De publicist Aysso Reudink beschrijft in het artikel ‘Politici presteren onder de maat’ (TPO.nl, 12/8/2016) wat er vandaag mis is met de politiek. In een notendop: het economische systeem is machtiger geworden dan het politieke bestel. Volksvertegenwoordigers kunnen hierdoor minder “cadeautjes uitdelen”, wat ten koste gaat van hun maatschappelijke status. Er blijven ‘losers’ over en losers trekken andere losers aan.

In de visie van John Maynard Keynes – populair na de Tweede Wereldoorlog – nam de overheid het voortouw in de economie. “De overheid investeerde fors in de economie en fungeerde zodoende als vliegwiel”, schrijft Reudink. Toen kwamen Reagan, Thatcher en het globalisme. Bedrijven maakten zich los uit de burgerlijke nationale culturen en vertakten zich over de hele wereld. Dit ging gepaard met een visie op de mens als universele consument, want de hele wereld moest klant kunnen zijn.

Ontworteld wereldburgerschap

De economische mondialisering ging samen met een politieke mondialisering: denk aan instituties als het IMF, de EU en de VN. De patriottische nationale waarden, die Reagan en Thatcher nog uitdroegen, werden ingeruild voor een ontworteld wereldburgerschap. Want iedereen die een Starbucks binnenwandelt, moet zich even in New York kunnen wanen. Kerstbomen worden uit de corporate branding weggewerkt en paaseieren heten plots “verstopeieren”. Zo bewerkstelligden Reagan en Thatcher iets wat zij niet voorzagen: het materialistische mensbeeld van hun oude marxistische vijanden won alsnog – nu via het globalisme van een wereldwijde markt. Dit is wat Reudink met zoveel woorden vaststelt: “Het internationale kapitaal bepaalt het politieke speelveld en beslist over het lot van de maatschappij en haar burgers. Het politieke primaat is verworden tot een farce.”

Een relevant werk over deze kwestie is The Revolt of the Elites and the Betrayal of Democracy (1994) door Christopher Lasch. Hij verbond het vraagstuk aan sociale mobiliteit. Naarmate de commerciële cultuur meer wereldwijd vervlochten raakt, worden lokale culturen tot obstakels. Dit leidt tot zelfselectie van een groepje global citizens. Wie wil doorbreken als lobbyist of consultant moet verhuizen naar Brussel – wie naar Brussel verhuist, verliest de banden met jeugdvrienden die minder goed zijn terechtgekomen. Ook kun je dan geen mantelzorg verrichten voor je ouders. Je kinderen breng je naar de kribbe – generaties leven steeds meer gescheiden van elkaar. Je krijgt vanzelf een wereldbeeld waarin je het normaal vindt dat de overheid en winstbedrijven een grote rol hebben in opvoeding en ouderenzorg. Dit soort mensen komt samen in de politiek: daar maken zij dit wereldbeeld tot beleid.

Leiders met een ander temperament

Op lange termijn zien we deze mensen loskomen van de lokaliteit: bankiers vermenigvuldigen eindeloos cijfers op een computerscherm en noemen dat geld – Europese ambtenaren doen alsof cultuurverschillen geen invloed hebben op beleid. Beide types zijn symboolanalisten – ze staan los van de reële wereld die eindig en uitputbaar is. De één is commercieel en de ander overheid, maar beide types concentreren de macht dáár waar er alleen mensen bij kunnen die zijn ingevoerd in de kosmopolitische newspeak – “public affairs” noemen we dat. Wie ziet dat voormalig Europees Commissievoorzitter José Manuel Barroso nu werkt voor Goldman Sachs, kan niet meer om deze gevolgtrekking heen.

Terwijl dit speelt, zien we dat [1] robots betaalde banen vervangen terwijl er [2] steeds meer economische vluchtelingen komen. Dit is samen met [3] de islamradicalisering een explosief scenario. Er is al veel gewonnen door leiders te eisen met een ander temperament. Niet meer dit kosmopolitische temperament van de elevator pitchende joviale ‘wereldburgers’, maar een grondig, geaard en realistisch temperament. Zo niet, dan zal de elite het lachen snel vergaan…

SL