Afgelopen week werd in Washington DC een deal afgerond die Israël miljarden aan militaire hulp zal opleveren. Het gaat om 38 miljard dollar voor een periode van tien jaar. Het huidige pakket aan strategische hulp stopt in 2018 en bedroeg 3,1 miljard dollar per jaar. Israël kreeg wel twee voorwaarden opgelegd. Het land mag niet lobbyen bij het Congres voor extra middelen en het geld moet gespendeerd worden aan Amerikaans wapentuig.

Wat in het oog springt, is het substantiële bedrag. Maar waarom krijgt Israël überhaupt steun? In de Verenigde Staten loopt een programma om bondgenoten financieel te ondersteunen, maar de bedragen die andere landen krijgen, variëren tussen enkele honderdduizenden dollars tot een paar miljoen dollar, bijvoorbeeld genoeg om de kosten te dekken van een officiersopleiding in de VS.

Israëlisch-Egyptisch evenwicht

Egypte is een uitzondering als we kijken naar de hoeveelheid aan militaire hulp. Toen Israël en Egypte een vredesverdrag ondertekenden, verbonden de Verenigde Staten zich ertoe om het Egyptische leger jaarlijks te ondersteunen met hulp ter waarde van anderhalf miljard dollar. Dat was en is uiteraard een stimulans voor de Egyptische militaire klasse om te kiezen voor de VS en daardoor het Russische kamp te verlaten. Het is ook een aansporing voor blijvende vrede met Israël. Omdat Egypte middels die hulp weleens een te sterke militaire macht kan worden in de regio, wordt dit gecompenseerd door militaire steun aan Israël.

Toch is het niet evident dat Israël zo’n gigantisch bedrag ontvangt. We denken aan de publieke vernedering door Benjamin Netanyahu van buitenlandminister John Kerry, of de beïnvloeding van Republikeinse congresleden om de nucleaire deal met Iran te kelderen. Maar gelukkig voor Netanyahu is het een verkiezingsjaar in de VS, en de regering-Obama wil op een goed blaadje staan bij potentiële Hillary-kiezers die steun aan Israël belangrijk vinden. Dit zijn zowel de kiezers met een Joodse overtuiging als evangelische christenen. De timing – zestig dagen voor de verkiezingen – is dus niet toevallig.

Het betere lobbywerk

Een andere reden voor het slagen van deze deal is uiteraard het samenspel van zowel de lobby pro-Israël als de wapenlobby. Beide behoren tot Washingtons belangrijkste drukkingsgroepen. Het succes van de wapenlobby zit hem ongetwijfeld in de bepaling dat het bedrag bijna uitsluitend aan Amerikaans materieel gespendeerd moet worden. Niet meer dan logisch. Het alternatief zou zijn dat Amerikaans geld zou gaan naar Israëlische producenten, die daardoor op de wereldmarkt beter met hun Amerikaanse tegenhangers kunnen concurreren. Dit is ook een streep door de rekening in de Israëlische begroting. Het land heeft volgens bronnen ongeveer tweehonderd kernwapens. Die wapens moeten om de zoveel jaren worden gemoderniseerd en dat is een miljarden kostende onderneming. Omwille van de bovenvermelde clausule zal het niet mogelijk zijn Amerikaans geld aan die modernisering te spenderen, tenzij de opdracht naar een Amerikaanse onderneming zou gaan, maar dat is een te groot risico.

Vanuit een Amerikaans perspectief is dit vooral een politieke deal. De invloed van het land zal zeker niet toenemen, daarvoor is het gelobby rond de deal te groot geweest. Het akkoord heeft twee grote tekortkomingen. Het grootste probleem is dat het losstaat van enige noodzaak. Of Israël nu met alle landen in het Midden-Oosten vrede zou sluiten of niet, het jaarlijkse bedrag van 3,8 miljard blijft hetzelfde. Er bestaat dus geen enkele aansporing om zich soepel op te stellen in eventuele vredegesprekken. Het tweede punt van kritiek is de korte termijn. De VS zouden de gelden beter spenderen in de bouw van een basis voor de luchtmacht en de marine in de regio. Israël wordt daarmee beschermd en de VS zouden hun invloed rondom de Middellandse Zee kunnen vergroten.

JM