Rheinland, Pruisen en Bismarck

Rheinland, Pruisen en Bismarck

Typisch voor de kruiperige Duitse politici en media; met veel gedruis vierden ze vorige week de 70ste verjaardag van de geboorte van deelstaat Rheinland-Westfalen, een Britse en geen Duitse constructie om het vroegere Pruisen te doen vergeten.

De ondergang van Pruisen

De laatste jaren mag men al eens refereren aan de vroegere glorie van Pruisen, want lange tijd gebruikten alleen voetbalsupporters nog het woord, zoals in Preussen Münster of Borussia Dortmund. De geallieerden veegden in 1945 die Duitse staat definitief in de kelder van de geschiedenis. In werkelijkheid bleef sinds 1918 en zeker sinds 1933 niet veel meer van de autonomie van Pruisen over, want Hitler verkoos een gecentraliseerde staat. Maar de geallieerden – aangevoerd door Churchill die tot zijn 44ste het oude Pruisen gekend had – geloofden liever historische legendes.

Pruisen was de oorzaak van alle nazikwaad. Zijn adellijke landeigenaren (de Junkers) ten oosten van de Elbe hadden zowel de politiek als het leger overheerst en van Pruisen en tenslotte van heel Duitsland de arrogante misdadigersstaat gemaakt met Hitler als stroman. Er liep dan ook een kaarsrechte lijn van de schurkachtige aarts-Pruis Otto von Bismarck naar Hitler. Dat beeld werd na de oorlog lange tijd gecultiveerd, maar is de laatste jaren veel genuanceerder geworden.

Het lappendeken

Het Pruisen van Frederik de Grote en al zijn opvolgers was niet de alles controlerende staat, veel meer een lappendeken. Het land bezat verschillende rechtssystemen. In het westen was het door de Franse bezetter ingevoerde recht van kracht, terwijl men elders op de oude leest verderging. Het westen – met het Rijnland en de Ruhr – was modern, terwijl het oosten conservatief in de handen van grootgrondbezitters bleef. De helft van bijna alle Pruisen was feitelijk geen Pruis, maar Rijnlander, Hannoveriaan, Deen, Pool of Jood.

Otto von Bismarck was wel geboren in een echte Junkersfamilie, maar typisch voor zijn klasse was hij niet. In brieven lacht hij met de Junkersmentaliteit. Zijn moeder kwam trouwens uit een academisch milieu. Hij studeerde aan de universiteit en was een veellezer van Spinoza, Feuerbach en Schopenhauer; niet de geliefde activiteit van de adellijke grootgrondbezitters. Die heren waren boos op hun standgenoot eens hij eerste minister van Pruisen werd in 1862. De Junkers speelden graag de baas in kleine plaatselijke besturen en ze hadden een hekel aan de kanselier, die de macht van de plaatselijke elites wou breken en een meer gestroomlijnde staat wilde.

Pruisen kende tot 1918 een getrapt kiesstelsel, waar de landeigenaars extra stemmen kregen (een beetje zoals het meervoudig stemrecht bij ons tot 1919). Als compensatie gaf Bismarck het enkelvoudig stemrecht aan alle Duitse mannen na de eenwording in 1871.

Geen stappenplan

Dat nieuwe en machtige Duitsland is lange tijd voorgesteld als het resultaat van een stappenplan waarbij Bismarck systematisch naar de eenheid streefde van alle Duitse staten. In werkelijkheid was hij erg flexibel. Hij was niet de man die aan de touwtjes trok, maar eerder de handige politicus die de kansen greep die anderen hem onvoorzichtig boden.

In 1864 speelde Pruisen nog altijd de tweede viool in het orkest van de Duitse staten. Oostenrijk stond op de eerste plaats en nam het voortouw in een oorlog met Denemarken over de hertogdommen Sleeswijk en Holstein. Bismarck haakte zijn karretje vast en de twee overwinnaars verdeelden de buit. Lang duurde dat bondgenootschap niet, want twee krokodillen in één vijver was er één te veel. De meeste Duitse staten waren in de oorlog tussen Pruisen en Oostenrijk de bondgenoot van de Oostenrijkers, maar hun legers kwamen veel te laat in actie. Op zes weken tijd versloegen de Pruisen dankzij hun snelheid en hun betere bewapening de Oostenrijkers, die aan de deur gezet werden in Duitsland.

