2016-34_11_Praten met Luc Beyer De Ryke“Aan Franstalige kant gooit men de collaboratie nog te vaak op één hoop”

“Ils avaient leurs raisons.” “Ze hadden hun redenen.” Zo luidt de titel van het laatste boek van Luc Beyer de Ryke, oud-RTBF-journalist, Franstalig Gentenaar en Vlamingenvriend. De titel verwijst uiteraard naar de uitspraak van minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) over de collaboratie. Reden voor Luc Beyer om in zijn pen te kruipen: “Ik wou begrijpen.” Het boek is origineel: Beyer zocht verschillende ex-figuren uit de oorlogscollaboratie op. En haalt vroegere ontmoetingen van onder het stof. Onder andere Oswald van Oothegem, de familie van Frans Daels en Lode Claes passeren de revue.

Op een boogscheut van de Royal Latem Golf Club heet Luc Beyer de Ryke zijn gasten welkom in een rustieke cottage. Op de vensterbank liggen kranten, tijdschriften en boeken over de meest uiteenlopende onderwerpen. Een spiedend journalistenoog ziet werken van André Malraux, maar ook van Robert Brasillach en onderaan een hoopje lectuur de oranje kaft van de in 2014 verschenen fotobiografie van Joris van Severen. Luc Beyer, 82 jaar ondertussen en Franstalig Vlaming uit de Gentse burgerij, staat ons te woord in een onberispelijk Nederlands. In Franstalig België is de man een begrip. In de jaren zestig en zeventig presenteerde hij het RTBF-tv-journaal. In de jaren tachtig werd hij twee keer tot Europees Parlementslid verkozen voor de Franstalige liberalen. Zijn leven speelde zich toen voor een belangrijk deel af in Brussel, maar de band met ‘la Flandre profonde’ werd nooit doorbroken.

Na zijn journalistieke en politieke loopbaan is Beyer een bezige bij gebleven. Hij schreef boeken over onder andere de Franstaligen in Vlaanderen (‘Les Lys de Flandre: vie et mort des francophones de Flandre’ (1302-2002) en een aantal werken over het uiteenvallen van België (‘La Belgique en sursis’ en ‘La Belgique et ses démons. Mythes fondateurs et destructeurs’). De laatste werken in belangrijke mate gericht op een lezerspubliek in Frankrijk. Beyer en zijn partner (“zij is islamkenner en zag al een tijd geleden dat het met Turkije de verkeerde richting uitging”) wonen trouwens deels in Parijs.

Hoort zijn kakelverse werk ‘Ils avaient leurs raisons’ over de Vlaamse collaboratie tijdens de twee wereldoorlogen in hetzelfde rijtje thuis? Is het doelpubliek de België of Vlaanderen-liefhebber ten zuiden van Rijsel? “Neen”, benadrukt hij, “dit boek heeft een andere opzet. Het richt zich zeker niet specifiek op een Frans of Franstalig publiek. Jan Jambon zei kort na zijn eedaflegging als minister van Binnenlandse Zaken in een interview in La Libre Belgique dat de collaborateurs hun redenen hadden. Wel, ik ben op zoek gegaan naar die redenen. Ik wou het waarom begrijpen. Dat en niets anders is de aanleiding van het boek. En ik ben tot het besluit gekomen dat er zeer uiteenlopende redenen waren. Sommigen deden het uit idealisme, anderen uit geldgewin.”

’t Pallieterke: waarom het zoveelste boek over de collaboratie? Er zijn daarover toch al bibliotheken volgeschreven?

Luc Beyer de Ryke: “Dat klopt. Maar dit boek is dus geschreven naar aanleiding van een specifieke uitspraak. Bovendien fascineerde het mij dat de collaboratie aan Franstalige kant uit het collectieve geheugen is gewist. In Vlaanderen heb je nog een Bormshuis. En verschillende straatnamen verwijzen naar Cyriel Verschaeve. Maar Léon Degrelle, daar durft niemand meer over te spreken. In Wallonië zijn alle collaborateurs na de oorlog trouwens van de politieke scène verdwenen.”

’t Pallieterke: u bent voor uw boek een aantal oud-collaborateurs gaan opzoeken voor een gesprek. In Vlaanderen doet dat meteen denken aan wat Maurice de Wilde dertig jaar geleden voor de BRT heeft gedaan.

