2016-36_13_Boek_Staatsveiligheid (Medium)De moeilijkheid met geheime diensten is dat ze geheim zijn. In een dictatuur levert dat geen probleem op: de machthebber en zijn geheim agenten laten zich niet controleren of in hun bevoegdheden begrenzen. Maar in een democratie is het de regel dat alle takken van de uitvoerende macht controleerbaar moeten zijn door het volk en zijn vertegenwoordigers in het parlement. En discretie is nu net iets waar politici niet in uitblinken.

Het moeilijke evenwicht tussen de eisen van een democratische samenleving en de strikte geheimhouding, zonder dewelke geen enkele inlichtingendienst kan werken, is de rode draad doorheen het boek van Lars Bové, journalist van De Tijd. Ook hij kon, als journalist, slechts mondjesmaat en via vele verschillende kanalen aan versnipperde informatie komen om zijn boek te stofferen.

Het boek is dan ook geen allesomvattende beschrijving en analyse van de werking van de Belgische Staatsveiligheid. De lezer wordt door Bové meegenomen in zijn speurtocht van een jaar naar deze schimmige dienst. Via het relaas van zijn formele en informele contacten leren we over de geschiedenis, de werking en de problemen van de Staatsveiligheid. De titel is enigszins misleidend. Hoewel er informatie in voorkomt die zeker geen algemene kennis is (zoals het personeelsbestand van de dienst, i.e. ongeveer 600 mensen), moet je in dit boek niet zoeken naar de onthulling van grote geheimen. Bové is geen sensatiejournalist en geen complotdenker.

De gebrekkige controle op de Staatsveiligheid heeft tot gevolg dat de persoonlijkheid van de baas (de administrateur-generaal) een belangrijke rol speelt in de bedrijfscultuur. In de jaren zeventig en tachtig was dat Albert Raes, wiens paranoia en eigenzinnigheid de dienst in vele schandalen deed belanden. Een andere opvallende figuur was Alain Winants, die in 2006 overnam na het ontslag van Koen Dassen (die net iets te veel kritiek op Onkelinx had gegeven). Net als Dassen was Winants een VLD-benoeming. Hij werd beloond omwille van zijn rol in het fameuze proces tegen de vzw’s van het Vlaams Belang. Toen de vaste procureur in de betrokken rechtbank van Brussel niet wilde optreden in een politieke afrekening, meldde Winants zich als vrijwilliger. Met een zekere poëtische rechtvaardigheid werd inmenging in de politiek echter ook de ondergang van Winants. De zaak-Debie (het inschakelen van een werknemer van het VB als informant) en het opduiken van namen als Maggie de Block en Rik Torfs in rapporten van zijn dienst over Scientology, werden hem fataal.

De huidige baas van de Staatsveiligheid, Jaak Raes, lijkt pragmatischer dan zijn voorgangers. Lars Bové feliciteert hem zelfs voor het verijdelen van een islamitische aanslag in België. We moeten er wel bij zeggen dat het boek werd uitgegeven vóór de aanslagen in Brussel. De onthullingen daarrond laten vermoeden dat de Staatsveiligheid nog te weinig aandacht en/of middelen heeft om het islamitisch radicalisme in het oog te houden.

In het boek duiken wel meer pijnpunten op. Zo is de dienst weinig performant in de strijd tegen industriële spionage (vooral vanwege China) en cyberspionage. Ook zijn er momenteel te weinig agenten om een andere belangrijke taak van de Staatsveiligheid uit te voeren: het beveiligen van personen die mogelijk het doelwit van terroristen kunnen zijn, zoals bezoekende staatshoofden of personen in eigen land die het voorwerp zijn van bedreigingen. Aan de andere kant wordt er dan wel capaciteit verspild aan nutteloze activiteiten, zoals het volgen van sekten (alleen in België is dat een taak van de Staatsveiligheid) of van “extreemrechts”, inclusief het Vlaams Belang. Uit het boek blijkt trouwens dat de Staatsveiligheid deze activiteit zelf als tijdverlies beschouwt.

De meeste Vlaams-nationalisten koesteren een begrijpelijk wantrouwen ten aanzien van de Staatsveiligheid. Het blijft een instelling die België dient, ook wanneer het zich bedreigd voelt door Vlaams-nationalisten. “De Staatsveiligheid beschouwt het ‘Vlaams-nationalisme’ op zich niet als een activiteit die het voortbestaan van de democratische en grondwettelijke orde bedreigt”, stelde justitieminister De Clerck ooit als antwoord op een parlementaire vraag van Francis van den Eynde. We weten nochtans zeker dat het ooit anders is geweest. En dat het eigenlijk nu nog zo is.

Dat neemt niet weg dat de Staatsveiligheid een heel belangrijke rol te spelen heeft in de strijd tegen de islamitische terreur. Of het daarin succesvol kan zijn, zal niet alleen afhangen van de middelen die de dienst ter beschikking krijgt. Er zal vooral een politieke wil moeten komen om de instelling tegen de werkelijke gevaren in te zetten. Dat kan alleen indien de bereidheid bestaat de vijand te identificeren, zonder politiek correcte remmingen. Vermoedelijk zullen er nog heel wat doden vallen voor dat zo is.

Jurgen Ceder

Lars Bové, “De geheimen van de Staatsveiligheid”, Uitgeverij Lannoo, 240 blz., 19,99 euro.

ISBN 9789401422826