Bismarck creëerde een Noord-Duitse bond waar Pruisen volledig de baas was en hij dwong de verslagen Zuid-Duitse staten in bondgenootschappen. Vooral in Beieren en Württemberg was er hevig verzet tegen een verdere samenwerking. De eenheid kwam er toch, door de Franse pretenties; de Fransen wilden in 1870 niet alleen Pruisen maar heel Duitsland vernederen. Bismarck speelde er handig op in; hij liet de Fransen de oorlog verklaren en op korte tijd zat Frankrijk tot verbazing van Europa op de knieën. Het moest de Elzas en een deel van Lotharingen afstaan.

Nog altijd leest men dat Bismarck hier een zeer zware fout maakte en het Franse revanchisme stimuleerde. Dat klopt niet. Ook zonder de annexatie van de Elzas zou de oprichting van een (Klein-)Duitse staat in 1871 onder de leiding van Pruisen Franse woede veroorzaakt hebben. Honderden jaren verhinderden de Franse vorsten agressief de Duitse eenheid. Frankrijk koos ervoor Duitse staten tegen elkaar uit te spelen en tezelfdertijd stukken Duitsland in te lijven. Nog in 1918 probeerden sommige Fransen de linker Rijnoever (met Keulen) te annexeren, zoals dat in de zalige tijden van de revolutielegers gelukt was. Na de Tweede Wereldoorlog mislukte de Franse annexatie van de Saar.

Frankrijk zou altijd dat nieuwe Duitsland vijandig bejegend hebben, al was het tot 1918 niet meer dan een alliantie van Duitse vorstendommen en geen federale staat.

Staat in de staat

Pruisen lijdt nog altijd onder de reputatie van keizer Wilhelm II (tevens koning van Pruisen), die graag de indruk gaf dat hij een soort dictatoriale macht uitoefende. Omdat Pruisen twee derde van het grondgebied en van de bevolking van Duitsland telde, was zijn macht groot, maar niet ongelimiteerd. Pruisen, en later Duitsland, had wel degelijk een grondwet en een parlement die het de regering knap lastig kon maken.

Het latere probleem school in een weeffout die ook Bismarck niet kon corrigeren, want dan zou hij zijn politieke nek gebroken hebben. De koning, en later de keizer, was ook opperbevelhebber van het leger en op dat punt kregen de burgerlijke politici geen voet tussen de deur, zodat het leger (of de legers, want Beieren bezat tot 1918 een eigen leger) een staat in de staat bleef. Zelfs Bismarck had een parlementaire reflex, al voerde hij jaren een oorlog met het parlement over het oorlogsbudget. Maar na zijn eerste grote buitenlandse succes vroeg Bismarck nederig amnestie aan het Pruisisch Parlement, dat met terugwerkende kracht zijn politieke acties goedkeurde.

Twee nederlagen

Bismarck was niet de klassieke onderworpen en kruiperige politicus zoals we die nu in Duitsland kennen. Hij bezat geen enkel respect voor hiërarchie. Ieder middel was goed om zijn zin te krijgen bij zijn vorst: roepen, tieren, vloeken, huilen, smeken. Koning-keizer Wilhelm I zei ooit: “Het is niet gemakkelijk om als keizer Bismarck te dienen.” Bismarck was een evenwichtskunstenaar die erover waakte dat Duitsland nooit oorlog op twee fronten zou voeren; een levenswerk dat door de jonge Wilhelm II vernietigd werd.

In het binnenland was Bismarck veel minder subtiel. Hij probeerde de macht van de rooms-katholieke clerus en zijn gehoorzaamheid aan Rome (pauselijke onfeilbaarheid in 1870) in Pruisen te kelderen. Hij liet de helft van alle bisschoppen en priesters opsluiten of verbannen. In Beieren had hij op dat punt niets te zeggen, maar ook in Pruisen moest hij bakzeil halen. Een tweede Kampf tegen zogenaamde interne vijanden werd ook geen succes. Om de socialisten de wind uit de zeilen te nemen, voerde hij de eerste effectieve maatregelen voor een sociale zekerheid in. Tevergeefs, want de socialisten kwamen sterker dan ooit uit de strijd tevoorschijn. Wilhelm II zette hem in 1890 aan de deur.

Jan Neckers


Tags assigned to this article:
2016-35Jan Neckers

Related Articles

De beeldenstorm: het voorspel (1)

Deze week is het juist 450 jaar geleden dat de beeldenstorm begon. De gevolgen waren dramatisch: een woedende vorst die

Brief aan Elke Sleurs

Met het been stijf?! Mevrouw de splitsende, Elio di Rupo en zijn Parti Socialiste zien met lede ogen aan dat