Luc Beyer de Ryke: “Ik heb weinig eerbied voor Maurice de Wilde. Het is van horen zeggen, maar naar verluidt interviewde hij urenlang stokoude mensen. Hij wilde ze vermoeien zodat ze zaken zouden zeggen zoals hij het wenste. Dat is mijn aanpak niet en is het ook nooit geweest. Ik laat mij leiden door wat ik als journalist bij de RTB (later RTBF) heb gedaan. Naast het presenteren van het tv-journaal heb ik ook voor de radio gewerkt. Daar heb ik de meest uiteenlopende mensen ontvangen voor vraaggesprekken: Manu Ruys, Luc van den Brande, niet meteen populair aan Franstalige kant. Ik sprak zowel met de progressieve Franse bisschop Jacques Gaillot als met de lefebvristen van Saint-Nicolas-du-Chardonnet. Ik ben journalist geweest en ook al was ik ooit politicus, ik verkies mijn perskaart boven een partijkaart.”

’t Pallieterke: in één van de eerste hoofdstukken van uw boek ontmoet u de ondertussen 92-jarige oud-oostfrontstrijder Oswald van Ooteghem. Wat was uw indruk?

Luc Beyer de Ryke: “Ook al kwamen we uit een totaal verschillend milieu, ik zag dadelijk raakvlakken. Van Ooteghem liep school in Sint-Amandsberg. In het Frans. Het gesprek verliep in het Nederlands en het Frans. We waren beiden politiek actief, in de Oost-Vlaamse provincieraad en de Gentse gemeenteraad, zij het niet in dezelfde periode. Maar vooral: hij vertelde over de horror van de oorlog. Die van het oostfront, maar ook de gruwel hier, toen Gentbrugge in 1943 gebombardeerd werd door de geallieerden. Ik herinner mij dat nog. Ik moest toen als klein kind in een stoffige kelder schuilen.

Van Ooteghem is het schoolvoorbeeld van de Vlaming die vanuit idealisme handelde. Hij wou een onafhankelijk Vlaanderen en Duitsland zou daarbij helpen. Dat werd hem ook aangepraat door kopstukken uit de Vlaamse Beweging.”

’t Pallieterke: sommigen beschouwden de collaboratie achteraf als een vergissing, anderen zeggen dat hen niets te verwijten valt.

Luc Beyer de Ryke: “Ik ben onder andere naar Stekene geweest waar op het erepark herdenkingen plaatsvinden voor oostfronters. Ik sprak met oud-VNJ-icoon Ledy Broeckx. Daar merk ik geen spijt voor de collaboratie. Zoals gezegd: ik heb dit als journalist vastgesteld. Toen ik reisbegeleider was op de Dnjepr sprak ik met een oud-oostfrontstrijder, André van Hecke. De man was lid geweest van de SS Langemarck en vocht ook aan de zijde van de Waal Léon Degrelle in Tcherkassy. Hij wou Tcherkassy opnieuw bezoeken, vandaar die reis. Hij had in de inkomhal van zijn huis een portret van Adolf Hitler hangen. Volgens Ledy Broeckx moesten bezoekers het portret groeten en sommigen deden het ook. Si non é vero…”

’t Pallieterke: om terug te komen tot de essentie van het boek: wat waren volgens u de redenen voor de collaboratie?

Luc Beyer de Ryke: “Er was het idealisme, de strijd tegen het communisme, of de hoop dat Vlaanderen dankzij Duitsland meer autonomie zou krijgen. En sommigen die naar het oostfront vertrokken waren avonturiers. Anderen dachten aan de financiële voordelen. Voor Vlamingen blijft die opdeling evident, maar aan Franstalige kant gooit men de collaboratie nog altijd op één hoop.

Historicus Bruno de Wever heeft mij gezegd dat hij bij zijn eerste studies over oostfronters de ideologische motieven overschat heeft. Wat voor velen gespeeld heeft, is het zogenaamde ‘Lucien Lacombe’-effect. Dat verwijst naar een Franse film van Louis Malle. Daarin wil een arme landbouwer zich bij het verzet voegen, maar dat wordt hem geweigerd omdat hij te jong is. Als wraak verklikt hij zijn leraar, die in het verzet zit, aan de Gestapo. De film veroorzaakte in 1974 heel wat ophef, maar doorprikte het geïdealiseerde beeld van het verzet. En het toonde dus aan dat er verschillende redenen waren om te collaboreren. Soms zeer banale redenen. Ik wil met het boek aan een Franstalig publiek uitleggen dat het een zeer gevarieerd gezelschap was. Hendrik Elias, René Lagrou, Oswald van Ooteghem, André Leysen, om maar een paar namen uit mijn boek te noemen, zijn zeer uiteenlopende personages.”

’t Pallieterke: opvallend in uw boek: verschillende collaborateurs die u vermeldt, komen uit Franstalige Vlaamse families. Een bewuste keuze?

