp. Zo vals onschuldig is een beslissing die uitmondt in de dood van tientallen mensen.

Amnesty International heeft ondertussen laten weten dat het verveeld zit met de zaak, maar de organisatie benadrukt dat het nooit om de vrijlating van Atar heeft gevraagd, enkel om betere verzorging. Vanackere, Reynders, Genot en alle andere politici die wel voor de vrijlating en terugkeer van Atar gezorgd hebben, zwijgen vandaag in alle talen.

En het grootste deel van de pers zwijgt met hen mee. Toen Marc Dutroux ontsnapte, trof Vande Lanotte en Declerck geen schuld, maar de mediastorm dwong hen tot ontslag. Dat Atar is vrijgelaten, deze keer wel door de schuld van een hele reeks politici, wekt zelfs geen golf van journalistieke verontwaardiging op. Zouden de persjongens ook zo discreet blijven, als zou blijken dat bijvoorbeeld Breivik zijn moordpartij enkel had kunnen plegen als gevolg van de politieke bemoeienissen van rechtse politici?

Onkunde

De politieke blunders waren in 2010 nog niet ten einde. In 2011 kreeg Atar in Irak bezoek van een journalist van Le Soir. De “dodelijke nierkanker” bleek toen al miraculeus genezen. Hij bleek ook in geen hellegat opgesloten te zijn, zoals zijn Belgische aanhangers beweerden, maar verbleef in een gloednieuwe cel met douche, TV en internet. Toch, en zelfs zonder het excuus van de dodelijke ziekte, herhaalde Buitenlandse Zaken, nu onder Reynders, de vraag om de vrijlating. Irak was het beu en gaf toe.

In 2012 wandelde Atar uit de gevangenis. Hij mocht ook terugkeren naar België. Toch moet het sommigen duidelijk geweest zijn dat het hier over een heel gevaarlijke man ging, want hij stond toen al op de terreurlijst van het dreigingscentrum OCAD. De Staatsveiligheid zegt dat hij ook in Syrië is geweest, maar dat men hem daarna uit het oog is verloren. In 2013 werd hij nog eens in Tunesië opgepakt, toen hij contact poogde leggen met een terreurnetwerk. Toch kon hij daarna opnieuw België binnen. Meer zelfs, hij werd weer geschrapt van de lijst van gevaarlijke figuren van OCAD. Pas na de aanslagen in Brussel, door hem georganiseerd, kwam hij opnieuw op de lijst. Te laat, veel te laat.

De lijst van blunders in het hele verhaal is ontmoedigend. Hoe kunnen we hopen om zo ooit de strijd tegen terroristen en jihadisten te winnen? Het antwoord is eenvoudig: we kunnen dat niet hopen. Niet zolang er geen mentaliteitswijziging plaatsgrijpt die er voor zorgt dat degenen die schuld dragen ter verantwoording geroepen worden. En dat gebeurt nu niet, omdat degenen die opgekomen zijn voor Oussama Atar of hem hebben laten begaan, nog steeds beschermd worden door het aura van breeddenkendheid dat over hun blunders hangt. Ze kwamen immers op voor de vreemde medemens. Ze weigerden te geloven in de kwaadaardigheid van zijn religieuze opvattingen. Ze wilden hem bevrijden, genezen en herenigen met zijn familie. Maar telkens kochten ze hun waan van morele superioriteit en politieke correctheid op kosten van anderen die de gevolgen van hun daden moesten dragen. Dat verdient geen begrip. Dat verdient verachting.

‘t Pallieterke