Presidenten komen en presidenten gaan. Met het vertrek van Barack Obama zal ook het specifieke karakter van zijn Azië-politiek het Witte Huis verlaten. Zij het niet zonder kleerscheuren voor zijn land. Alle Amerikaanse pogingen ten spijt, zal stabiliteit in de regio vooral en steeds meer van China afhangen. Een (trieste) erfenis van de Obama-jaren.

Tijdens de recentste trip van Barak Obama – zijn laatste als Amerikaans president – in het Verre Oosten, leek het wel of Peking permanent aanwezig was. Letterlijk en figuurlijk. Waar hij kwam, bleek ook een Chinese delegatie present te tekenen. En met gevulde portefeuille. In Laos bijvoorbeeld pakte Obama uit met een project om niet-ontplofte (Amerikaanse) bommen van tijdens de Vietnamoorlog te ontmantelen (kostprijs: 90 miljoen dollar). Dat hij er spontaan met een monnik of een marktkraamster begon te kletsen, leverde misschien wat leuke kiekjes op, meer dan bladvulling is dit niet. Ook de Chinese premier was op dat moment in Laos. En duchtig sinterklaas aan het spelen met een zak vol lekkers: investeringen die tot de economische ombouw van het land moeten bijdragen. Een energieproject (868 miljoen dollar), een treinlijn die een (nieuwe) verbinding met China mogelijk maakt (480 miljoen dollar) en de bouw van een heuse economische zone ter waarde van 1,6 miljard dollar. Daar sta je dan als praatjesmaker.

‘Pacific President’

Jaren geleden begon Obama zich te profileren als de ‘Pacific President’. Voor het eerst zou de baas van het Witte Huis de blik doelbewust op het Verre Oosten richten. Geen onlogische stap. Er beweegt wel wat in de regio, te beginnen met de niet te stuiten opmars van China. Maar als in diplomatieke kringen teruggeblikt wordt op wat op dit vlak de voorbije jaren al dan niet gerealiseerd werd, springt steevast één besluit in het oog: dit deel van het Amerikaanse beleid is erg verweven met de persoon van de 44ste president van de VS. Niemand twijfelt eraan dat hij gemeende affiniteiten heeft met de regio, maar de vaststelling voedt onmiddellijk de vraag wat gebeuren zal nadat hij het Witte Huis verlaten heeft. Het wellicht pertinentste punt van allemaal is echter dat het palmares van de gevoerde Azië-politiek een vrij mager beestje is.

Spreidstand

Feit is dat de VS met een spreidstand worstelen. Steevast stellen ze zich voor als de behoeders van het internationaal recht, dé grote waakhond van de internationale orde als het ware. Automatisch impliceert dit dat plaatselijke conflicten en rivaliteiten, afdoende aanwezig in het gebied, overstegen moeten worden. Maar hoe doe je dat zonder tegen een nietsontziend China aan te botsen? Japan is een traditionele bondgenoot van de VS in de regio, maar onderhoudt een erg gespannen relatie met China. Het lijkt onmogelijk om op zo’n moment de kool en de geit te sparen.

En dan is er het ‘Trans-Pacific Partnership’, een handelsverdrag tussen de VS en twaalf Aziatische landen, behoudens China. Het moest het paradepaardje van Obama’s termijn worden, maar in werkelijkheid dreigt het op een sisser uit te draaien. Meer nog: zowel Trump als Clinton spraken er zich al tegen uit, wat evenveel betekent dan dat geen van beide enige inspanning zal leveren om het akkoord alsnog te redden. Het TPP is een treffend voorbeeld van wat bedoeld wordt met die gepersonaliseerde Azië-politiek. Het ultieme sneuvelen van de TPP zal het Amerikaans imago in de regio echter geen goed doen. Terecht zei Lee Hsien Loong, eerste minister van Singapore, ooit dat de TPP de “lakmoesproef van de ernst en geloofwaardigheid van het Amerikaanse Azië-beleid is”. De mislukking ervan zal het gevoel door Washington in de steek te zijn gelaten enkel maar doen toenemen.

Filipijnse lolbroek

En dan is er nog die grapjas van de Filipijnen, president Rodrigo Duterte, die Obama een “hoerenjong” noemde. De man zit nooit verlegen voor een gewaagde uitspraak, waardoor hij als een magneet voor de camera’s werkt. Maar ach, ieder diertje zijn pleziertje. Pertinenter was een uitspraak die enkele dagen later volgde. Minder spectaculair, maar zoveel interessanter dan het gratuit gescheld dat hij tot zijn handelsmerk maakt. Toen aangekondigd werd dat de gemeenschappelijke patrouilles tussen de Filipijnen en de VS stopgezet zouden worden, voegde hij er fijntjes aan toe dat “China nu eenmaal de macht en superioriteit heeft in de regio”. Het is een idee dat steeds breder gedragen wordt in Azië. Niet met enthousiasme, eerder als een soort onafwendbaarheid. Obama’s politiek ten spijt.

Michaël Vandamme