Luc Beyer de Ryke: “Niet echt, maar ik wou ermee aantonen hoe complex alles is wat rond collaboratie hangt. Frans Daels, jarenlang voorzitter van het IJzerbedevaartcomité en prominent figuur van de Vlaamse Beweging tijdens het interbellum, was een gerespecteerd gynaecoloog en kwam uit een Franstalig milieu. Ik ging op de koffie bij Luc Daels, de laatste van zijn acht kinderen die nog in leven is. Hij vertelde mij dat zijn vader geschokt terugkwam van het IJzerfront. De slechte behandeling van de Vlamingen daar kon hij niet aanvaarden. Hij zei bij zijn thuiskomst: vanaf nu wordt hier Nederlands gesproken.

Een ander fascinerend figuur in mijn boek is Lode Claes, oud-VU-senator, bestuurder bij de Bank Lambert, ooit directeur van Trends maar tijdens de oorlog vooral schepen in Groot-Brussel. Ik bezocht hem meermaals in Cadzand. De gentleman van Cel 37 noem ik hem, verwijzend naar zijn celnummer toen Claes na de oorlog enige tijd in de gevangenis zat. De man was een germanofiel die dweepte met Jünger en Schmitt. Zijn eerste echtgenote, Georgette Willems, was Franstalig en een nicht van de schrijfster Marie Gevers. Zijn tweede vrouw Agnes Caers kwam ook uit een Franstalig milieu.”

’t Pallieterke: net als in eerdere werken besteedt u een hoofdstuk aan Verdinaso-leider Joris van Severen. Waarom?

Luc Beyer de Ryke: “Van Severen zelf was natuurlijk geen collaborateur. Hij stond kritisch tegenover het Hitlerregime en werd al op 20 mei 1940 gedood. Een deel van zijn beweging stapte in de collaboratie, een deel in het verzet. Maar het drama Van Severen staat niet los van wat in mijn eigen familie is gebeurd. Na de Duitse inval op 10 mei vluchtten we vanuit ons buitenverblijf in Koksijde naar Frankrijk. In twee auto’s. We raakten elkaar snel kwijt, maar ikzelf en een aantal familieleden kwamen aan in Abbeville op 19 mei.

Om drie uur ’s morgens werd ik gewekt. Met mijn grootouders vluchtte ik weg net voor de stad werd gebombardeerd. Een paar uur later werd Van Severen aan de kiosk in Abbeville vermoord. Ook al deel ik zijn opvattingen niet, zijn dramatisch einde is mij bijgebleven, net als het feit dat hij in Abbeville begraven ligt. De reden was dat Noëlle, mijn zusje van amper 18 maanden, in Fauquembergues begraven ligt, op 60 kilometer van Abbeville. Te midden van Belgische vluchtelingen die het slachtoffer waren van een Stuka-aanval. Mijn zus kwam om tijdens de vlucht van de familie door Frankrijk, en de precieze omstandigheden blijven onduidelijk. Het is nog altijd een familiaal litteken.”

Picard

2016-34_11_Praten met Luc Beyer De Ryke - BoekLuc Beyer de Ryke, “Ils avaient leurs raisons. 14-18 & 40-45. La collaboration en Flandre”, Ed. Mols, 2016, 208 blz., 21,50 euro (+ verzendingskosten 5 euro)

Het boek is te koop in onze webwinkel (www.pallieterke.net) of tijdens kantooruren.


Geworteld in de Gentse burgerij

Luc Beyer de Ryke (1933) komt uit de klassieke Franstalige burgerij van Gent. Zijn grootvader was rechter en zijn vader was chirurg. Die overleed op jonge leeftijd en de moeder van Luc Beyer hertrouwde met een advocaat. Hij studeerde politieke en diplomatieke wetenschappen aan de ULB. Luc Beyer de Ryke was van 1961 tot 1979 presentator van het RTBF-tv-journaal.

Op politiek vlak was hij in de jaren zestig voor de liberale partij en later de PVV provincieraadslid in Oost-Vlaanderen en gemeenteraadslid in Gent. Hij noemt zichzelf het laatste Franstalige Gentse gemeenteraadslid (“al was de officiële taal tijdens de zittingen allang eentalig Nederlands”). Na zijn passage bij de RTB werd Beyer de Ryke in 1979 verkozen tot Europees Parlementslid voor de Franstalige liberalen van de PRL. Hij bleef dat tien jaar. “Ik viel daarna uit de gratie van de partijtop. Jean Gol, een overtuigd zionist, aanvaardde niet dat ik als Europees Parlementslid op bezoek was geweest in Palestina.”