Anton van Wilderode, onze laatste priester-dichter na Guido Gezelle, Hugo Verriest en Cyriel Verschaeve, is ook de enige van de vier die geen West-Vlaming was. Met zijn hese fluisterstem was hij ook een onvergetelijke leraar voor dichters als Paul Snoek en Dirk van Bastelaere, en met zijn wat banale echte naam Cyriel Coupé is het begrijpelijk dat hij koos voor een mooie welluidende schuilnaam. En niet te vergeten: door Benno Barnard werd hij zelfs omschreven als de Vlaamse Vergilius. Achttien jaar na de dood van de dichter verschijnt het boek Leven en werk van Anton van Wilderode van Roger Tempels, waaraan hij twaalf jaar intensief heeft gewerkt.

Zijn boek is geen klassieke biografie of levensverhaal geworden met foto’s en documenten, maar eerder een zeer uitgebreid naslagwerk of een soort studieboek. Niet één gedicht werd integraal afgedrukt en het boek lijkt wel een oeverloze opeenstapeling van persstemmen en kritieken van de meest diverse auteurs en gelegenheidsschrijvers: van zijn vriend de priester Frans Terrie tot José de Poortere, een andere priester en collega. En van de ijverige dames Martine Cuyt tot Beatrijs van Craenenbroeck. Het boek telt dan ook 731 bedrukte bladzijden en bevat zelfs een ‘Lijst van literaire prijzen, benoemingen en eretekens’ van 1939 tot en met 1989 en een lijst met ‘Benoemingen en burgerlijke en culturele eretekens vanaf 1955 (Ridder in de orde van Leopold II) tot in 1998, zijn stervensjaar, waarin hij ook nog eens Erebeheerder van het IJzerbedevaartcomité werd. Een lijst die de nederige Van Wilderode zeker zèlf nooit zo zou hebben opgesteld en zeker niet laten afdrukken, want zoals bekend was Van Wilderode zeker geen belgicist en zijn tweelingbroer Filemon Coupé had na de Tweede Wereldoorlog als overtuigd VNV’er serieuze moeilijkheden met de toenmalige gerechtelijke overheid. En met de repressie.

Een onmisbaar boek

Toch blijkt dit imposante boekwerk juist door zijn omvang en zijn breedvoerige wijdlopigheid een onmisbaar boek te zijn van een onvermoeibare bewonderaar die twaalf jaar van zijn leven heeft opgeofferd om dit uitputtende levenswerk te voltooien. Want geen enkele toekomstige biograaf zal ooit zonder dit boek aan een nieuwe biografie van Anton van Wilderode kunnen of durven beginnen. Eerder verschenen al goede boeken of eerste aanzetten van Lieven Rens (1983), Rudolf van de Perre (1988), Willem Persoon (1984) en Fred de Swert (1977) over de dichter en vertaler Anton van Wilderode. Maar het is zeer de vraag of een echte biografie – zoals er de voorbije jaren zoveel verschenen – ooit moet en zal verschijnen. De belangstelling in het Nederland is eerder matig om niet te zeggen onbestaande. Onze Vlaamse uitgeverijen hebben allicht meer belangstelling voor een biografie van andere auteurs. Want ook hier veranderen de tijden snel en genadeloos. De Vergilius van het Waasland is misschien een wat mankende omschrijving en overdrijving en de dode dichters worden in dit landje nu eenmaal al snel vergeten. Bovendien was de man ook nog eens erg katholiek, erg Vlaamsgezind en kortom gewoon zeer conservatief. Drie redenen voor de Linkse Kerk om niet van deze dichter te houden, of om hem zelfs te minachten om literaire redenen.

Lied van mijn land

Toch mogen onze jongeren en onze lezers absoluut niet vergeten dat Anton van Wilderode ook de schrijver is van de woorden van het lied of de songtekst van de evergreen (om even voor die modieuze Engelse woorden te kiezen) Lied van mijn land. Een lied dat op muziek werd gezet door de Vlaamse componist Ignace de Sutter en dat zelfs aanspraak maakt om een soort nationale Vlaamse hymne te worden. Ik citeer de tweede strofe:

Lied van mijn land ‘k zal U altijd horen

Uit alle dorpen in de deemstering,

En uit de warmte der huizen rond de toren

Onder de huif van de zomerwind.

Dit lied dateert van 1948 en toont aan dat Van Wilderode zeker geen modernistische stadsdichter was, maar een romantische dichter van het platteland en van het idyllische landelijke boerenleven. Het Land van Waas was in zijn verbeelding wellicht zijn Attica en bovendien vind ik het woord deemstering veel mooier dan het woord schemering. Zijn rijmende verzen klinken ook altijd eerder melodieus en ruisen als het ware op het ritme van zijn hese (klassiek gevormde) stem die nooit hard en baldadig klonk. Zijn beste dichtbundel is zonder enige twijfel De Vlinderboom (Tielt, Lannoo, 1985) waarin Van Wilderode als een vorstelijke zanger in de huid en de geest van de oude rooms-Duitse Habsburgse keizer Karel V kroop die in een Spaans klooster aan het eind van zijn leven op de dood wachtte.

Daarom is het spijtig (en dit is mijn enige kritiek) dat auteur Roger Tempels niet de ruimte vond of maakte om in zijn lijvig boek toch nog een gedicht te citeren. Omdat zowel de lezer als de dichter dit zeker verdienen. Nu lijkt het wel alsof de dichter letterlijk en figuurlijk bedolven wordt onder de kreten van de kleine critici en de jubelende commentaren en lofprijzingen van zijn talrijke onvoorwaardelijke bewonderaars. In dit verband wil ik besluiten met te signaleren dat het weekblad ‘t Pallieterke dit keer herhaaldelijk wordt geciteerd en dus helemaal niet werd genegeerd.

Hendrik Carette

* Leven en werk van Anton van Wilderode, van Roger Tempels, te bekomen bij de auteur, Heidewegel 35, 9180 te Moerbeke-Waas, voor 30 euro + 7 euro verzendingskosten, rekeningnr. BE14 0000 8863 7283 (BICBPOTBEB1).

Meer info: roger.tempels@hotmail.be